ECLI:NL:RBZWB:2026:9432

Datum uitspraak
30-09-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
24/4895
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV uitspraak

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/4895

uitspraak van 30 september 2026 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,

gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Inleiding en procesverloop

1. Met het besluit van 30 november 2023 (het primaire besluit) heeft het UWV een WGA-uitkering aan verzoekster toegekend met ingang van 24 oktober 2022 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 58,21%.

1.1

Met het besluit van 8 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard. Het UWV heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat verzoekster per 24 oktober 2022 recht heeft op een WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 58,77%.

1.2

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.3

De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2025 op zitting behandeld en daarna aanleiding gezien om een onafhankelijke deskundige te benoemen. De rechtbank heeft het deskundigenrapport ontvangen. Partijen is gevraagd om op het deskundigenrapport te reageren. Vervolgens heeft het UWV op 22 juli 2026 een nieuw besluit genomen, waarin het bezwaar van verzoekster opnieuw gegrond wordt verklaard. Het UWV kent aan haar per 24 oktober 2022 een WGA-uitkering toe met een mate van arbeidsongeschiktheid van 72,14%.

1.4

Op 9 september 2026 heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Het UWV heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in de proceskosten, mits daarbij rekening wordt gehouden met het vigerende Besluit proceskosten bestuursrecht.

1.5

De rechtbank doet zonder een op het verzoek om proceskostenveroordeling gerichte zitting uitspraak op het verzoek.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is verweerder aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1

Op 5 juni 2024 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Op 22 juli 2026 heeft het UWV het bestreden besluit vervangen door een besluit waarin het bezwaar van verzoekster gegrond wordt verklaard. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht rekent de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en aan de zitting bij de rechtbank deelgenomen. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,00. De vergoeding bedraagt in totaal € 1.868,00.

5.1

Het UWV heeft in het besluit van 8 mei 2024 al een vergoeding van de proceskosten in bezwaar toegekend.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,00 te vergoeden. Daarom zal daarvoor geen afzonderlijke veroordeling volgen.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.868,00 aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van A.M.H. Meulensteen, griffier, op 30 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »