ECLI:NL:RBZWB:2026:8806

Datum uitspraak
11-09-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Zaaknummer
BRE 26/1073
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

NTB Woo - kennelijk niet-ontvankelijk; voor het instellen van het beroep is al op de aanvraag beslist.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/1073

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres,

en

Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres op 11 februari 2026 heeft ingesteld, omdat het COA volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 8 september 2025 op grond van de Wet open overheid om informatie over de plaatsing van een asielzoekerscentrum in Bergen op Zoom, meer specifiek vraagt eiseres om correspondentie voorafgaand aan de raadsvergadering 2022, gemeente Bergen op Zoom; correspondentie na 2022 met de gemeenteraad van Bergen op Zoom, onderzoek naar criminaliteitscijfers (van in of omstreeks 2022) en financiële afspraken en kosten.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.1

Is het beroep ontvankelijk?

3. De rechtbank stelt vast dat het COA meer dan twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling op 24 oktober 2025 en voor het instellen van het beroep op 11 februari 2026 een besluit op de aanvraag van 8 september 2025 heeft genomen op 6 februari 2026.

3.1.

Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank kan geen beslistermijn opleggen en het COA hoeft daarom geen dwangsom aan eiseres te betalen. De rechtbank kan namelijk alleen in het kader van een beroep wegens niet op tijd beslissen een dwangsom vaststellen als het beroep gegrond is en de rechtbank een beslistermijn oplegt aan het COA.2 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 11 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »