RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450473 / FA RK 26-3721
Datum uitspraak: 21 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. J.I. Echteld uit Gouda.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
-
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
-
mevrouw [persoon], psychiater.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 27 januari 2027. Betrokkene verblijft met deze machtiging in [accommodatie].
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 27 januari 2026 voor betrokkene is afgegeven.
4 De standpunten
Betrokkene zegt dat het hartstikke goed gaat met haar. Ze zegt dat ze heel zelfstandig was, maar met een groep op het terrein waar ze woont base coke is gaan gebruiken omdat ze daar zin in had. Betrokkene zegt dat ze daarna opgenomen is. Nu gaat het weer goed en wil ze graag terug naar [plaats]. Betrokkene zegt dat het zeven maanden heel goed ging en ze zich gewoon aan de afspraken rondom medicatie heeft gehouden. Dat gaat ze nu opnieuw doen. Betrokkene wil absoluut niet terug naar een depot.
De psychiater zegt dat er bij betrokkene een acuut psychotisch beeld was waardoor ze zich ging onttrekken aan zorg. Daarnaast zijn de beperkte cognitieve vermogens van betrokkene een bijkomende kwetsbaarheid. De psychiater ziet verbetering in het toestandsbeeld van betrokkene, maar ze zijn er nog niet. De opties en het verdere plan, zoals medicatie in tabletvorm of depotvorm, moeten nog verder worden onderzocht. Daar moet een afweging tussen worden gemaakt. De psychiater zegt de wijziging van de zorgmachtiging te hebben aangevraagd voor het geval dat betrokkene opnieuw ontregelt. Ze kan dan op de HIC worden opgenomen. Insluiten is daarbij volgens de psychiater noodzakelijk omdat een gedeelte van de afdeling waar het rustiger en prikkelarm is, als insluiten wordt aangemerkt.
De advocaat zegt dat betrokkene het prima vindt om nog even, maximaal drie weken, te blijven. Als het korter kan, dan liever korter. De advocaat zegt dat betrokkene absoluut geen depot wil. Ze vindt het geen enkel probleem om tabletten in te nemen en wil verder overal aan meewerken (bijv. controles). Ook contact houden en afspraken maken met de zorg vindt betrokkene geen probleem. De advocaat merkt op dat alles wat in de stukken staat wat niet goed ging, heel snel doorbroken is. Betrokkene klaart snel op, waardoor de advocaat zich afvraagt of insluiten daadwerkelijk nodig is. Tot slot wenst de advocaat nog op te merken dat ze het erg jammer zou vinden als het depot straks een strijdpunt gaat worden. Wat de advocaat betreft gaat dat echt het doel voorbij.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Bij betrokkene was sprake van een verergering van de psychotische klachten door een terugval in drugsgebruik. Hierdoor heeft betrokkene ernstig verbaal en fysiek dreigend gedrag vertoond. Daarnaast prostitueert betrokkene zichzelf om het drugsgebruik te bekostigen. Ook is sprake van slechte zelfzorg met ernstige verwaarlozing en gewichtsverlies tot gevolg.
Om deze (dreigende) noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het risico op een terugval in drugsgebruik is bij betrokkene aanwezig met een verslechtering in het toestandsbeeld als gevolg. Het is van belang om meteen in te kunnen grijpen om het toestandsbeeld van betrokkene te verbeteren. Dit is op vrijwillige basis niet mogelijk gebleken. Betrokkene ziet de noodzaak van medicatie niet in en blijft niet voldoende lan in beeld bij zorgverleners, waardoor geen zicht is op haar medicatie-inname. Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg ook na de toegepaste tijdelijke verplichte zorg aanvullend nodig:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
-
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
-
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoek van de officier van justitie, ook de zorgvorm ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Daarbij overweegt de rechtbank dat de inzet van deze zorgvorm noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat betrokkene in contact met de zorgverleners moet blijven. Hierdoor kan de situatie van betrokkene goed worden gemonitord. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz toewijzen.
Per abuis is deze verplichte vorm van zorg niet op de mondelinge kennisgeving aangekruist. De rechtbank merkt hierbij op dat de beschikking leidend is.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de hierna genoemde vormen van verplichte zorg gelden:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
-
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
-
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Deze vormen van verplichte zorg gelden voor de resterende duur van de zorgmachtiging.
6 De beslissing
De rechtbank:
wijzigt de zorgmachtiging die op 27 januari 2026 is verleend voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
-
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
-
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat de machtiging geldt tot en met 27 januari 2027.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 31 juli 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.