ECLI:NL:RBZWB:2026:10557

Datum uitspraak
29-10-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Zaaknummer
02-267446-23
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak onvoldoende steunbewijs.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-267446-23

vonnis van de meervoudige kamer van 29 oktober 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]

niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen

laatst bekende [adres 1]

raadsman mr. P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 oktober 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman mr. R.A.H. van Huijgevoort, die waarneemt voor mr. P van de Kerkhof.

De officier van justitie, mr. J. Verschuren, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen [benadeelde] (hierna telkens: [benadeelde] ) heeft gegijzeld, dan wel ontvoerd en van zijn telefoon en portemonnee met inhoud heeft beroofd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie voert aan dat hij niet met voldoende zekerheid kan stellen dat de aangifte betrouwbaar is, waardoor de basis onder het bewijs wegvalt. Daarom verzoekt hij verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde feiten.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen omdat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat zij, anders dan de officier van justitie en de raadsman, de verklaring van [benadeelde] wel betrouwbaar en bruikbaar acht. [benadeelde] heeft namelijk in de aangifte en de verklaring die hij daarna heeft afgelegd uitgebreid en gedetailleerd verklaard, welke verklaringen op essentiële onderdelen steun vinden in objectieve bewijsmiddelen. Dat aangever tweeëneenhalf jaar later bij de rechter-commissaris op onderdelen anders heeft verklaard en zich niet alles meer kan herinneren, doet daaraan niet af. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier volgt dat [benadeelde] slachtoffer is geworden van een gijzeling en een diefstal met geweld van onder andere zijn telefoon en bankpas met bijbehorende pincodes.

Vervolgens is aan de orde de vraag of verdachte als pleger of medepleger van deze feiten kan worden aangemerkt. Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken concludeert de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte fysiek bij de vrijheidsberoving van [benadeelde] aanwezig is geweest. Ook overigens is er geen bewijs voor betrokkenheid bij de vrijheidsberoving en de diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Gelet hierop kan verdachte dan ook niet gekoppeld worden aan de op [benadeelde] uitgeoefende dwang en/of bedreiging om zijn telefoon, zijn portemonnee met inhoud en zijn pincodes af te geven.

Uit het dossier leidt de rechtbank af dat de dag na de vrijheidsberoving twee keer is geprobeerd om geld te pinnen van de rekening van [benadeelde] . Ook hebben er na de vrijheidsberoving meerdere transacties op zijn rekening plaatsgevonden, waaronder transacties in winkels in Eindhoven met de gestolen pinpas. Opvallend is ook dat zeer kort na de vrijheidsberoving een nieuw apparaat werd gekoppeld aan de digitale bankomgeving van [benadeelde] , welk apparaat verbinding maakte met een IP-adres dat gekoppeld was aan de locatie [adres 2] . Dit is een pand voor begeleid wonen van een instelling genaamd “ [instelling] ”, waar verdachte op dat moment woonde. Op een iPhone 6 die in gebruik was bij verdachte werd verder een afbeelding aangetroffen van de bankomgeving van [benadeelde] . Ook zijn er sterke aanwijzingen dat verdachte kort na het incident gebruik heeft gemaakt van de inloggegevens van de bankrekening van [benadeelde] en dat verdachte contact heeft gehad met [benadeelde] .

De rechtbank overweegt op grond van het voorgaande dat verdachte op de een of andere manier wel degelijk betrokken is geweest bij transacties die na de vrijheidsberoving werden verricht met de bankrekening van aangever. De rechtbank kan echter op basis van het dossier niet vaststellen wat de rol van verdachte precies is geweest, of hij wegnemingshandelingen heeft verricht en hoe dat zou passen in het tenlastegelegde wegnemen van enig goed van aangever.

Dit maakt dat het dossier weliswaar sterke aanwijzingen bevat dat verdachte zeer kort na de vrijheidsberoving en de diefstal met geweld in het bezit was van de inloggegevens van de bankomgeving van aangever en daarvan gebruik heeft gemaakt, maar dit is onvoldoende om hem als medepleger van de tenlastegelegde feiten aan te kunnen merken. De rechtbank zal verdachte daarom van beide tenlastegelegde feiten vrijspreken.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van in totaal € 6.500,= voor de tenlastegelegde feiten 1 en 2.

Verdachte wordt vrijgesproken van de feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;

De benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Dekker, voorzitter, mr. C.E.M. Marsé en

mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 oktober 2026.

7 Bijlage I

De tenlastelegging

1hij op of omstreeks 21 november 2022 te Tilburg en/of Waalwijk en/of Eindhovenen/of 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met eenander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde] wederrechtelijk van devrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door die [benadeelde] eenklap op het hoofd te geven en/of diens handen vast te pakken en deze op diens rugvast te houden en/of hem vervolgens te dwingen op de achterbank van eenpersonenauto plaats te nemen en/of aan weerszijden van die [benadeelde] gaanzitten en/of die [benadeelde] (hierdoor) te beletten die auto te verlaten en/of die[benadeelde] een of meerdere machetes/messen te tonen en/of een machete/mestegen het been van die [benadeelde] te houden en/of daarmee in diens been teprikken met het oogmerk die [benadeelde] te dwingen iets te doen of niet te doen, teweten het op diverse (bank)locaties bij pinautomaten opnemen van geldbedragenvan de bankrekening(en) van die [benadeelde] ;( art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op of omstreeks 21 november 2022 te Tilburg en/of Waalwijk en/of Eindhovenen/of 's-Hertogenbosch, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ofmeer anderen, althans alleen, een portemonnee en/of bankkaarten en/ofcertificaten en/of Poolse valuta en/of een verzekeringskaart en/of eenkentekenbewijs en/of een telefoon (RedMi Note 10), in elk geval enig goed, dat/diegeheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander dan aan verdachteen/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan,vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegenvoornoemde [benadeelde] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor tebereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelfof andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij hetbezit van het gestolene te verzekeren, door die [benadeelde] een klap op het hoofd tegeven en/of diens handen vast te pakken en deze op diens rug vast te houden en/ofhem vervolgens te dwingen op de achterbank van een personenauto plaats tenemen en/of aan weerszijden van die [benadeelde] gaan zitten en/of die [benadeelde](hierdoor) te beletten die auto te verlaten en/of die [benadeelde] een of meerderemachetes/messen te tonen en/of een machete/mes tegen het been van die[benadeelde] te houden en/of daarmee in diens been te prikken en/of hem daarbijde woorden toe te voegen dat men wist waar [benadeelde] woont en dat hij en/ofzijn kinderen gedood zouden worden;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »