ECLI:NL:RBZWB:2026:5933

Datum uitspraak
02-06-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/02/446711 / JE RK 26-577
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 1:255 jo 1:260 BW. Verl. OTS. Afwijzing verl. MUHP vanwege ernstige zorgen over minderjarige op de groep.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/446711 / JE RK 26-577

Datum uitspraak: 2 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,

gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats] ,

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 april 2026.

1.2.

De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 2 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordigster van de GI.

1.3.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

1.4.

Aan de partner van de moeder, dhr. [persoon] , is bijzondere toestemming verleend om de zitting bij te wonen.

1.5.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

[minderjarige] is erkend door de vader.

2.2.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juni 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld en een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 4 juni 2025 tot 4 juni 2026.

2.4.

[minderjarige] verblijft sinds 7 januari 2025 in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder ( [accommodatie] ).

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van zes maanden.

3.2.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

De GI

4.1.

Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Op 14 november 2025 is [minderjarige] overgeplaatst naar een andere behandelafdeling binnen [accommodatie] . Hij gaat wekelijks op maandag naar huis. Deze bezoeken worden begeleid door de persoonlijk begeleider van zijn moeder vanuit [hulpverlening 1] . Er zijn veel zorgen over [minderjarige] . Het gaat niet goed met hem op de groep. Hij loopt vaak weg en doet zichzelf pijn. [minderjarige] kampt met ernstige hechtingsproblemen en trauma-gerelateerd gedrag. Hij is overalert, raakt snel overprikkeld en vertoont agressief en zelfbeschadigend gedrag. Door de vele wisselingen in woonplekken en de onduidelijke gezinssituatie ervaart [minderjarige] veel onrust. Dit heeft er ook voor gezorgd dat er geen tot weinig behandeling is geweest en er hierbij ook sprake is van een stagnatie in zijn algehele ontwikkeling. In het verleden hebben zich heftige escalaties voorgedaan in de thuissituatie. Het contact tussen [minderjarige] en zijn moeder is op dit moment aan het herstellen. De GI wil voorkomen dat [minderjarige] thuis wordt geplaatst en vervolgens opnieuw uit huis wordt geplaatst, omdat hij nog geen behandeling heeft ontvangen en het daarom thuis misschien lastig zal gaan. De eerdere uithuisplaatsingen zijn voor [minderjarige] erg traumatisch geweest. De GI acht het daarom van belang dat [minderjarige] eerst de juiste traumatherapie krijgt voordat hij teruggaat naar huis. De GI maakt zich echter wel erg veel zorgen over de situatie. Op de groep waar [minderjarige] nu verblijft is geen passende behandeling ingezet. Ook maakt de GI zich grote zorgen over de veiligheid van [minderjarige] op de groep. De GI bevestigt de zorgen van de moeder en haar partner.

De moeder

4.2.

De moeder en haar partner maken zich grote zorgen over het welzijn van [minderjarige] . Het gaat niet goed met hem op de groep: hij loopt vaak weg, verwondt zichzelf en er vinden wekelijks incidenten plaats. Soms loopt hij zelfs dagenlang ’s nachts op straat. [accommodatie] is niet geschikt en onvoldoende gekwalificeerd om met [minderjarige] gedrag om te gaan. De moeder geeft aan dat ze al lange tijd om extra hulp thuis vraagt, maar dat dit niet van de grond komt vanwege financiële moeilijkheden tussen gemeente Breda en gemeente Moerdijk. Mocht [minderjarige] weer thuis komen wonen, dan kan de moeder vragen of de al betrokken hulpverlening van [hulpverlening 2] extra ondersteuning kan bieden. Ook de partner kan helpen. Zowel de moeder als haar partner benadrukken dat ze zich grote zorgen maken en dat er dringend iets moet gebeuren om [minderjarige] veiligheid te waarborgen. Zij willen dat [minderjarige] zo snel mogelijk terug naar huis komt.

5 De beoordeling

Ondertoezichtstelling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Op 14 november 2025 is [minderjarige] overgeplaatst naar de huidige behandelafdeling binnen [accommodatie] . Er zijn veel zorgen over hem. Bij [minderjarige] is sprake van complexe problematiek, waaronder hechtingsproblematiek en traumagerelateerd gedrag. Hij heeft moeite met het reguleren van zijn emoties, raakt snel overprikkeld en vindt het lastig om zich aan te passen aan onverwachte situaties. Daarnaast vertoont hij agressief gedrag, beschadigt zichzelf en zoekt negatieve aandacht wanneer hij overbelast raakt. Hij is voortdurend alert en gespannen. Ook thuis heeft [minderjarige] veel instabiliteit en onveiligheid ervaren. Hij heeft meerdere crisissituaties en uithuisplaatsingen meegemaakt, wat voor hem zeer traumatisch is geweest. Tot op heden heeft hij nog echter geen traumatherapie gehad.

5.3.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt daarmee nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter acht het van belang dat de GI betrokken blijft, zodat zowel [minderjarige] als zijn moeder ondersteund wordt en er met hulp van de GI gezocht kan worden naar passende hulpverlening. De ondertoezichtstelling is daarom nog nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.

Machtiging tot uithuisplaatsing

5.4.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting naar voren is gekomen blijkt dat het niet goed gaat met [minderjarige] op de groep. [minderjarige] loopt vaak weg, verwondt zichzelf en er vinden wekelijks incidenten plaats. Soms is hij zelfs dagenlang ’s nachts op straat. De GI heeft aangegeven dat er bij [accommodatie] een wachtlijst van een jaar is voor traumatherapie, en dat andere hulpverlening niet van de grond komt. De kinderrechter vindt dit een zeer zorgelijke situatie. Het is onverantwoord dat [minderjarige] nog langer op de groep blijft nu zijn veiligheid daar niet kan worden gewaarborgd.

5.5.

De kinderrechter zal daarom het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing afwijzen. Het is belangrijk dat er in de thuissituatie van de moeder snel extra hulpverlening wordt ingezet, met name voor in de weekenden. De moeder en de rest van het gezin mogen niet overbelast raken en het moet niet opnieuw escaleren. Door de complexe voorgeschiedenis is het essentieel dat zowel moeder als [minderjarige] thuis goede hulp en begeleiding krijgt. Daarnaast benadrukt de kinderrechter dat traumabehandeling voor [minderjarige] van groot belang is.

5.6.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.7.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 4 juni 2026 tot 4 juni 2027;

6.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.3.

wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] .

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 10 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »