RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 12192869 / CV EXPL 26-2249
Vonnis van 30 september 2026
in de zaak van
[verhuurder] ,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [verhuurder],
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[huurder] ,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder],
procederend in persoon.
1 De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of de huurovereenkomst tussen [verhuurder] en [huurder] moet worden ontbonden vanwege een huurachterstand en of [huurder] daarom de huurwoning moet verlaten. Partijen hebben op zitting gevraagd om uitstel om tot een regeling te komen, hetgeen ze is gelukt. Partijen hebben hierna gevraagd om de afspraken op te nemen in een vonnis, wat de kantonrechter zal doen. Dit betekent dat [huurder] nog één laatste kans krijgt om ontruiming te voorkomen, mits hij de huur op tijd blijft betalen en zich aan bepaalde afspraken houdt. Bij het niet naleven daarvan zal hij alsnog de woning moeten verlaten.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte vermindering, vermeerdering en wijziging eis,
- de mondelinge behandeling van 24 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de akte uitlating na comparitie namens [verhuurder].
Daarna heeft de kantonrechter een vonnisdatum bepaald.
3 De feiten
[verhuurder] verhuurt met ingang van 1 april 2024 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt thans € 745,00 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald. [verhuurder] heeft [huurder] op 15 januari 2026 aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
[verhuurder] heeft [huurder] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurder] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. [verhuurder] heeft [huurder] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
4 De beoordeling
Voorwaardelijke ontbinding
Partijen hebben de kantonrechter laten weten het eens te zijn geworden over het volgende:
-
Partijen spreken af dat de totale schuld van [huurder] aan [verhuurder] (welk bedrag bestaat uit de huurachterstand, verschuldigde eindafrekening energie 2025, buitengerechtelijke incassokosten en rente) wordt vastgesteld op een bedrag van € 12.520,57, welk bedrag [huurder] in opeenvolgende maandelijkse termijnen van € 500,00 per maand zal aflossen aan [verhuurder] door overboeking op [rekeningnummer 1] onder vermelding van [dossiernummer];
-
De eerste aflossingstermijn zal uiterlijk vóór of op 1 oktober 2026 worden betaald en daarna steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand(termijn) waarop de betalingen betrekking hebben;
-
[huurder] dient de lopende huur te blijven voldoen aan [verhuurder] door overboeking op [rekeningnummer 2] onder vermelding van het adres van het gehuurde;
-
[huurder] dient de wettelijke rente over de hoofdsom en proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, te betalen.
[verhuurder] wijzigt haar vordering tot hetgeen [huurder] krachtens deze afspraken verschuldigd is en verzoekt de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. [huurder] verzet zich niet tegen toewijzing van de gewijzigde vordering.
Nu [huurder] partijen overeenstemming hebben bereikt, zullen de vorderingen worden toegewezen. De huurachterstand was ten tijde van dagvaarden ruimschoots meer dan drie maanden huur. Daarmee is sprake van een tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Van bijzondere woonbelangen van [huurder] is niet gebleken. Wel zal de kantonrechter een maximale termijn verbinden aan de voorwaardelijke ontbinding van 30 maanden. In die periode moet naar verwachting de gehele achterstand (ruimschoots) zijn ingelopen. Het is onwenselijk wanneer [huurder] tot in lengte der dagen - bijvoorbeeld bij een eventuele nieuwe eenmalige achterstand ver in de toekomst – een directe ontbinding zonder nieuwe rechterlijke toetsing boven het hoofd zou hangen.
Rente en proceskosten
De gevorderde verschenen en toekomstige wettelijke rente over de hoofdsom zal als overeengekomen worden toegewezen zoals hierna (onder 5. De beslissing) bepaald.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van [verhuurder] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
153,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
265,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
864,00 |
(2 punten × € 432,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.426,02 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [huurder] om aan [verhuurder] te betalen een bedrag van € 12.520,57, onder andere bestaande uit achterstallige huurpenningen tot en met de maand september 2026,
veroordeelt [huurder] om aan [verhuurder] te betalen een bedrag van € 905,83 per maand, of zoveel hoger als bij een wettelijke huurverhoging zou zijn toegelaten, vanaf oktober 2026 tot het tijdstip van daadwerkelijke ontbinding van de huurovereenkomst en tot betaling van ditzelfde bedrag voor iedere ingegane maand na de ontbinding van de huurovereenkomst tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres],
en veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [verhuurder] zijn, en de sleutels af te geven aan [verhuurder] indien en zodra [huurder] zich niet houdt aan minimaal één van de volgende voorwaarden:
-
[huurder] voldoet (tijdig) aan de lopende huurverplichtingen aan [verhuurder] door overboeking op [rekeningnummer 2] onder vermelding van het adres van het gehuurde,
-
[huurder] lost een bedrag van € 500,00 per maand af naast de lopende huurverplichtingen, waarbij de eerste betaling uiterlijk vóór of op 1 oktober dient te zijn voldaan, te betalen steeds uiterlijk op de eerste dag van de maand door overboeking op [rekeningnummer 1] onder vermelding van [dossiernummer],
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.426,02, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart de hiervoor uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026. |
||