ECLI:NL:RBROT:2026:13235

Datum uitspraak
04-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/10/723887 / JE RK 26-1473 en C/10/724868 / JE RK 26/1616
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking van de kinderrechter over de verlenging van de ondertoezichtstelling, een machtiging tot uithuisplaatsing in een weekendpleeggezin en de bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzijng.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/723887 / JE RK 26-1473 en C/10/724868 / JE RK 26/1616

Datum uitspraak: 4 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, machtiging tot uithuisplaatsing en bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. J.A. Smits, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

Ten aanzien van C/10/723887 / JE RK 26-1473

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum.

Ten aanzien van C/10/724868 / JE RK 26/1616

  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 13 augustus 2026, ontvangen op diezelfde datum;

  • het bericht van de GI met als bijlage de schriftelijke aanwijzing, ontvangen op 17 augustus 2026.

1.2.

Op 28 augustus 2026 is de behandeling van de verzoeken ter zitting aangehouden, omdat ter zitting is geconstateerd dat er geen tolk voor de vader aanwezig was, terwijl de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is.

1.3.

Op 4 september 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- de vader;

- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] .

1.4.

Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 2] . De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2 De feiten

2.1.

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2.

[minderjarige] woont bij haar moeder en een weekend per veertien dagen in een netwerkpleeggezin.

2.3.

Bij beschikking van 2 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 5 september 2026.

2.4.

De GI heeft op 20 april 2026 een schriftelijke aanwijzing aan de vader gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen:

Contact met de jeugdbeschermer

- U bent bereikbaar en onderhoudt structureel contact met de jeugdbeschermer.

- U reageert binnen 48 uur op berichten, telefoontjes en verzoeken om overleg, tenzij sprake is van aantoonbare overmacht.

- Indien u verhinderd bent voor een afspraak, meldt u dit uiterlijk 24 uur van tevoren bij de

jeugdbeschermer, tenzij sprake is van overmacht.

2. Actief betrokken in overleggen over [minderjarige]

- U bent aanwezig bij overleggen over de zorg, veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] .

- U verstrekt hiervoor noodzakelijk informatie en werkt mee aan geplande overleggen en afspraken.

3 De verzoeken

Ten aanzien van C/10/723887 / JE RK 26-1473

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Ten aanzien van C/10/724868 / JE RK 26/1616

3.2.

De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de GI

4.1.

De GI handhaaft ter zitting de verzoeken en licht dit als volgt toe. Er zijn zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] heeft in het verleden in het ziekenhuis gelegen, waar zij forse hechtingsproblematiek aan heeft overgehouden. De vader komt de omgangsafspraken niet na. Het lijkt erop dat voor de vader onvoldoende duidelijk is wat een ouderschapsplan inhoudt en dat hij zich aan de gemaakte afspraken moet houden. [minderjarige] heeft hier last van des te meer gelet op haar hechtingsproblematiek. Bovendien lukt het niet om met de vader in contact en tot samenwerking te komen. De GI hoopt dat bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing ertoe leidt dat de vader de ernst van de situatie inziet. [minderjarige] verblijft eens in de twee weken in een deeltijdpleeggezin. Dit verblijf is bedoeld om de moeder te ontlasten en [minderjarige] een fijne plek te bieden. De vader is het niet eens met het verblijf van [minderjarige] in het weekendpleeggezin. Daarom is een machtiging tot uithuisplaatsing nodig om dit verblijf te formaliseren.

5 Het standpunt van de moeder

5.1.

Door en namens de moeder wordt ingestemd met de verzoeken. [minderjarige] wordt belast doordat de vader de omgangsafspraken niet nakomt. [minderjarige] heeft een hechtingsstoornis, waardoor zij hier meer last van heeft dan de andere kinderen. Daarnaast is er met de vader geen communicatie mogelijk. De vraag is hoe beslissingen genomen kunnen worden zonder jeugdbeschermer als tussenpersoon. De GI probeert samen met de vader tot afspraken te komen, maar dit lukt vooralsnog niet. Als dit opnieuw niet lukt, moet worden gekeken naar een wijziging van de beslissingsbevoegdheid, zodat de moeder zelfstandig beslissingen over [minderjarige] kan nemen. Wat betreft de machtiging tot uithuisplaatsing verblijft [minderjarige] eens in de twee weken een weekend in een deeltijdpleeggezin. Vanwege haar hechtingsstoornis heeft [minderjarige] veel één-op-één aandacht nodig. Dit is zwaar voor het gehele gezin. Door haar verblijf in het deeltijdpleeggezin wordt het gezin ontlast. Bovendien heeft [minderjarige] het daar fijn en komt zij tot rust. Het verblijf in het deeltijdpleeggezin moet worden geformaliseerd om haar plek daar te borgen omdat de vader het hiermee oneens is.

6 Het standpunt van de vader

6.1.

De vader voert verweer tegen de verzoeken. De GI stuurt politie naar de woning van vader, in plaats van zelf langs te komen voor een gesprek. De GI vreest dat de vader met de kinderen naar Irak vertrekt. Dit is niet aan de orde en bovendien niet mogelijk omdat daar oorlog is. [minderjarige] verblijft eens in de twee weken een weekend in een deeltijdpleeggezin. De vader weet niet hoe het daar is. [minderjarige] kan bij de vader verblijven op momenten dat [minderjarige] niet bij de moeder kan verblijven.

7 De beoordeling

Ten aanzien van C/10/723887 / JE RK 26-1473

Ondertoezichtstelling

7.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

7.2.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] wordt belast door de strijd tussen haar ouders. Het lukt de ouders onvoldoende om op een constructieve manier te communiceren en afspraken te maken in het belang van [minderjarige] . Hierdoor wordt [minderjarige] in een positie gebracht waarin zij tussen haar ouders komt te staan. Bovendien komt de vader regelmatig omgangsafspraken niet na. Dit zorgt voor onvoorspelbaarheid en spanning bij [minderjarige] . [minderjarige] heeft vanwege haar hechtingsproblematiek extra behoefte aan voorspelbaarheid en stabiliteit.

7.3.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De problematiek tussen de ouders bestaat al langere tijd en het lukt ondanks de ingezette hulpverlening onvoldoende om tot een constructieve samenwerking te komen. Dit komt doordat de vader onvoldoende meewerkt met de hulpverlening. Hierdoor is het onvoldoende gelukt om de samenwerking tussen de ouders te verbeteren en de zorgen rondom [minderjarige] weg te nemen. Het is van belang dat de vader meewerkt aan de hulpverlening en zich inzet voor het belang van [minderjarige] . Tegelijkertijd geven zowel de moeder als de GI aan dat zij het idee hebben dat het niet altijd duidelijk is voor de vader wat van hem wordt verwacht. Mogelijk speelt de taalbarrière hierbij een rol. Het is aan de GI om hier oog voor te hebben en ervoor te zorgen dat dit voor de vader duidelijk is.

7.4.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van zes maanden.2

7.5.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Machtiging tot uithuisplaatsing

7.6.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.3

7.7.

[minderjarige] gaat al lange tijd eens in de twee weken naar het weekendpleeggezin. Dit is bedoeld om de moeder en de rest van het gezin te ontlasten. [minderjarige] heeft in het kindgesprek aangegeven het fijn te hebben in het weekendpleeggezin. De vader geeft aan dat [minderjarige] bij hem kan verblijven om de moeder en het gezin te ontlasten, maar op dit moment ziet de kinderrechter hier geen aanleiding en ruimte voor. [minderjarige] gaat al lange tijd naar het weekendpleeggezin en dit biedt haar stabiliteit, structuur en voorspelbaarheid. Bovendien is het verblijf in het weekendpleeggezin goed voor haar ontwikkeling. Omdat de vader het hier niet mee eens is en om de rust te bewaken, is de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden noodzakelijk.

7.8.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Ten aanzien van C/10/724868 / JE RK 26/1616

Schriftelijke aanwijzing

7.9.

Op grond van artikel 1:263, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Op grond van het derde lid kan de GI de kinderrechter verzoeken een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.

7.10.

Op basis van de stukken en de zitting kan naar het oordeel van de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing worden bekrachtigd. De schriftelijke aanwijzing is noodzakelijk om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen. De verstandhouding tussen de GI en de vader is verstoord. Hoewel de vader aangeeft contact te willen met de GI, lukt het de GI onvoldoende om met hem in contact te komen en bestendige afspraken met hem te maken. Deze impasse moet worden doorbroken. Daarvoor is het noodzakelijk dat de vader bereikbaar is en blijft voor de GI, met de GI samenwerkt en gemaakte afspraken nakomt. Wanneer dit uitblijft, verbetert de situatie niet en blijft de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] bestaan. Ondanks de schriftelijke aanwijzing is het de vader niet gelukt hieraan mee te werken. Daarom is het noodzakelijk dat de schriftelijke aanwijzing wordt bekrachtigd.

7.11.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8 De beslissing

De kinderrechter:

Ten aanzien van C/10/723887 / JE RK 26-1473

8.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 5 maart 2027;

8.2.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 4 september 2026 tot 4 maart 2027;

Ten aanzien van C/10/724868 / JE RK 26/1616

8.3.

bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 20 april 2026;

8.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026 door mr. J. Groot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 18 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »