ECLI:NL:RBROT:2026:6732

Datum uitspraak
29-01-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
NL:TZ:0000505080:R001
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Omzetting faillissement in Wsnp.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 29 januari 2026

[verzoekster] ,

wonende te [adres 1]

[postcode] [plaatsnaam],

verzoekster,

curator: [naam 2].

1 De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van haar op 20 augustus 2024 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Ter zitting van 22 januari 2026 zijn verschenen en gehoord:

  • verzoekster;

  • [naam 1], zoon van verzoekster;

  • de heer [naam 2], curator.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Standpunten

Standpunt curator

De curator heeft geen bezwaar tegen het omzettingsverzoek indien de nakoming van de informatieplicht wordt verbeterd. Gelet op de medische situatie van verzoekster en het feit dat de zoon van verzoekster de onderneming feitelijk heeft gedreven, heeft de curator vanaf aanvang van het faillissement enkel contact gehad met de zoon van verzoekster. Er is diverse malen aan de zoon van verzoekster verzocht om specificaties van de inkomsten en de uitgaven, die nodig zijn voor de berekening van het vrij te laten bedrag, aan de curator te verstrekken. Desondanks is deze informatie niet aangeleverd. Ook is er niet afgedragen aan de boedel. Gelet op de ervaringen met de zoon van verzoekster heeft de curator er twijfels bij of verzoekster de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen.

Verder volgt uit het advies van de bewindvoerder dat over de jaren 2023 en 2024 geen jaarstukken, belastingaangiften en definitieve belastingaanslagen IB en Zvw zijn ingediend. Deze aangiften dienen alsnog te worden gedaan. De boekhouder heeft zich echter teruggetrokken omdat de facturen niet werden betaald. Daarnaast blijkt uit de jaarstukken dat er sprake is van een aanzienlijke rekening-courantvordering van € 127.862,84 van verzoekster op haar zoon. Naast het salaris nam de zoon van verzoekster ook gelden op van de rekening van de onderneming die in rekening-courant werden geboekt.

Standpunt verzoekster

Verzoekster heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij nooit contact heeft gehad met de curator. Verzoekster heeft ten tijde van het faillissement voor een langere periode in het ziekenhuis gelegen. Derhalve heeft de zoon van verzoekster vanaf aanvang van het faillissement het contact onderhouden met de curator. Daarnaast heeft de zoon van verzoekster, na het overlijden van zijn vader, de onderneming feitelijk gedreven. Verzoekster heeft hierin geen verdere betrokkenheid gehad. De zoon van verzoekster heeft ter zitting verklaard dat hij voor het faillissement geprobeerd heeft om de onderneming weer in een financieel gezonde positie te brengen door deze samen te voegen met een ander bedrijf. Hierdoor is de rekening-courant vordering van € 127.862,84 ontstaan. De zoon van verzoekster heeft verklaard dat hij administratief niet goed onderlegd is en dat de boekhouder dit bedrag destijds zo heeft verwerkt in de boekhouding. Na het uitspreken van het faillissement is de boekhouder tevens gestopt met zijn werkzaamheden omdat de facturen niet meer konden worden betaald. Daardoor is de administratie van het bedrijf niet op orde. Verder heeft de zoon van verzoekster aangegeven dat hij moeite heeft met het aanleveren van stukken. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij zich er volledig voor zal inspannen om de informatie tijdig en volledig aan te leveren.

3 De beoordeling

Ontvankelijkheid verzoek

De rechtbank stelt vast dat het faillissement op eigen aangifte van verzoekster is uitgesproken. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 15b lid 1 Fw. Voorts stelt de rechtbank vast dat geen verificatievergadering is gehouden, noch dat de rechter-commissaris een beschikking als bedoeld in artikel 137a, eerste lid, Fw heeft gegeven.

De curator heeft vastgesteld dat een akkoord binnen het faillissement niet tot de mogelijkheden behoort.

Verzoekster is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

Toelating tot de WSNP

De rechtbank is van oordeel dat het ontstaan van de schulden niet persoonlijk aan verzoekster verwijtbaar is. De schuldenlast bestaat met name uit zakelijke schulden uit de onderneming die weliswaar op naam van verzoekster stond (na het overlijden van haar echtgenoot) maar die feitelijk door de zoon van verzoekster werd gedreven. Gelet op de leeftijd van verzoekster zullen de verplichtingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling beperkt zijn. Ter zitting is besproken dat de informatieplicht extra aandacht behoeft en dat daar gedurende de schuldsaneringsregeling prioriteit aan moet worden gegeven. Verzoekster zal daarbij hulp krijgen van haar zoon, en die zal daarbij hulp zoeken indien nodig.

De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat er geen, althans onvoldoende, grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek tot opheffing van het op 20 augustus 2024 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

Duur en ingangsdatum van de WSNP

Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt bovendien dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, dan wel verkorting van de Wsnp-regeling. Verzoekster heeft gedurende het faillissement bovendien niet voldaan aan de informatieplicht. Hierdoor heeft de curator de afdrachtscapaciteit niet kunnen vaststellen en is er niet afgedragen aan de boedel. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de termijn van de Wsnp-regeling te verkorten of om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank zal het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

4 De beoordeling

De rechtbank:

- heft het faillissement van verzoekster op;

- stelt het salaris van de curator definitief vast op € 10.498,77 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- stelt de verschotten vast op € 419,95 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares;

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster],geboren op [geboortedatum]-1946 te [geboorteplaats],wonende te [adres 1], [postcode] [plaatsnaam],voorheen handelend onder de naam [handelsnaam],gevestigd [adres 2];

- benoemt in de schuldsaneringsregeling van schuldenares tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken;

- en stelt aan tot bewindvoerder [naam 2],

postadres: [postadres]

;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens

het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de

boedel toereikend is;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan schuldenares gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »