RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/722140 / KG ZA 26-653
Vonnis in kort geding van 23 juli 2026
in de zaak van
EXPLOITATIE- EN BEHEERMAATSCHAPPIJ MERWESTREEK B.V.,
gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,
eisende partij,
advocaat: mr. B.J. Agteresch,
tegen
VAN HOUWELINGEN VASTGOED B.V.,
gevestigd te Sliedrecht,
gedaagde partij,
advocaat: mr. M.W. Renzen,
Partijen worden hierna Merwestreek en Van Houwelingen genoemd.
1 De zaak in het kort
Merwestreek en Van Houwelingen zijn actief in de projectontwikkeling. Zij hebben in 2004 een koopovereenkomst gesloten waarbij Van Houwelingen een perceel grond te [plaats 1] heeft verkocht aan Merwestreek, waarvoor Merwestreek toen een ‘waarborgsom’ van € 294.900 heeft voldaan, en welk perceel geleverd zou worden “binnen twee weken na verlening van een bouwvergunning die niet langer voor schorsing vatbaar is of zoveel eerder als juridische levering met omzetbelasting mogelijk is”. De levering heeft nog niet plaatsgevonden.
Merwestreek vordert in dit kort geding dat Van Houwelingen het perceel aan haar levert. Van Houwelingen meent dat zij – in hoofdlijnen – om twee redenen (nog) niet gehouden is de grond te leveren. Het btw-regime zou (nog) niet van toepassing zijn en Merwestreek stelt volgens Van Houwelingen niet op de overeengekomen wijze zekerheid voor een toeslag op de koopprijs. Merwestreek wordt in het gelijk gesteld.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 juli 2026, met bijlagen E1 tot en met E26;- de bijlage G1 van Van Houwelingen;- de mondelinge behandeling van 9 juli 2026;- de spreekaantekeningen van mr. Agteresch;
- de spreekaantekeningen van mr. Renzen.
3 Relevante feiten
Op 13 juli 2004 hebben Brix Plan Ontwikkeling B.V. en Merwestreek een koopovereenkomst gesloten waarbij Brix Plan Ontwikkeling B.V. een perceel grond verkocht aan Merwestreek. Van Houwelingen is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Brix Plan Ontwikkeling B.V.
Artikel 1 van de koopovereenkomst luidt:
“De voor de overdracht vereiste akte van levering zal worden verleden ten overstaan van [de notaris], binnen twee weken na verlening van een bouwvergunning die niet langer voor schorsing vatbaar is of zoveel eerder als juridische levering met omzetbelasting mogelijk is.”
De koopprijs van het perceel grond bedroeg € 294.900. Volgens de koopovereenkomst moest Merwestreek een waarborgsom betalen gelijk aan de koopprijs voor 14 juli 2004. Merwestreek heeft op 14 juli 2004 de volledige waarborgsom van € 294.900 voldaan op de kwaliteitsrekening van de notaris.
Partijen zijn een toeslag op de koopprijs overeenkomen onder voorwaarden.
De betreffende bepaling in de koopovereenkomst is artikel 4 lid 5 van de koopovereenkomst. Deze luidt:
Artikel 4 lid 5
“De koopprijs wordt vermeerderd met een toeslag van twintig euro (€ 20,00) per
centiare indien een bouwvergunning wordt verleend die niet langer voor schorsing vatbaar is voor de bouw van een zodanig aantal woningen, dat sprake is van een in het gebied gangbare woningdichtheid. Indien de woningdichtheid kleiner is dan in het gebied gangbaar is, wordt de toeslag evenredig verminderd, zodanig dat bij een woningdichtheid van zestig procent (60%) of minder van het in het gebied gangbare de toeslag nihil bedraagt. De toeslag kan echter nimmer groter worden dan twintig euro (€ 20,00) per centiare.”
Verder zijn de volgende bepalingen uit de overeenkomst voor dit kort geding van belang.
Artikel 4 lid 7
“Indien juridische levering plaatsvindt voordat de toeslag zal worden voldaan zal koper tot zekerheid voor de betaling van de toeslag, hypothecaire zekerheid stellen tot een bedrag van twee honderd duizend euro (€ 200.000,00) en overigens conform de voorwaarden als in artikel 3 lid 4 bepaald.”
Artikel 3 lid 4
“Tot meerdere zekerheid voor de nakoming door verkoper van de
terugbetalingsverplichting van de waarborgsommen in verband met de
onderhavige koop en/of het bepaalde in deze koopakte, zal verkoper ter
gelegenheid van de betaling van de sub 1) bedoelde waarborgsommen ten
behoeve van koper - en voor rekening van koper - op het verkochte een recht van
eerste hypotheek vestigen tot het door koper ts bepalen bedrag. Op de
hypotheek(verlening) en het pandrecht/de pandrechtverlening ten behoeve van
koper zullen van toepassing zijn de Algemene Voorwaarden voor Hypotheken
van de Rabobankorganisatie negentienhonderd tweeënnegentig, die zijn
gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht op drie juni
negentienhonderd eenennegentig, en het bepaalde in de Algemene
Bankvoorwaarden, geldende in het verkeer tussen de Coöperatieve Centrale
Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., gevestigd te Amsterdam, casu quo de bij haar
aangesloten banken, en haar cliënten welke algemene voorwaarden te deze van
overeenkomstige toepassing verklaard worden on waarvoor in plaats van “bank”
gelezen dient te worden “koper”.”
4 De vorderingen
Merwestreek vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
1. Van Houwelingen veroordeelt om binnen vijf (5) werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis haar onvoorwaardelijke medewerking verleent aan het verlijden van de notariële akte van levering van het perceel kadastraal bekend [gemeente] , [sectie 1] , [perceelnummer 1] , groot 98 are en 30 centiare, ten overstaan van [notaris] (of diens waarnemer) te [plaats 2] , conform de concept-akte van levering die als productie 8 in het geding is gebracht, zulks tegen gelijktijdige voldoening door Merwestreek van het haar uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigde onder verrekening van de betaalde waarborgsom van € 294.900 en onder gelijktijdige vestiging ten gunste van Van Houwelingen van een eerste recht van hypotheek tot een bedrag van € 200.000 op het appartementsrecht aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats 3] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectie 2] , [perceelnummer 2] , toebehorende aan Saffier Onroerend Goed B.V., welke vennootschap zich tevens als hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden voor de eventuele toeslagverplichting van Merwestreek uit hoofde van artikel 4 lid 7 van de koopovereenkomst tot een bedrag van € 200.000;
2. Van Houwelingen veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 10.000 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Van Houwelingen in gebreke blijft aan de onder 1. bedoelde veroordeling te voldoen, zulks tot een maximum van € 500.000;
Subsidiair:
3. bepaalt dat het in deze te wijzen vonnis op de voet van artikel 3:300 BW dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van de zijde van gedaagde tot levering van voornoemd perceel aan Merwestreek, dan wel bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van de voor de levering vereiste medewerking en/of wilsverklaring van Van Houwelingen, dan wel een vertegenwoordiger aanwijst die namens Van Houwelingen de leveringshandeling zal verrichten;
In alle gevallen:
4. Van Houwelingen veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien (14) dagen na de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de nakosten conform het liquidatietarief.
Merwestreek legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Volgens Merwestreek maakt zij gebruik van de leveringsmogelijkheid waarin de koopovereenkomst voorziet, namelijk die van artikel 1 juncto artikel 4.7 van de koopovereenkomst. Zij vordert op basis daarvan nakoming van de leveringsafspraak in de koopovereenkomst.1 . Van Houwelingen weigert te leveren maar heeft daarvoor geen rechtens te respecteren belang.
Van Houwelingen voert verweer. Van Houwelingen concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Merwestreek, met veroordeling van Merwestreek in de kosten van deze procedure.
Van Houwelingen voert kort gezegd aan dat (nog) geen sprake is van een bouwterrein terwijl zij ingevolge artikel 2 lid 2 van de koopovereenkomst verplicht is het verkochte als bouwterrein te leveren zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet op de Omzetbelasting 1968.
Voorts voert Van Houwelingen aan dat Merwestreek niet op de in de koopovereenkomst overeengekomen wijze zekerheid biedt voor de toeslag op de koopprijs, waarbij Van Houwelingen zich beroept op artikel 4 lid 7 jo artikel 3 lid 4 van de koopovereenkomst.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom beoordelen of Merwestreek ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Verder moet de voorzieningenrechter in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Of de gevraagde voorzieningen worden verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Spoedeisend belang
Merwestreek heeft gesteld en onderbouwd dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen omdat het perceel is doorverkocht aan een derde (GEM), ten behoeve van fase 2 van het woningbouwproject “De Boomgaard” te [plaats 1] . Merwestreek Projecten is als verkopende partij jegens GEM gehouden tot de levering van het perceel. Merwestreek Projecten kan het perceel slechts leveren aan GEM nadat zij het perceel (met een tussenstap via Merwestreek) van Van Houwelingen heeft verkregen.
Op 2 juni 2026 heeft GEM Merwestreek Projecten in gebreke gesteld en gesommeerd om uiterlijk 1 juli 2026 tot levering over te gaan. GEM heeft medegedeeld dat zij bij niet-tijdige levering de schade op Merwestreek Projecten zal verhalen, naast de inning van contractuele boetes. GEM heeft de grond nodig om haar afspraken met de Gemeente Voorne aan Zee en het Waterschap na te komen. De dreigende schade is daarmee niet enkel contractueel van aard, maar heeft een breder projectmatig en publiekrechtelijk karakter.
De schade die Merwestreek Projecten lijdt als gevolg van niet-tijdige doorlevering aan GEM, vloeit rechtstreeks voort uit de weigering van Van Houwelingen om de eerste schakel van de leveringsketen (de levering aan Merwestreek) te vervullen. Merwestreek is als groepsvennootschap van Merwestreek Projecten gehouden de schade die Merwestreek Projecten lijdt intern te dragen. De schade treft daarmee ook Merwestreek.
Van Houwelingen betwist het spoedeisende belang van Merwestreek. Van Houwelingen voert kort gezegd aan dat het perceel (nog) niet kwalificeert als bouwterrein, en dat daarom Merwestreek Projecten (ook) nog niet gehouden is de grond te leveren aan GEM en dus geen gevolg aan de sommatie van GEM hoeft te geven. Maar Van Houwelingen betwist niet dát GEM Merwestreek Projecten heeft gesommeerd om het perceel voor 1 juli 2026 te leveren. Het spoedeisend belang van Merwestreek is daarmee voldoende onderbouwd.
De vorderingen worden toegewezen
De voorzieningenrechter wijst de primaire vordering van Merwestreek toe. De voorzieningenrechter merkt daartoe het volgende op. Partijen zijn het in hoofdlijnen op twee punten oneens. Anders gezegd, vanwege twee redenen meent Van Houwelingen niet gehouden te zijn tot levering van het perceel aan Merwestreek. De voorzieningenrechter bespreekt die twee redenen hierna en concludeert dat die redenen om niet te leveren, niet op gaan.
(1) Kwalificatie van het perceel als bouwgrond?
Het eerste punt betreft de vraag of het tweede ‘triggermoment’ uit artikel 1 van de koopovereenkomst zich voordoet, te weten, dat juridische levering met omzetbelasting mogelijk is.
Bepalend hierbij is of het perceel kwalificeert als bouwterrein.
Als het perceel niet kwalificeert als bouwterrein is de koper overdrachtsbelasting verschuldigd en is de levering vrijgesteld van btw.
In 2004 streefden partijen kennelijk fiscale optimalisatie na ten tijde van de levering, en die was erin gelegen dat de grond onder het btw-regime moest worden geleverd.
Juridische levering met omzetbelasting vereist dus dat het perceel kwalificeert als bouwterrein in de zin van artikel 11 lid 6 Wet op de omzetbelasting.
“Onder een bouwterrein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt verstaan onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen.”
Merwestreek heeft onderbouwd dat sprake is van een onbebouwd perceel dat bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen. De voorzieningenrechter somt de onderbouwing op:
-
i) het bestemmingsplan “De Boomgaard’ staat voor fase 1 al woningbouw toe. Het perceel ligt in fase 2, waarvoor al diverse plannen zijn gemaakt. De bestemmingsplanwijziging is daar in voorbereiding. Er zijn inmiddels voorzieningen getroffen in de omgeving van het verkochte, zoals bouwwegen en riolering.
-
ii) de koopovereenkomst uit 2004 zelf laat geen twijfel bestaan over de beoogde bestemming. Merwestreek heeft het perceel aangekocht als “bouwlocatie voor de bouw van woningen’.
-
iii) het perceel is in 2021 doorverkocht aan GEM “De Boomgaard”, een samenwerkingsverband van Roosdom Tijhuis, Heijmans en Van Erk, specifiek voor het woningbouwproject “De Boomgaard’.
-
iv) In de afgelopen jaren zijn er in dit gebied meerdere grondtransacties geweest, die allemaal in de btw-sfeer hebben plaatsgevonden. Dat geldt ook voor gronden die, net als het onderhavige perceel, in fase 2 van het plan Boomgaard gelegen zijn.
Van Houwelingen voert als verweer aan dat het perceel volgens het huidige plan in fase 2, een groenstrook zal worden, en dus niet zal worden bebouwd. Van Houwelingen voert voorts aan dat Merwestreek niet heeft voldaan aan artikel 2 lid 2 sub a en b van de koopovereenkomst op grond waarvan Merwestreek verplicht was om met de Belastingdienst te overleggen over de werkzaamheden die nodig zijn om het perceel als bouwgrond te kwalificeren. Maar volgens Merwestreek is artikel 2 lid 2 geschreven vanwege het ‘strengere’ btw-regime dat in 2004 gold, toen fysieke werkzaamheden aan de grond een constitutief vereiste waren voor de kwalificatie als bouwgrond. Het huidige btw-regime, aldus Merwestreek, en dit erkende Van Houwelingen op zitting, is soepeler. Onder het huidige btw-regime, dat in 2017 in werking is getreden, zijn die werkzaamheden niet langer vereist. Verder was het overleg met de Belastingdienst volgens Merwestreek bedoeld als middel om een doel te bereiken (namelijk om de kwalificatie bouwgrond te krijgen). Dit overleg is overbodig geworden omdat het onder het huidige btw-regime duidelijk is dat het perceel kwalificeert als bouwgrond en derhalve geleverd kan worden met omzetbelasting, aldus Merwestreek.
Wat er ook zij van het vorenstaande, Merwestreek heeft ter zitting aangegeven volstrekt zeker te zijn van het btw-regime, en daarom te garanderen ten opzichte van Van Houwelingen, dat als Merwestreek tóch overdrachtsbelasting verschuldigd blijkt te zijn over het perceel waarvan de levering thans wordt gevorderd, Merwestreek zich niet zal en kan verhalen op Van Houwelingen wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van diens verplichting om het perceel ‘als bouwterrein’ te leveren. Als dus naderhand blijkt dat Van Houwelingen die verplichting (‘levering als bouwterrein’) niet is nagekomen, omdat Merwestreek toch wordt aangeslagen voor overdrachtsbelasting, is deze tekortkoming van Van Houwelingen voor risico van Merwestreek en is het financiële nadeel voor rekening van Merwestreek.
Het voorgaande betekent dat Van Houwelingen er geen rechtens te respecteren belang meer bij heeft dat de Belastingdienst het btw-regime bevestigt alvorens het perceel te leveren aan Merwestreek.
(2) Zekerheidsstelling ten behoeve van toeslag
Het tweede punt betreft de toeslag, en meer in het bijzonder, de zekerheidstelling voor het geval toeslag verschuldigd zal zijn.
Volgens Merwestreek is geen toeslag verschuldigd omdat de woningdichtheid niet boven de minimumdrempel van 60% komt voor de verschuldigdheid van de toeslag.2
Toch is Merwestreek bereid om Van Houwelingen - onverplicht en geheel aanvullend - hypothecaire zekerheid te bieden met betrekking tot de toeslag in lijn met artikel 4 lid 7 van de koopovereenkomst.
Van Houwelingen betwist niet dat de minimumdrempel van 60% woningdichtheid (ten opzichte van bestaande bouw in de omgeving) niet wordt bereikt. Echter, in de e-mailwisseling in de aanloop naar dit kort geding maakte Van Houwelingen Merwestreek het verwijt dat Merwestreek zelf de vervulling van de voorwaarde voor de toeslag heeft belet.
De voorzieningenrechter constateert dat in de koopovereenkomst geen enkele verplichting staat vermeld van Merwestreek die erop wijst dat Merwestreek een bebouwingsdichtheid van meer dan 60% kon en moest nastreven. Daarom acht de voorzieningenrechter het op voorhand niet erg waarschijnlijk dat de toeslag verschuldigd zal zijn. Anderzijds valt op voorhand ook niet geheel uit te sluiten dat als Van Houwelingen in een bodemzaak de toeslag vordert, Merwestreek die uiteindelijk zal moeten betalen. Voor dat geval heeft Merwestreek reeds op 2 juni 2026 en daarna op 25 juni 2026 aangeboden zekerheid te stellen.
Merwestreek heeft laatstelijk (25 juni 2026 en in de (concept)dagvaarding) aangeboden zekerheid te stellen middels vestiging van een eerste recht van hypotheek op het appartementsrecht aan [adres] te [plaats 3] , welk appartementsrecht in eigendom toebehoort aan groepsmaatschappij Saffier Onroerend Goed B.V. (hierna: Saffier). Dit object heeft een WOZ-waarde van € 524.000 en een getaxeerde marktwaarde van minimaal € 580.000 per peildatum 1 januari 2025 (in niet-verhuurde staat).
Merwestreek heeft het aanbod aldus toegelicht dat het daadwerkelijk zekerheid biedt, want het appartementsrecht is volledig eigendom van Saffier en is vrij van hypotheken en beslagen. De VvE (‘de Hooge Brugge’) is financieel gezond, heeft een reservefonds van € 131.685 en verwacht geen extra bijdragen van leden. Verder bevestigt het MJOP (meerjarenonderhoudsplan) dat het gebouw in goede staat verkeert en alle groot onderhoud uit bestaande reserves kan worden gedekt. Het appartement is thans in verhuurde staat met een huurprijs van € 1.480 per maand. Merwestreek heeft toegelicht dat het appartementsrecht ondanks die verhuur toch afdoende zekerheid biedt. Bovendien heeft Saffier zich onherroepelijk hoofdelijk verbonden als medeschuldenaar voor de eventuele toeslagverplichting van Merwestreek uit hoofde van artikel 4 lid 7 van de koopovereenkomst.
Van Houwelingen betwistte tijdens de mondelinge behandeling bij gebrek aan wetenschap dat het aanbod (voldoende) zekerheid biedt.
Nu reeds in de koopovereenkomst vooruitgelopen wordt op het stellen van zekerheid middels vestiging van het recht van hypotheek, had het in de rede gelegen dat Van Houwelingen in de aanloop naar dit kort geding, na het aanbod van Merwestreek, zijn bezwaren tegen de aangeboden zekerheid had onderbouwd althans tenminste nadere informatie omtrent het aanbod had opgevraagd. Van Houwelingen heeft echter tijdens het voortraject nooit nadere informatie opgevraagd over het aanbod noch inhoudelijk bezwaar tegen de aangeboden zekerheid naar voren gebracht. In plaats daarvan geeft Van Houwelingen (pas) bij de mondelinge behandeling te kennen dat bij gebrek aan wetenschap wordt betwist dat de aangeboden zekerheid voldoet. Voormeld nalaten komt in dit geval voor risico van Van Houwelingen.
Dat wordt niet anders vanwege het betoog van Van Houwelingen op de mondelinge behandeling dat klip en klaar uit de koopovereenkomst, meer in het bijzonder uit artikel 3 lid 4 jo. artikel 4 lid 7 daarvan, blijkt dat uitsluitend gedoeld is op hypotheekstelling op het verkochte perceel, en het aanbod dus reeds daarom niet voldoet omdat het immers over een hypotheek op een ander object gaat.
Merwestreek heeft ter zitting gemotiveerd betwist dat in de koopovereenkomst gedoeld is op hypotheekstelling op het verkochte perceel.
In de context van dit kort geding kan de voorzieningenrechter niet vaststellen wie van partijen het op dit punt bij het juiste eind heeft, en welke bedoeling partijen destijds in 2004 hadden bij het hiervoor aangehaalde beding in artikel 3 lid 4. De uitleg van de koopovereenkomst op dat punt zou in een bodemgeschil moeten plaatsvinden, naar het zich laat aanzien aan de hand van het Haviltex-criterium.
Zo klip en klaar als Van Houwelingen meent dat het ligt is het in ieder geval niet. Artikel 3 lid 4 van de koopovereenkomst regelt namelijk de zekerheidsstelling van de verkoper (lees: Van Houwelingen) ten behoeve van koper (lees: Merwestreek) voor de door Merwestreek betaalde waarborgsom (koopprijs). Een belang van de koper bij hypotheekstelling op het verkochte perceel ligt daarbij voor de hand. Maar op voorhand valt niet in te zien, en Van Houwelingen heeft zulks ook niet toegelicht, dat en waarom een hypotheek op een ander object (zoals aangeboden door Merwestreek) niet zou kunnen voldoen als zekerheid voor betaling van de toeslag op de koopprijs door koper, in de plaats van, zoals Van Houwelingen had gewild, hypotheekstelling op het verkochte perceel. Daarentegen is wel toegelicht door Merwestreek dat hypotheekstelling op het verkochte perceel haar juist zal belemmeren bij haar doorleververplichting aan Merwestreek Projecten / GEM. Van Houwelingen zal daarom genoegen moeten nemen met de aangeboden zekerheid op het andere object.
Gegeven het groot en spoedeisend belang van Merwestreek bij levering van het perceel en omdat de bezwaren daartegen van Van Houwelingen onvoldoende gewicht in de schaal leggen, is samenvattend het oordeel dat de vordering van Merwestreek wordt toegewezen om Van Houwelingen te veroordelen het perceel te leveren, maar onder de verplichting dat Merwestreek zekerheid stelt voor de eventueel verschuldigde toeslag op de koopprijs tot het bedrag ad € 200.000, conform het aanbod van Merwestreek. Dit betekent dat de primaire vordering wordt toegewezen.
Een dwangsom is op zijn plaats
Vanwege de dreigende financiële schade voor Merwestreek als Van Houwelingen niet tijdig voldoet aan de veroordeling wordt daaraan een dwangsom verbonden als prikkel tot nakoming. Merwestreek heeft onderbouwd dat Van Houwelingen ondanks herhaalde sommaties weigert haar medewerking aan de levering te verlenen. Daar komt bij dat Merwestreek Projecten inmiddels is gesommeerd door GEM om tijdig te leveren. Merwestreek Projecten wordt bij niet-tijdige levering geconfronteerd met contractuele boetes van GEM en met aanvullende schadeclaims. De gevorderde dwangsom acht de voorzieningenrechter echter bovenmatig zodat een dwangsom zoals hierna in het dictum bepaald wordt toegewezen.
Van Houwelingen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Merwestreek worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
125,57 |
|
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.226,57 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt Van Houwelingen om binnen vijf (5) werkdagen na betekening van dit vonnis haar onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het verlijden van de notariële akte van levering van het perceel, conform de concept-akte van levering die als productie 8 in het geding is gebracht, zulks tegen gelijktijdige voldoening door Merwestreek van het haar uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigde, onder verrekening van de betaalde waarborgsom van € 294.900, en onder gelijktijdige vestiging ten gunste van Van Houwelingen van een eerste recht van hypotheek tot een bedrag van € 200.000 op het appartementsrecht aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats 3] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectie 2] , [perceelnummer 2] , toebehorende aan Saffier Onroerend Goed B.V., welke vennootschap zich tevens als hoofdelijk medeschuldenaar heeft verbonden voor de eventuele toeslagverplichting van Merwestreek uit hoofde van artikel 4 lid 7 van de koopovereenkomst tot een bedrag van € 200.000;
veroordeelt Van Houwelingen tot betaling aan Merwestreek van een dwangsom van € 5.000 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Van Houwelingen in gebreke blijft aan de veroordeling onder 6.1 te voldoen, zulks tot een maximum van € 250.000;
veroordeelt Van Houwelingen in de proceskosten van € 2.226,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Van Houwelingen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt Van Houwelingen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.
4041/638