ECLI:NL:RBROT:2026:13754

Datum uitspraak
11-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/682296 / FA RK 24-5156
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezag, omgang en wijziging geslachtsnaam.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/682296 / FA RK 24-5156

Beschikking van 11 september 2026 over het ouderlijk gezag, de geslachtsnaamwijziging en de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

en

[naam stiefvader] , hierna: de stiefvader,

ook genaamd: verzoekers,

beiden wonende te [plaats] ,

advocaat mr. R.F.H. Weisz-Hertsworm te Rotterdam.

In deze zaak is belanghebbende:

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [plaats] ,

advocaat mr. H.E.M.J. van Poppel te Rotterdam.

Deze zaak gaat over de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] .

1 De verdere procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de beschikking van 31 oktober 2025;

  • het bericht met bijlage van verzoekers van 9 februari 2026;

  • het bericht met bijlage van de man van 23 februari 2026;

  • het bericht van verzoekers van 1 september 2026.

1.2

Gelet op de inhoud van de ingekomen stukken, is een mondelinge behandeling achterwege gelaten.

2 De verdere beoordeling

2.1

De beschikking van 31 oktober 2025

2.1.1

Bij beschikking van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank de behandeling van de zaak aangehouden ten aanzien van het gezag over de minderjarige, de geslachtsnaam van de minderjarige en de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht (hierna: de omgangsregeling), in afwachting van de resultaten van de mediation. De rechtbank verwijst naar wat over die onderwerpen is opgenomen in die beschikking.

2.2

Omgangsregeling

2.2.1

Uit het bericht van verzoekers blijkt dat partijen in de mediation overeenstemming hebben bereikt over de omgangsregeling, welke afspraken zijn neergelegd in het op

28 januari 2026 getekende document ‘Ouderschapsafspraken”. Verzoekers vragen deze ouderschapsafspraken in de beschikking op te nemen.

2.2.2

De man bevestigt in zijn bericht dat partijen in de mediation omgangsafspraken hebben gemaakt. Daarbij geeft hij aan dat partijen tijdens het mediationtraject hadden afgesproken dat er elke woensdag om 18:00 uur telefonisch contact zal zijn, maar dat ouders dit in onderling overleg hebben gewijzigd naar 13:30 uur. De man wijzigt nu zijn zelfstandige verzoek en vraagt de ouderschapsafspraken in de beschikking op te nemen, met dien verstande dat elke woensdag om 13:30 uur er telefonisch contact zal zijn.

2.2.3

Verzoekers hebben bij bericht van 1 september 2026 ingestemd met het gewijzigde verzoek van de man.

2.2.4

De rechtbank zal de onderlinge regeling die partijen hebben getroffen opnemen in deze beschikking en daarbij overeenkomstig het gewijzigde zelfstandige verzoek van de man bepalen dat het in artikel 2 afgesproken telefonische contact tussen de man en de minderjarige iedere woensdag om 13:30 uur zal plaatsvinden.

2.3

Gezag en geslachtsnaam van de minderjarige

2.3.1

Uit het bericht van verzoekers blijkt dat partijen in de mediation geen overeenstemming hebben bereikt over het verzoek om verzoekers samen te belasten met het gezag over de minderjarige. Er is ook geen overeenstemming bereikt over het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige.

2.3.2

De man persisteert in zijn verweer.

Gezag

2.3.3

Op grond van lid 1 van artikel 1:253t BW kan de rechtbank, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Op grond van lid 2 van genoemd artikel wordt, als het kind ook in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder, het verzoek slechts worden toegewezen indien:

  1. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en

  2. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag over het kind belast is geweest.

Het verzoek wordt, op grond van lid 3 van voormeld artikel, afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van de andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

2.3.4

De moeder is sinds de geboorte van de minderjarige alleen belast met het ouderlijk gezag over haar. Uit het feit dat de stiefvader al jaren met de vrouw in gezinsverband samenleeft, hij al minstens vijf jaar samen met de vrouw de zorg voor de minderjarige draagt en hij sinds 29 september 2023 met de vrouw is gehuwd, leidt de rechtbank af dat de stiefvader in een nauwe persoonlijke betrekking tot de minderjarige staat. De rechtbank stelt dan ook vast dat is voldaan aan de voorwaarden genoemd in lid 2 van artikel 1:253t BW.

2.3.5

De minderjarige staat ook in familierechtelijke betrekking tot de man. De rechtbank oordeelt dat de maatstaf hierbij is of bij toewijzing van het verzoek ernstige vrees bestaat dat de belangen van de minderjarige worden verwaarloosd. Ook met de belangen van de man wordt rekening gehouden, maar de belangen van de minderjarige staan voorop.

De stiefvader maakt ruim vijf jaar deel uit van het gezin van de minderjarige en hij vervult al jaren een (mede-)ouderrol voor de minderjarige. Ook deelt hij de zorg voor de minderjarige met de vrouw. Daarom is er sprake van een grote betrokkenheid van de stiefvader bij de minderjarige. De rechtbank acht dan ook het verzoek om de stiefvader mede te belasten met het gezag over de minderjarige toewijsbaar. Niet van feiten en omstandigheden is gebleken dat er gegronde vrees bestaat dat de belangen van de minderjarige zullen worden verwaarloosd als de stiefvader mede wordt belast met het gezag over de minderjarige. Het bezwaar van de man dat bij toewijzing van het verzoek hij (in de toekomst) niet meer samen met de vrouw kan worden belast met het gezag over de minderjarige, leidt niet tot een andere beslissing. De rechtbank acht het belang van de minderjarige om op dit moment twee gezagsdragers te hebben, zwaarder wegen dan het belang van de man om mogelijk in de toekomst te worden belast met het gezag. Ook het bezwaar van de man dat ziet op het wel of niet hebben van contact met de minderjarige vindt de rechtbank onvoldoende zwaarwegend. Het wel of niet naleven van een omgangsregeling met de man is op zich geen grond om het verzoek van verzoekers te weigeren.1 Daar komt bij dat partijen in de mediation tot afspraken zijn gekomen om het contact tussen de man en de minderjarige te herstellen. Uit de recente berichten van partijen blijkt dat dit contact nu ook daadwerkelijk hersteld wordt. De rechtbank hecht er aan op te merken dat zij het, met de raad, in het belang van de minderjarige acht dat de man, als de biologische vader van de minderjarige, blijvend deel zal uitmaken van het leven van de minderjarige en zij vertrouwt er op dat zowel verzoekers als de man zich hier voor blijven inzetten.

Geslachtsnaamswijziging

2.3.6

Verzoekers vragen (na wijziging) de geslachtsnaam van de minderjarige te wijzigen in primair [achternaam stiefvader] - [achternaam moeder] , subsidiair in [achternaam moeder] . Verzoekers geven in hun bericht van 9 februari 2026 aan dat hun voorkeur uitgaat naar de geslachtsnaam “ [achternaam moeder] ”.

2.3.7

De man persisteert in zijn verweer tegen de verzoeken van verzoekers.

2.3.8

Op grond van artikel 1:253t lid 5 BW kan een verzoek als bedoeld in het eerste lid van artikel 1:253t BW vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van de met het gezag belaste ouder of de ander. Een zodanig verzoek wordt afgewezen, indien:

  1. het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd niet het verzoek:

  2. het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen; of

  3. het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.

2.3.9

Verzoekers zijn niet ontvankelijk in hun primaire verzoek om de geslachtsnaam van de minderjarige te wijzigen in [achternaam stiefvader] - [achternaam moeder] , omdat de juridische grondslag ontbreekt. Op 1 januari 2024 is de Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (hierna: WIGG) in werking getreden. Sindsdien biedt artikel 1:5 BW een extra keuzemogelijkheid aan ouders voor wat betreft de geslachtsnaam van hun kind. Ouders kunnen ervoor kiezen om hun kind dat op of na 1 januari 2024 is geboren een dubbele geslachtsnaam te geven die bestaat uit een combinatie van de geslachtsnamen van beide ouders. De minderjarige is echter vóór 2024 geboren, zodat deze mogelijkheid er voor hen niet is.

2.3.10

De rechtbank is van oordeel dat het belang van de minderjarige zich tegen toewijzing van het subsidiaire verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige in “ [achternaam moeder] ” verzet. Tijdens het kindgesprek in oktober 2025 is gebleken dat de minderjarige zich op dat moment tegen de achternaam van de man verzette, omdat zij naar eigen zeggen al twee jaar geen contact meer met de man had en zij teleurgesteld was geraakt in de man. De man is echter deel van de identiteit van de minderjarige, net zoals de vrouw dat voor de minderjarige is. Daarnaast wil de man een rol spelen in het leven van de minderjarige. Daar komt bij dat partijen in het mediationtraject afspraken hebben gemaakt om het contact tussen de man en de minderjarige te herstellen en dit in de praktijk nu ook gebeurt. Ook heeft de man in de mediation over de geslachtsnaamwijziging aangegeven eerst te willen werken aan verbetering van de omgang en dat hij daarna openstaat voor het bespreken van de eventuele wens van de minderjarige om haar geslachtsnaam al dan niet te wijzigen in die van de vrouw. Dit alles in aanmerking genomen, komt de rechtbank tot afwijzing van het verzoek.

2.4

Proceskosten

2.4.1

Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1

wijzigt het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] in die zin, dat de vrouw en [naam stiefvader] , geboren op [geboortedatum 2] 1979 te [geboorteplaats] dit gezag over de minderjarige vanaf de datum van deze beschikking gezamenlijk uitoefenen;

3.2

bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister;

3.3

neemt op in deze beschikking de tussen partijen getroffen regeling als neergelegd in de op 28 januari 2026 door partijen ondertekende ouderschapsafspraken, met dien verstande dat het in onder 2 afgesproken telefonische contact op de woensdag wordt gewijzigd naar 13:30 uur. De ouderschapsafspraken zijn door de griffier gewaarmerkt en aan deze beschikking gehecht;

3.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.5

wijst af het verzoek inzake de geslachtsnaamwijziging van de minderjarige;

3.6

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. Wesdorp, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. E.M. Brito, griffier, op 11 september 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »