RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448254 / FA RK 26-2526
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
-
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
-
mevrouw [persoon 1] , behandelaar GGZ;
-
[persoon 2] , teamleider.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
-
mevrouw [persoon 3] , mentor;
-
de heer [persoon 4] , collega behandelaar GGZ.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 23 mei 2026.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij de afgelopen jaren gewend is geraakt aan de zorgmachtiging. Betrokkene baalt van de zorgmachtiging, maar denkt af en toe dat het toch wel fijn is dat de machtiging er is. Daarnaast geeft betrokkene aan dat het beter gaat en hij het enorm naar zijn zin heeft bij de dagbesteding. In het afgelopen jaar heeft betrokkene flink zijn uren uitgebreid door wilskracht en motivatie. Voorts geeft betrokkene aan dat hij heel erg thuis is in het groen en van alles in de tuin doet. Wanneer betrokkene veel in zijn hoofd zit, dan vindt hij het lastig om hulp te vragen. Uiteindelijk wil betrokkene het liefst geen zorgmachtiging.
De teamleider verklaart dat betrokkene het lastig vindt om hulp te vragen, maar dat zij goed zicht op hem hebben om meteen in te kunnen grijpen.
De behandelaar deelt mede dat in eerste instantie de bedoeling was om de zorgmachtiging te laten verlopen, omdat betrokkene goed in de samenwerking zit. Uiteindelijk is er een gesprek geweest waarin is aangegeven dat het toch spannend is gezien de situatie rondom het finetunen van de medicatie. De zorgmachtiging is als stok achter de deur nodig, omdat betrokkene soms kwetsbaar is en het ziet met name op het goed kunnen opvolgen in de medicatieverbetering. Anderzijds ziet de behandelaar ook dat er sprake is van een stabiele situatie en het contact goed verloopt. Indien de zorgmachtiging verlengd wordt, dan is een periode van zes maanden zeker voldoende. De behandelaar geeft aan dat zij zich ervan bewust is dat de zorgmachtiging te laat is ingediend.
De advocaat geeft aan dat het goed gaat met betrokkene en dat hij zich hier prettig voelt. Betrokkene komt zijn afspraken na en is trouw in het nemen van medicatie. Enerzijds heeft betrokkene liever geen zorgmachtiging, maar anderzijds snapt hij de zorgmachtiging wel. Betrokkene wil namelijk niet terugvallen in een psychotische episode en heeft veel goede stappen gezet. Volgens de advocaat wil betrokkene liever geen zorgmachtiging, maar hij weet ook dat hij er nog niet helemaal is en nog niet helemaal zonder een zorgmachtiging verder kan. Volgens de advocaat is het daarom misschien wel fijn dat het verzoek ‘te laat’ is ingediend en maar voor zes maanden verlengd kan worden. In die zes maanden kan betrokkene geleidelijk uit verplichte zorg en in een vrijwillig kader verder.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat er bij betrokkene sprake is van een psychotische kwetsbaarheid, waarbij psychoses veelal geluxeerd worden door middelengebruik. Binnen de beschermde woonvorm waar betrokkene momenteel verblijft is met regelmaat sprake van een terugval in middelengebruik waarna betrokkene decompenseert. In psychotische toestand reageert betrokkene agressief, verwaarloost hij zichzelf in ernstige mate en veroorzaakt hij veel overlast.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. In periodes van terugval in het middelengebruik, verdampt het ziekte-inzicht van betrokkene en stelt hij zich zeer afwerend op ten opzichte van de hulpverlening. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden gelet op de termijnoverschrijding zoals benoemd artikel 6:6 lid 2 Wvggz.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 december 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 5 juni 2026. |
||
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.