ECLI:NL:RBZWB:2025:3946

Datum uitspraak
17-06-2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11284524 \ CV EXPL 24-4336 (E)
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 11284524 \ CV EXPL 24-4336

Vonnis van 18 juni 2025

in de zaak van

BIRDS RESIDENTIAL COÖPERATIEF U.A.,

te Amsterdam ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Birds ,

gemachtigde: Bazuin & Partners,

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [huurder] ,

gemachtigde: mr. T.M. ten Velde.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 16 april 2025- de brief van 2 mei 2025 van Birds- de brief van 19 mei 2025 van [huurder] .

1.2.

Daarna is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1.

Birds heeft bij brief van 2 mei 2025 verzocht om herstel van voormeld vonnis. Zij heeft daartoe aangevoerd dat in de rechtsoverwegingen 6.1. en 6.3 sprake is van kennelijke fouten, omdat ten onrechte Birds is veroordeeld tot betaling van de huurachterstand (en de wettelijke rente) en de betaling van de proceskosten.

2.2.

[huurder] heeft bij brief van 19 mei 2025 bericht in te stemmen met het verzoek ten aanzien van de betaling van de huurachterstand, maar hij verzet zich tegen de aanpassing van de veroordeling in de proceskosten.

2.3.

De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout ten aanzien van de betaling van de huurachterstand, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2.4.

Ten aanzien van de proceskosten is de kantonrechter van oordeel het vonnis geen kennelijke fout bevat. Gebleken is dat Birds (in conventie) hoofzakelijk in het ongelijk is. De vordering tot ontbinding is afgewezen, net als een groot deel van de vordering tot betaling van de huurachterstand. Het resterende bedrag van € 21.540,81 mocht [huurder] immers opschorten, zoals in rechtsoverweging 5.17 tot en met 5.19 is geoordeeld. Het voorgaande betekent dat als volgt zal worden beslist.

3 De beslissing

De kantonrechter:

volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 16 april 2025 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de in de beslissing onder 6.1. opgenomen veroordeling als volgt dient te luiden:

“6.1 veroordeelt [huurder] om aan Birds te betalen een bedrag van € 23.857,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,”,

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 18 juni 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 16 april 2025;

bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 16 april 2025 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »