ECLI:NL:RBROT:2026:9751

Datum uitspraak
10-07-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/721753 / JE RK 26-1215
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OTS en verlenging MUHP gesloten. Alhoewel alle betrokkenen positieve stappen zetten, zijn zij het er over eens dat een thuisplaatsing op dit moment te vroeg komt.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/721753 / JE RK 26-1215

Datum uitspraak: 10 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de Raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad.,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] ,

advocaat mr. M. van Eck, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam pleegvader] en [naam pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de pleegouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres;

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 18 juni 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;

- het rapport van de Raad van 2 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;

- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 9 juli 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [voornaam minderjarige] met zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;

  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] ;

  • de moeder;

- de pleegouders.

De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan mw. [persoon C] , pleegzorgbegeleidster.

1.3.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover in het bijzijn van zijn advocaat voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De pleegouders zijn belast met de voogdij over [voornaam minderjarige] .

2.2.

[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Schakenbosch.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 april 2026 [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 16 juli 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 mei 2026 een machtiging verleend [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 16 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de Raad een machtiging te verlenen om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.

3.2.

De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De Raad ziet dat [voornaam minderjarige] de afgelopen periode goed zijn best heeft gedaan. [voornaam minderjarige] zit vol goede bedoelingen en de gedragsproblemen die eerder speelden zijn nu gedempt. De komende periode moet blijken hoe het met [voornaam minderjarige] gaat als hij meer ruimte krijgt. Daarnaast is het voor de Raad belangrijk om te wachten op de uitslag van het PO-onderzoek en de EMDR-therapie. De Raad begrijpt dat [voornaam minderjarige] graag naar huis wil en dat wil de Raad ook het liefst. Momenteel is het nog te vroeg voor een terugplaatsing. De Raad vindt het belangrijk dat [voornaam minderjarige] de komende periode begeleid blijft worden. Het is belangrijk om het vertrouwen tussen de pleegouders en [voornaam minderjarige] te borgen.

4 De standpunten

4.1.

De GI stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad en onderstreept zijn standpunt. Het is goed om gefaseerd terug te werken naar een plaatsing bij de pleegouders. De GI ziet ook nog gefaseerde stappen binnen de gesloten plaatsing van [voornaam minderjarige] . Aankomend weekend gaat [voornaam minderjarige] voor het eerst een weekend van vrijdag tot en met zondag naar de pleegouders. Dat is een spannend maar ook fijn moment. De situatie rondom [voornaam minderjarige] is nog pril en kwetsbaar. Het is belangrijk dat er niet te snel stappen worden gezet. De GI wil graag samen met [voornaam minderjarige] alle successen opbouwen en vanuit die positiviteit uit de negativiteit komen. De GI heeft de situatie van [voornaam minderjarige] ingebracht bij de zorgbemiddelingstafel. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] stap voor stap naar een open setting toewerkt, zodat hij stapsgewijs kan wennen aan een nieuwe omgeving.

4.2.

Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen de ondertoezichtstelling maar wel tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. De ondertoezichtstelling brengt een hoop positieve dingen mee voor [voornaam minderjarige] en hij is erg blij met de GI. [voornaam minderjarige] wil graag weg bij Schakenbosch en vindt het lastig om te horen dat dit momenteel niet kan. [voornaam minderjarige] is ongeduldig en wil graag stappen vooruitzetten.

4.3.

De pleegouders voeren ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de Raad. Zowel de pleegouders als [voornaam minderjarige] hebben de afgelopen periode hard gewerkt. De bezoekmomenten in de weekenden gaan goed. De pleegouders willen niets liever dan dat [voornaam minderjarige] weer thuis komt wonen, maar denken dat het nu nog te vroeg is. Het is voor de pleegouders belangrijk dat de thuisplaatsing op een verstandige wijze gaat. De pleegouders gaan binnenkort een week met [voornaam minderjarige] op vakantie, dat is een fijn vooruitzicht. De pleegouders hebben MDFT-gesprekken gehad. Het is belangrijk om samen met [voornaam minderjarige] om de tafel te zitten en te kijken hoe er met situaties wordt omgegaan.

4.4.

De moeder stemt ter zitting in met de verzoeken van de Raad. [voornaam minderjarige] is ontzettend hard zijn best aan het doen. Het gaat goed tussen [voornaam minderjarige] en de pleegouders. Het is belangrijk dat het de komende periode rustig blijft. [voornaam minderjarige] gaat een heftig proces in om tot de kern van zijn problematiek te komen. De moeder vindt het belangrijk dat zowel de pleegouders als [voornaam minderjarige] hun rust pakken. Het is te vroeg om te zeggen dat [voornaam minderjarige] niet meer in Schakenbosch hoeft te zitten. De ondertoezichtstelling geeft goede handvatten voor het geval dat het misloopt.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling.1 Ook is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.2 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Er zijn al langere tijd ernstige zorgen over [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft in zijn leven veel meegemaakt en wordt ernstig in zijn cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling bedreigd. Sinds mei 2026 verblijft [voornaam minderjarige] op een gesloten groep van Schakenbosch waar hij zich positief ontwikkelt. [voornaam minderjarige] krijgt structuur aangeboden, kan zich stabiliseren en volgt onderwijs. Alle betrokken partijen zien dat [voornaam minderjarige] hard zijn best doet en het is belangrijk om deze positieve lijn vast te houden. Daarvoor is ook de uitslag van het PO-onderzoek nodig. Door middel van deze diagnostiek kan verder onderzocht worden wat [voornaam minderjarige] nodig heeft om zijn positieve ontwikkeling voort te zetten. Uiteindelijk willen alle volwassenen in het leven van [voornaam minderjarige] , net als hijzelf, dat hij weer thuis bij de pleegouders gaat wonen, maar daar is het momenteel nog te vroeg voor. Gelet op het verleden is het van belang om het vertrouwen tussen de pleegouders en [voornaam minderjarige] opnieuw op te bouwen en te versterkten. De pleegouders zijn zeer betrokken, maar het is ook hen voor de uithuisplaatsing onvoldoende gelukt om [voornaam minderjarige] op een adequate manier te begrenzen. Zowel [voornaam minderjarige] als de pleegouders zullen de komende periode geholpen moeten worden om dit in de toekomst te kunnen voorkomen. Het is dan ook van belang dat stappen richting terugplaatsing bij de pleegouders zorgvuldig, gefaseerd en onder duidelijke voorwaarden plaatsvinden zodat zowel de pleegouders als [voornaam minderjarige] hier tijdig aan kunnen wennen. De kinderrechter is met de Raad en de GI van oordeel dat de gesloten machtiging tot uithuisplaatsing niet langer dan noodzakelijk moet duren.

5.3.

Gelet op het voorgaande is het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zijn verblijf bij Schakenbosch de aankomende periode wordt voortgezet, zodat hij structuur, stabiliteit en de begeleiding krijgt die hij nodig heeft. Een termijn van drie maanden is noodzakelijk gezien de complexe problematiek. Binnen Schakenbosch kunnen bovendien de vrijheden van [voornaam minderjarige] verder worden uitgebreid. Ook de gedragswetenschapper heeft een instemmende verklaring hiertoe gegeven.

5.4.

De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar. Ook zal de kinderrechter op grond van het bovenstaande de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden.

5.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing betreffende de ondertoezichtstelling uitvoerbaar bij voorraad zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 juli 2026 tot 10 juli 2027;

6.2.

verleent een machtiging om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 juli 2026 tot 10 oktober 2026;

6.3.

verklaart de beslissing onder 6.1 uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »