RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12398976 VZ VERZ 26-3745
datum uitspraak: 9 oktober 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
die zelf procedeert,
tegen
Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
vestigingsplaats: Arnhem,
verweerster,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Inkassier’ genoemd.
1 De beoordeling
Op 22 september 2026 heeft de rechtbank een verzoekschrift ontvangen van [verzoeker] . Daarin vraagt [verzoeker] de kantonrechter om Inkassier te veroordelen om in stemmen met deelname aan schuldhulpverlening en haar te veroordelen om onterecht ingehouden salaris en een schadevergoeding te betalen. [verzoeker] kan een procedure hierover niet met een verzoekschrift beginnen. Dat moet met een dagvaarding (artikel 78 en 261 Rv). De kantonrechter bepaalt daarom dat de procedure wordt voortgezet als dagvaardingsprocedure (artikel 69 lid 2 Rv).
De kantonrechter moet daarnaast beoordelen of rechtbank Rotterdam bevoegd is om deze zaak te behandelen (artikel 110 lid 1 Rv). Zij oordeelt dat dit niet het geval is. De rechter van de vestigingsplaats van Inkassier is namelijk bevoegd (artikel 99 Rv). Inkassier is gevestigd in Arnhem. Daarom is rechtbank Gelderland, locatie Arnhem bevoegd. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar die rechtbank (artikel 110 lid 2 Rv).
[verzoeker] moet Inkassier door een deurwaarder met een exploot laten oproepen voor een zitting bij rechtbank Gelderland (artikel 110 lid 2 en 74 lid 1 Rv). Daar gaat de zaak pas verder als dit is gebeurd. [verzoeker] moet ook deze beschikking en zijn verzoekschrift opsturen naar die rechtbank (artikel 34 Rv).
2 De beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
verwijst de zaak naar de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
33394