RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449386 / FA RK 26-3132
Datum uitspraak: 22 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvend bij [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Yeral;
- mevrouw [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
- de heer [persoon 2] , arts;
- een begeleider van de afdeling.
Uit artikel 6:1 Wvggz jo. artikel 7:8 lid 1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Betrokkene is aanwezig geweest bij de zitting maar hij heeft zijn mening – ondanks herhaalde pogingen van de rechtbank – niet kenbaar gemaakt. Betrokkene staart tijdens de zitting naar het plafond. Halverwege de zitting sluit betrokkene zijn ogen en steekt hij zijn tong naar buiten. Op de vragen van de rechtbank, de advocaat en de behandelaar reageert betrokkene niet. De rechtbank heeft daarop geconcludeerd dat betrokkene kennelijk niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft op grond van nawerking van de crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 3] . De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom heeft de crisismaatregel op 17 juni 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De standpunten
De behandelaar licht tijdens de zitting toe dat het op dit moment onduidelijk is of er bij betrokkene sprake is van een katatonistisch beeld met een onderliggende psychose, alleen een psychose of ingezet gedrag. Volgens de behandelaar is het beeld wisselend. Op sommige momenten is het mogelijk om contact te maken met betrokkene, maar op dit niet en is hij niet te sturen. Verder is het onduidelijk of betrokkene middelen gebruikt. Betrokkene accepteert sinds afgelopen vrijdag zijn medicatie maar daarvoor werd de medicatie onder dwang ingenomen. Verder licht de behandelaar toe dat er sprake is van ernstig nadeel. Zo is betrokkene in de thuissituatie naakt achter jonge jongens aangelopen. Ook heeft hij afgelopen vrijdag een separeerruimte besmeerd met ontlasting.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. De advocaat heeft betrokkene afgelopen donderdag in de separeerruimte bezocht. Betrokkene heeft toen geen antwoord gegeven op de vragen van de advocaat.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat sprake is van een risico op ernstig psychisch letsel bij betrokkene, maatschappelijke onrust, potentiële schade voor minderjarigen en gevaar op het afroepen van agressie over zichzelf. Zo is betrokkene naakt achter jonge jongens aangelopen. Verder is er sprake van dreigend somatisch nadeel, waaronder dehydratie en spierafbraak.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een vermoeden van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Het is de rechtbank tijdens de zitting gebleken dat het niet mogelijk is om de zorg op vrijwillige basis te verlenen. Zo toont betrokkene op de zitting geen enkele medewerking en hij is wisselend in zijn bereidheid de benodigde medicatie in te nemen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 6 juli 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.