RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Zittingsplaats Rotterdam
Rekestnummer: [nummer]
Vonnis van 13 mei 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [verzoeker] om een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1 De procedure
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp. Daarnaast heeft hij ter zitting verzocht om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 7 mei 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker] ,
- De heer G.J. van Rossen, schuldhulpverlener en beschermingsbewindvoerder.
Schuldhulpverlening heeft op 8 mei 2026 nadere stukken aan de rechtbank toegezonden met betrekking tot het verzoek om een eerdere ingangsdatum.
2 De beoordeling
De toelating
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij nog aangifte Inkomsten-belasting over het jaar 2024 moet doen. Hij heeft meegedeeld dat de boekhouder hiermee bezig is. [verzoeker] is zich ervan bewust dat deze aangifte alsnog zo spoedig mogelijk moet worden gedaan.
Bevoegdheid
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) vast op 18 maanden.
De ingangsdatum
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Bij het verzoekschrift en na de zitting zijn er VTLB-berekeningen overgelegd die betrekking hebben op een situatie van een alleenstaande. [verzoeker] is echter gehuwd op basis van huwelijksvoorwaarden. Dit betekent dat er vtlb-berekeningen opgesteld hadden moeten worden op basis van een echtpaar zonder gemeenschap van goederen. De rechtbank kan nu niet de afloscapaciteit op basis van de vtlb-berekening controleren, noch de inhouding door de beslaglegger in verhouding tot de afloscapaciteit. Daarnaast is [verzoeker] werkzaam in de onderneming van zijn echtgenote. De loonstrook van november 2025 vermeldt dat [verzoeker] parttime werkt. Ter zitting heeft [verzoeker] verklaard dat hij fulltime werkt en na de zitting zijn aangepaste loonstroken toegezonden. Wat betreft de hoogte van het loon heeft [verzoeker] verklaard dat er op dit moment (de opstartfase) niet meer dan een bedrag van circa € 2.500,-- uit de onderneming kan worden opgenomen. Ondanks het verzoek daartoe hebben schuldhulpverlening en [verzoeker] echter niet voldoende toegelicht, noch onderbouwd met stukken dat het salaris van [verzoeker] marktconform is. Ten slotte blijkt uit de loonstroken dat [verzoeker] gebruik maakt van een leaseauto. Ook hiermee is in de vtlb-berekeningen geen rekening gehouden.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.
3 De (controle van) verplichtingen in de Wsnp
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker] .
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.
4 De beslissing
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaatsnaam] .
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom,
en tot bewindvoerder [naam] ,
gevestigd te [postadres]
,
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 13 mei 2026 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
13 november 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.1