ECLI:NL:RBZWB:2026:7920

Datum uitspraak
20-07-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/02/448751 / FA RK 26-2787
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Intrekkingsbeschikking

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Middelburg

Zaaknummer: C/02/448751 / FA RK 26-2787

datum uitspraak: 28 juli 2026

beschikking vervangende toestemming vakantie

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 1],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. M. Erkens te Den Haag,

en

[de man] ,

wonende te [woonplaats 2],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.

1 Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 2 juni 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het op 16 juli 2026 ontvangen verweerschrift met bijlagen;

- het op 17 juli 2026 door mr. Erkens ingediende F9-formulier met bijlage;

- het op 17 juli 2026 door mr. Erkens ingediende F5-formulier;

- het op 17 juli 2026 door mr. Bronsveld ingediende F9-formulier.

2 Het verzoek en de beoordeling

2.1.

De vrouw verzoekt bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak:

- [minderjarige] toe te vertrouwen aan de vrouw;

- de zorgregeling uit de beschikking van 5 februari 2020 en het ouderschapsplan op te schorten totdat in de bodemprocedure nader is beslist;

- een bijzondere curator te benoemen voor [minderjarige];

- en te bepalen dat de bijzondere curator en/of de therapeut van [minderjarige] beslissen over het contactherstel met de man, de frequentie, de duur en de wijze waarop het contact wordt hersteld en kan plaatsvinden.

2.2.

Bij bericht van 17 juli 2026 heeft mr. Erkens namens de vrouw haar verzoeken om het treffen tot voorlopige voorzieningen gewijzigd in de zin dat ze de oorspronkelijke verzoeken intrekt en vervangt door het verzoek om haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de man vervangt, om met [minderjarige] op vakantie te gaan naar Frankrijk in de periode 4 tot en met 17 augustus 2026.

2.3

Bij bericht van 17 juli 2026 heeft mr. Erkens namens de vrouw laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de vakantie en dat ook het gewijzigde verzoek wordt ingetrokken.

2.4.

Bij bericht van 17 juli 2026 heeft ook mr. Bronsveld namens de man laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt ter zake het gewijzigde verzoek vervangende toestemming vakantie.

2.5.

Gelet op voormelde intrekking ligt het verzoek van de vrouw niet langer ter beoordeling voor. De rechtbank zal de vrouw om die reden dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in tegenwoordigheid van drs. Swint, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »