RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 02-265101-25
raadkamernummer : 26-002789
datum : 02 juli 2026
beslissing van de meervoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[de klager] ,
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S.J. Jansen, advocaat te AMSTERDAM (Valeriusplein 20A, 1075 BH AMSTERDAM),
hierna te noemen: de klager, tevens beslagene.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
-
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 27 januari 2026 ter griffie van deze rechtbank;
-
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 19 november 2026 onder beslagene in het strafvorderlijk onderzoek tegen [bedrijf] GmbH in beslag is genomen: een Mercedes-Benz met kenteken [kenteken] ;
-
de reactie van de officier van justitie en
-
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 4 juni 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie, mr. Nieuwenhuis gehoord. Mr. S.J. Jansen, gemachtigd raadsman van klager, is telefonisch gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
De belanghebbende is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Dit is: [bedrijf] GmbH, tevens verdachte.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Mr. Jansen heeft per mail zijn standpunt naar voren gebracht.
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat niet duidelijk is dat klager ook de rechthebbende is van de auto. Daarom dient het klaagschrift niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er nog onderzoeksbelang is en dat gelet op de verdenking van witwassen en mogelijk valsheid in geschrifte jegens klager, het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend, de auto zal verbeurdverklaren. Daarom dient het klaagschrift ongegrond te worden verklaard.
2 De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of klager ontvankelijk is in zijn klaagschrift. De rechtbank stelt vast dat klager in het klaagschrift heeft gesteld dat hij de “gebruiker” van de auto is. Klager is volgens de dossierstukken verhoord en heeft toen verklaard dat hij de auto huurde. Onder die omstandigheden, kan de rechtbank niet vaststellen dat hij de eigenaar (rechthebbende) van de auto is. Om die reden zal de rechtbank klager niet-ontvankelijk verklaren in het klaagschrift.
3 De beslissing
De rechtbank verklaart:
- klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 2 juli 2026. genomen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 juli 2026.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).