ECLI:NL:RBROT:2026:8989

Datum uitspraak
07-07-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/10/722160 / KG ZA 26-656
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vervangende toestemming reizen wordt verleend. Frustratie omdat er geen contact is met de minderjarige, is geen reden om de vakantie tegen te houden. Bijkomende vordering om op geen enkele manier vakantie te belemmeren, is te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rolnummer: C/10/722160 / KG ZA 26-656

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter 7 juli 2026 op grond van artikel 29a Rv

Tegenwoordig:

mr. drs. J. van den Bos, voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, en

mr. L. Timmermans, griffier.

In de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. S. Benayad te Amsterdam,

t e g e n

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.T.M. Sengers te Rotterdam.

Deze zaak gaat over de minderjarige:

- [minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .

Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat.

De aanwezigen zijn door de voorzieningenrechter gehoord. Vervolgens is op de vorderingen met toepassing van artikel 29a Rv als volgt beslist.

1 De gronden van de beslissing

1.1.

De vrouw vordert - samengevat – uitvoerbaar bij voorraad haar vervangende toestemming te verlenen om samen met de minderjarige naar Meknes (Marokko) te reizen en daar te verblijven in de periode van 22 juli 2026 tot en met 25 augustus 2026. Daarbij vordert de vrouw te bepalen dat de man zijn medewerking dient te verlenen aan de vakantie van de vrouw met de minderjarige, in die zin dat hij op geen enkele wijze het verblijf van de minderjarige samen met de vrouw in het buitenland zal belemmeren of verhinderen. De vrouw vordert de man te veroordelen tot een dwangsom van € 1.000,- voor elke dag of deel daarvan dat hij daar niet aan voldoet, met een maximum van € 10.000,-.

1.2.

De man voert verweer.

Spoedeisend belang

1.3.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de gevraagde voorzieningen. De voorzieningenrechter zal daarom overgaan tot de materiële beoordeling.

Vervangende toestemming vakantie

1.4.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man naar voren gebracht dat het niet zijn bedoeling is om de vakantie te verhinderen, maar dat hij zich machteloos voelt omdat hij op dit moment geen omgang heeft met de minderjarige. Partijen hebben eerder een traject bij het omgangshuis gevolgd. Dat traject is positief afgerond, maar nadien is het contact tussen de man en de minderjarige niet op gang gekomen. De man heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt die ziet op het herstel van het contact. De man geeft te kennen dat hij het bijzonder pijnlijk vindt dat de vrouw toestemming vraagt voor een vakantie, terwijl het contact tussen hem en de minderjarige uitblijft.

1.5.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat een vakantie in beginsel in het belang is van de minderjarige. Vakantie is belangrijk voor de minderjarige en zij moet daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan dat anders zijn, bijvoorbeeld als daardoor het contact met de andere ouder ernstig wordt belemmerd. Daarvan is in dit geval geen sprake. Vaststaat dat de man op dit moment geen contact heeft met de minderjarige. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit voor de man erg pijnlijk is. Die frustratie is echter geen reden om de vakantie tegen te houden. Daarmee wordt het contact tussen de man en de minderjarige niet hersteld. De voorzieningenrechter zal gelet op het voorgaande de vordering van de vrouw toewijzen en haar vervangende toestemming verlenen om samen met de minderjarige op vakantie te gaan.

Medewerking en dwangsom

1.6.

De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw, om te bepalen dat de man zijn medewerking dient te verlenen aan de vakantie van de vrouw met de minderjarige, in die zin dat hij op geen enkele wijze het verblijf in het buitenland zal belemmeren of verhinderen, afwijzen. De vrouw heeft daarvoor onvoldoende aangevoerd en bovendien is de vordering te onbepaald om te kunnen worden toegewezen. Omdat deze vordering wordt afgewezen, bestaat ook geen aanleiding om de gevorderde dwangsom toe te wijzen.

Proceskosten

1.7.

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de voorzieningenrechter dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

2 De beslissing

De voorzieningenrechter:

2.1.

verleent de vrouw vervangende toestemming om samen met de minderjarige naar Mekens (Marokko) te reizen en daar te verblijven in de periode van 22 juli 2026 tot en met 25 augustus 2026;

2.2.

bepaalt dat de vervangende toestemming strekt tot vervanging van de vereiste toestemming van de man;

2.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

2.4.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

2.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de voorzieningenrechter is vastgesteld op 7 juli 2026 en ondertekend op 9 juli 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »