ECLI:NL:RBROT:2026:13489

Datum uitspraak
09-10-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
ROT 26/7214
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uitspraak op een verzoek om proceskostenveroordeling.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/7214

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 oktober 2026 in de zaak tussen

[naam verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A. Karacelik),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. D.J.J. Straver).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een veroordeling van het college in de proceskosten.

2. Met het bestreden besluit van 1 september 2026 heeft het college verzoeksters bijstandsuitkering per 3 juli 2026 ingetrokken. Hiertegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

3. Op 28 september 2026 heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en daarbij verzocht het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten. Het college heeft op 29 september 2026 gereageerd op het verzoek om een proceskostenveroordeling.

3.1.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.1

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

5. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.2

5.1.

In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.3

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

6. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.4 Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.5 Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het college tegemoet gekomen aan verzoekster, nu partijen overeenstemming hebben bereikt en verzoekster geen belang meer heeft bij een voorlopige voorziening. Niet is gebleken van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het college te vergoeden?

7. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 934,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst er op dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 54,- aan haar dient te vergoeden.6 Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »