ECLI:NL:RBROT:2026:13888

Datum uitspraak
11-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
HO RK 26/515
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WHOA-zaak. Kop/staartbeschikking. Verzoek verlenging afkoelingsperiode afgewezen en aanstelling observator beëindigd”

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beschikking

Rechtbank ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer

verzoek verlenging afkoelingsperiode

zaak/rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 11 september 2026

beschikking op het ingekomen verzoekschrift tot verlenging van de afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna te noemen: verzoekster,

advocaat: [persoon A], kantoorhoudende te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:

  • de startverklaring ex artikel 370 lid 3 Fw, gedeponeerd op 4 juni 2026;

  • de beschikking van de rechtbank van 10 juni 2026, tijdelijke voorziening afkoelingsperiode;

  • de beschikking van de rechtbank van 2 juli 2026, afkondiging afkoelingsperiode van twee maanden en aanstellen [persoon B] als observator;

  • de beschikking van de rechtbank van 13 juli 2026, vaststellen verhoogd budget observator;

  • het voortgangsverslag van de observator van 30 juli 2026;

  • de beschikking van de rechtbank van 4 augustus 2026, vaststellen verhoogd budget observator;

  • het verzoekschrift van 1 september 2026 van verzoekster ex artikel 376 lid 5 Fw tot verlenging van de afkoelingsperiode met twee maanden;

  • de zienswijze van 8 september 2026 van ING Bank N.V. (hierna: ING), met bijlagen;

  • de zienswijze van 8 september 2026 van de Belastingdienst;

  • de zienswijze van 8 september 2026 van [bedrijf A] (hierna: [bedrijf A]), met bijlagen;

  • de zienswijze van 8 september 2026 van de observator, met bijlagen;

  • de akte aanvullende producties (nummer 9) van 9 september 2026 van verzoekster;

  • de akte aanvullende producties (nummer 10 tot en met 17) van 10 september 2026 van verzoekster;

  • de akte aanvullende producties (nummer 18) van 10 september 2026 van verzoekster;

  • de spreekaantekeningen zijdens verzoekster van 10 september 2026;

  • de spreekaantekeningen zijdens [bedrijf A] van 10 september 2026;

  • de spreekaantekeningen zijdens ING van 10 september 2026.

1.2.

Het verzoek is op 10 september 2026 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. Ter zitting zijn, verschenen en gehoord:

namens verzoekster:

- [persoon A], advocaat,

- [persoon C], advocaat,

- [persoon D], bestuurder van verzoekster,

- [persoon E], CFO van verzoekster,

namens [bedrijf A]:

- [persoon F], advocaat,

- [persoon G], advocaat,

- [persoon H], Process Engineering Manager bij [bedrijf A].

namens ING:

- [persoon I], advocaat,

- [persoon J], advocaat,

- [persoon K], ING

- [persoon L], ING

in zijn hoedanigheid van observator:

- [persoon B],

- bijgestaan door [persoon M], advocaat.

1.3.

De Belastingdienst is, zoals aangekondigd in zijn zienswijze van 8 september 2026, niet ter zitting verschenen.

1.4.

De advocaten hebben op genoemde raadkamerzitting de standpunten van verzoekster en aanwezige belanghebbenden toegelicht. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de rechtbank beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De beoordeling

Kop/staartbeschikking

2.1.

Tijdens de mondelinge behandeling is bepaald dat heden een kop/staartbeschikking zal worden gegeven. De motivering van onderstaande beslissing volgt uiterlijk 24 september 2026.

3 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek ex artikel 376 lid 5 Fw tot verlenging van de afkoelingsperiode;

- beëindigt de aanstelling van de observator, [persoon B] in de besloten akkoordprocedure van [verzoekster];

- draagt de observator op om binnen een week na de datum van deze beschikking een opgaaf te maken van de kosten van zijn werkzaamheden en die van de derden die door hem werden geraadpleegd en deze aan de rechtbank toe te zenden en houdt de definitieve vaststelling van het salaris aan;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G.E. Prenger, voorzitter, mr. J.C.A.T. Frima en

mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. S. Verberne-van Ree, griffier, in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.

De griffier is buiten staat deze

beschikking mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »