RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/718948 / JE RK 26-809
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
wonende in [woonplaats 1] , hierna te noemen: de moeder,
[de vader] ,
wonende in [woonplaats 2] , hierna te noemen: de vader.
1 Het verloop van de procedure
Op 28 april 2026 is ontvangen het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI van diezelfde datum.
Op 8 mei 2026 is ontvangen e-mailcorrespondentie tussen de vader en de GI van diezelfde datum. Op 11 mei 2026 is ontvangen een e-mailbericht van de vader aan de rechtbank.
Op 19 juni 2026 is ontvangen het verweerschrift (met bijlagen) van de vader.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader;
-
de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [vertegenwoordiger] .
2 De feiten
De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
De vader en de moeder zijn uit elkaar. [minderjarige] woont bij de moeder en verblijft om het weekend en in vakanties bij de vader.
Op 9 juli 2024 is [minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is daarna verlengd en loopt nu tot 9 juli 2026.
3 Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen met een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI licht het verzoek ter zitting – samengevat – toe als volgt. De verhouding tussen de ouders is nog steeds ernstig verstoord. Het traject Ouderschap Na Scheiding is niet van de grond is gekomen. De vraag rijst of een ondertoezichtstelling kan bijdragen aan verbetering van de verhouding tussen de ouders. [minderjarige] heeft in de afgelopen periode stappen vooruit gezet. Wel moet nog diagnostisch onderzoek worden verricht om te bepalen welk onderwijs passend voor hem is. Hulpverlening voor hem heeft op dit moment geen zin. Dat kan pas effectief zijn wanneer de ouders stoppen met hun onderlinge strijd.
4 Het standpunt van de moeder
De moeder staat achter verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij licht dat toe aan de hand van een schriftelijke verklaring, die in het dossier is gevoegd. De moeder brengt naar voren – samengevat – dat de communicatie met de vader sinds januari van dit jaar rustig verloopt, dat zij daardoor de voorzichtige hoop had er geen strijd meer wordt gevoerd, maar dat het verweerschrift van de vader die hoop weer heeft weggenomen. Monitoring door en ondersteuning van de GI blijft nodig op het gebied van de communicatie tussen de ouders, de persoonlijke situatie van de vader, de relatie tussen de vader en school, en de ontwikkeling van [minderjarige] . Omdat mogelijk sprake is van kind-eigenproblematiek, heeft school geadviseerd een diagnostisch onderzoek te laten verrichten. Daarvoor is toestemming nodig van de ouders, en samenwerking tussen de ouders onderling en tussen de ouders en school. Ook daarvoor is betrokkenheid van de GI nodig.
5 Het standpunt van de vader
De vader staat achter verlenging van de ondertoezichtstelling, mits wordt toegewerkt naar gelijkwaardig ouderschap. De vader brengt – samengevat – het volgende naar voren. Er is sprake van ouderverstoting. In het belang van [minderjarige] moet een 50/50-verdeling worden nagestreefd. De huidige regeling, waarbij [minderjarige] eenmaal per twee weken een weekend bij de vader verblijft, moet als vertrekpunt worden gehanteerd. De GI moet opdracht worden gegeven om binnen drie maanden toe te werken naar een structurele uitbreiding van de omgang, in de vorm van drie weekenden per maand. Verder moet het traject Ouderschap Na Scheiding opnieuw worden opgestart. Ditmaal niet in [woonplaats moeder], maar in [woonplaats vader], om elke schijn van partijdigheid en verwevenheid met het netwerk rondom de moeder te voorkomen, en om voor de vader een veilige, bereikbare setting te garanderen. Daarnaast moet de GI binnen een maand een herstelgesprek plannen tussen de vader en school, zodat de vader weer door school wordt betrokken en geïnformeerd. Tot slot moet passende hulpverlening voor [minderjarige] worden ingezet, gericht op het wegnemen van het loyaliteitsconflict waarin hij zich bevindt.
6 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hierna uit waarom.
De nu 7-jarige [minderjarige] is twee jaar geleden onder toezicht gesteld van de GI. Eén van de redenen daarvoor was dat de relatie tussen de (uit elkaar zijnde) vader en moeder ernstig verstoord is en dat [minderjarige] geconfronteerd werd met spanningen tussen de vader en de moeder. Die situatie is nauwelijks veranderd. De vader en de moeder hebben een negatieve kijk op elkaar, zo is ook ter zitting gebleken, en het lukt hen niet om samen te werken als ouders van [minderjarige] . Daardoor is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Om die bedreiging te kunnen wegnemen, is het traject Ouderschap Na Scheiding ingezet. Dat traject is echter voortijdig beëindigd. De GI en de vader verschillen van mening over de oorzaak daarvan. Positief is dat beide ouders ter zitting hebben aangegeven het traject opnieuw te willen proberen, in het belang van [minderjarige] . Betrokkenheid van de GI blijft nodig om ervoor te zorgen dat het traject opnieuw wordt opgestart en om het verloop van het traject te volgen. Verder zal in de komende periode – onder regie van de GI – een diagnostisch onderzoek moeten worden verricht bij [minderjarige] , omdat er vermoedens zijn van kind-eigenproblematiek. Daarna moet zo nodig passende hulpverlening worden ingezet.
Over de wens van de vader om toe te werken naar een 50/50 zorgverdeling merkt de kinderrechter op dat die wens, vanuit de vader gezien, begrijpelijk is, maar dat het belang van [minderjarige] – en zijn behoefte aan rust en stabiliteit – als uitgangspunt is genomen bij de zorgregeling die vorig jaar door de kinderrechter is vastgesteld en dat de omstandigheden in het afgelopen jaar niet zodanig zijn gewijzigd dat aanpassing van die regeling in het belang van [minderjarige] is.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling met een jaar en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 9 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.