RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/694289 / HA RK 25-131
Beschikking van 15 juni 2026
in de zaak van
1. [verzoekster], mede namens haar meerderjarige kind [naam 1], 2. [verzoeker],
wonende te Spanje,
hierna samen te noemen: verzoekers en verzoekers sub 1: de/haar moeder en de dochter,
advocaat: mr. C.L.J.A. Spiertz,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
te Den Haag,
verwerende partij,
hierna te noemen: de Staat,
advocaat: mr. H.J.S.M. Langbroek.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 18 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de correspondentie over de aangepaste kostenbegroting van de deskundige.
2 De verdere beoordeling
Bij beschikking van 18 december 2025 heeft de rechtbank [naam 2], psychiater, tot deskundige benoemd om – kort gezegd – onderzoek te doen naar de schade van verzoekers als gevolg van de kinderopvangtoeslagaffaire. Het voorschot op de kosten van de deskundige is daarbij vastgesteld op het door hem begrote bedrag van € 24.811,00 inclusief btw.
De dochter is meerderjarig geworden
Ten tijde van de vorige beschikking was de dochter minderjarig en trad haar moeder mede op als procespartij in de hoedanigheid van de met het ouderlijk gezag belaste ouder. Op 24 maart 2026 is de dochter meerderjarig geworden. Nu de dochter geen gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot schorsing van het geding als bedoeld in artikel 225 Rv, wordt het geding op naam van de moeder voortgezet.
De deskundige heeft als gevolg van het meerderjarig worden van de dochter zijn kostenbegroting aangepast. De totale kosten worden begroot op € 25.973,00 inclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren en hebben geen inhoudelijk bezwaar geuit. De rechtbank zal dan ook bepalen dat het voorschot moet worden aangevuld tot het laatstgenoemde bedrag.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden aangevuld tot € 25.973,00 inclusief btw,
bepaalt dat de Staat (de aanvulling op) het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van (de aanvulling op) het voorschot.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.
3533 / 2537