RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [nummer]
Vonnis van 10 juni 2026
op het verzoek van
[naam 1] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
wonende te [straatnaam] , [postcode] [woonplaats] ,
verzoeker, hierna te noemen [naam 1] ,
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] , samen met zijn echtgenote, een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1 De procedure
De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 26 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [naam 1] ,
- mevrouw [naam 2] , partner van de heer [naam 1] ,
- de heer mr. A. Harmanci, advocaat en schuldhulpverlener bij de Schie.
2 De beoordeling
De toelating
De heer [naam 1] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam 1] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De heer [naam 1] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [naam 1] in Nederland ligt.
Duur
De rechtbank ziet aanleiding de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) te stellen op 24 maanden. Hieraan ligt het volgende ten grondslag. De heer [naam 1] heeft een schuld bij de gemeente Rotterdam ter hoogte van € 700.000,-. Dit betreft een schuld wegens huurachterstanden. [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) huurde namelijk een aantal panden van de gemeente Rotterdam, maar heeft gedurende lange periode de huur niet voldaan. De heer [naam 1] was bestuurder en enige aandeelhouder van [bedrijf] . Bij vonnis van 17 maart 2017 van deze rechtbank is de heer [naam 1] hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor deze schuld. Deze schuld staat gelet op de driejaarstermijn niet aan toelating in de weg. De rechtbank ziet echter in de aard en omvang van deze schuld reden om de materiële looptijd van de regeling van 18 maanden te verlengen met 6 maanden. De heer [naam 1] heeft er namelijk bewust en op onjuiste gronden voor gekozen om gedurende meerdere jaren de huur niet te betalen, terwijl hij in die periode in het gehuurde wel een onderneming exploiteerde. Ook is meegewogen dat de heer [naam 1] sinds het ontstaan van deze schuld geen enkele actie heeft ondernomen om op de schuld in te lopen. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting volgt niet dat de heer [naam 1] onverminderd arbeidsongeschikt is, dan wel zal blijven. Ook volgt daaruit niet dat mevrouw [naam 2] – met wie hij in gemeenschap van goederen is getrouwd – niet in staat is of zal zijn om te gaan werken. Dat betekent dat de afloscapaciteit mogelijk ook nog zal toenemen. Gelet op de aard en hoogte van de schulden en het feit dat daar tot op heden nog niets op is afgelost wordt van de heer [naam 1] een langduriger inspanning gevraagd om tot sanering van de schulden te komen. Ter zitting is met de heer [naam 1] gesproken over een mogelijk langere duur van de schuldsaneringsregeling en hij heeft hiermee ingestemd.
De ingangsdatum
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank stelt vast dat de heer [naam 1] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat tijdens de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.
3 De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
De verplichtingen waaraan de heer [naam 1] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [naam 1] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [naam 1] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [naam 1] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [naam 1] .
Als de heer [naam 1] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [naam 1] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
4 De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [straatnaam] ,
[postcode] [woonplaats] ,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder N.N. van Klaveren,
gevestigd te Postbus 136
2990 AC Barendrecht,
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 10 juni 2026 en de duur op 24 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
10 juni 2028;
- draagt de bewindvoerder op de post van de heer [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, voorzitter, mr. M.C. Franken en mr. C. van Steenderen-Koornneef, rechters, in samenwerking met mr. T.M.M. de Laat, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026. 1