RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2377 en 25/2378
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2026 in de zaken tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college
(gemachtigde: C.L. Verbunt).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen die eiseres heeft ingesteld wegens niet tijdig beslissen door het college op door haar op 13 december 2024 ingediende bezwaarschriften. Het eerste beroep met zaaknummer 25/2377 ziet op een bezwaarschrift tegen een besluit van 4 november 2024. Het tweede beroep met zaaknummer 25/2378 ziet op een bezwaarschrift tegen een besluit van 9 december 2024.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan.
Zijn de beroepen ontvankelijk?
3. Eiseres is in beide gevallen te vroeg in beroep gegaan. Uit de door het college overgelegde stukken blijkt dat partijen eind 2024 met elkaar een mediationtraject zijn aangegaan. De mediator aan wie partijen de mediationopdracht hebben verstrekt, hanteert een mediationreglement. Met de opdrachtverstrekking hebben partijen met de inhoud van dit reglement ingestemd. In artikel 9 van dit reglement is bepaald dat partijen tijdens de mediation geen gerechtelijke of aanverwante procedures aanhangig zullen maken en dat lopende gerechtelijke en aanverwante procedures voor de duur van de mediation worden opgeschort. Dat betekent dat ook de beslistermijnen van de bezwaarprocedures tijdens de duur van de mediation zijn opgeschort. Op 22 april 2025 – het moment dat eiseres de beroepen instelde – liep het mediationtraject nog.
De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 9 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.