ECLI:NL:RBZWB:2026:6815

Datum uitspraak
23-06-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/448947 / FA RK 26-2874
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek voor een zorgmachtiging. De rechtbank heeft voldoende vertrouwen in de vrijwillige medewerking van betrokkene aan de noodzakelijke (depot)medicatie.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448947 / FA RK 26-2874

Datum uitspraak: 23 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1] ,

verblijvende te [plaats 1] aan de [adres] ,

advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

  • mevrouw [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;

  • mevrouw [persoon 2] , persoonlijk begeleider;

  • mevrouw [persoon 3] , curator.

Tevens was aanwezig tijdens de mondelinge behandeling, maar is niet gehoord, de heer [persoon 4] , specialist ouderengeneeskunde in opleiding;

1.3.

De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 28 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene heeft het een beetje naar haar zin in de accommodatie waar ze nu verblijft. Er zijn in de ochtend activiteiten waar betrokkene weleens aan mee doet. Soms heeft ze daar plezier aan, maar soms ook niet. Betrokkene zegt nog steeds woest te kunnen worden om alle verhuizingen die zij heeft moeten doorstaan. Betrokkene is het wel eens met het krijgen van medicatie, maar niet met de depotmedicatie onder dwang.

4.2.

De specialist ouderengeneeskunde zegt dat betrokkene snel kan ontregelen. Ze kan dan haar hele kamer verbouwen. Dat kan gebeuren als er op een bepaald vlak iets niet goed gaat, zoals bijvoorbeeld het vele verhuizen. Betrokkene stopt dan met haar medicatie, waarop de ontregeling volgt. De specialist ouderengeneeskunde zegt dat ze zoekende zijn naar een juiste balans voor betrokkene. Er wordt onderzocht of op den duur kan worden overgestapt op orale medicatie, omdat ze bijwerkingen ervaart van haar huidige medicatie. Ook wordt er gekeken naar een andere woonvoorziening, bijvoorbeeld in [plaats 2] , zodat betrokkene nu zelf een keuze kan maken in waar ze graag gaat wonen. De specialist ouderengeneeskunde vindt het voor betrokkene ook niet fijn dat ze hier moest gaan wonen, zonder dat ze daarin een keuze had. De specialist ouderengeneeskunde zegt dat betrokkene haar depotmedicatie niet wil. Als ze weet dat ze deze moet krijgen is ze soms ruim een dag weg en slaapt ze ergens in de stad op een bankje. Het is te vroeg om nu al over te gaan op orale medicatie, maar dat zou later, wanneer er een langere periode van stabiliteit is, misschien wel kunnen.

4.3.

De persoonlijk begeleider zegt dat de medicatie nu verplicht is en dat betrokkene daar dus geen keuze in heeft. Ze vraagt zich af of, wanneer betrokkene wel een keuze heeft in het nemen van medicatie, ze het dan niet gaat weigeren. Anderzijds wil de persoonlijk begeleider betrokkene graag het vertrouwen geven, maar ze twijfelt of ze dit met volle overtuiging durft te zeggen.

4.4.

De curator zegt dat ze de situatie van betrokkene fragiel vindt.

4.5.

De advocaat zegt dat hij betrokkene al een hele tijd kent. Vroeger was betrokkene wars van medicatie, maar dat is nu anders. Betrokkene wil het liefste orale medicatie. De advocaat vindt het prettig dat er met betrokkene wordt meegedacht en gunt haar het vertrouwen om op vrijwillige basis verder te gaan. De advocaat vindt dat betrokkene haar afspraken dan ook wel moet nakomen en binnenkort eens in [plaats 2] moet gaan kijken of daar wonen een fijne optie is. De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek.

5 De beoordeling

5.1.

Ingevolge artikel 6:4 lid 1 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging, indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:4 sub b tot en met e Wvggz.

5.2.

Ingevolge artikel 3:3 Wvggz kan als uiterste middel verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:1 Wvggz worden verleend, indien het gedrag van een persoon als gevolg van haar psychische stoornis, niet zijnde een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke handicap, leidt tot ernstig nadeel en indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieve met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg, gelet op het beoogde doel van verplichte zorg, evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

5.3.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is gebleken dat betrokkene momenteel is ingesteld op depotmedicatie. In het verleden is gebleken dat betrokkene erg kan ontregelen wanneer zij stopt met het innemen van haar medicatie. Het is van groot belang dat betrokkene medicatie blijft innemen om ernstig nadeel te voorkomen. Samen met de specialist ouderengeneeskunde wordt gekeken naar een vorm van orale medicatie, omdat betrokkene het niet eens is met haar depotmedicatie, mede vanwege de bijwerkingen. De specialist ouderengeneeskunde heeft in dit kader aangegeven dat het voor orale medicatie nu nog te vroeg is, maar dat ze hier later, na een langere periode van stabiliteit, naartoe over zouden kunnen stappen.

5.4.

Hoewel de specialist ouderengeneeskunde en persoonlijk begeleider niet met volle overtuiging kunnen zeggen dat het verlenen van zorg op vrijwillige basis goed zal gaan en betrokkene haar medicatie zal blijven innemen, willen zij haar graag het vertrouwen geven om op vrijwillige basis verder te kunnen gaan. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat er met betrokkene op vrijwillige basis afspraken te maken zijn. Betrokkene heeft tijdens de zitting voldoende bereidheid getoond om op vrijwillige basis depotmedicatie in te nemen. Tijdens de mondelinge behandeling is met betrokkene afgesproken dat zij het advies van de psychiater zal opvolgen en depotmedicatie blijft accepteren zo lang dit nodig is. Daarna kan, op advies van de psychiater, worden overgestapt op orale medicatie.

5.5.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt aldus niet voldaan aan de criteria die de wet stelt.

6 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 3 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »