RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714330 / JE RK 26-218
Datum uitspraak: 3 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2] ,
geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2], hierna te noemen: [minderjarige 2],
[minderjarige 3] ,
geboren op [geboortedatum 3] 2025 in [geboorteplaats 3], hierna te noemen: [minderjarige 3].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam vader] en [naam moeder],
hierna te noemen de vader en de moeder, gezamenlijk te noemen: de ouders
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Vlaardingen.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 18 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
-
de briefrapportage met bijlagen van de GI van 23 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders met hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon B] (de gezinsbegeleider van Needed People).
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de taal Tigrinya, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam tolk], tolk in de taal Tigrinya. De tolk heeft, vóór het aanvangen van zijn taak, op de bij de wet voorgeschreven wijze, de belofte afgelegd dat hij zijn taak naar geweten zal vervullen.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3].
[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun ouders.
Bij beschikking van 18 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 19 september 2026. Het overig verzochte is aangehouden.
3 Het aangehouden verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij beschikking van 18 maart 2026 is de ondertoezichtstelling van de drie kinderen verlengd tot 19 september 2026. Er resteert nog een beslissing op de ondertoezichtstelling tot 19 maart 2027.
4 De standpunten
De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn nog onverminderd aanwezig. De grootste zorg ligt bij de situatie rondom de oudste dochter [minderjarige 4] en de onduidelijkheid die [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hierover ervaren. De ouders lijken de ernst van de gebeurtenissen, de vastgestelde mishandeling en de mogelijke gevolgen hiervan onvoldoende te erkennen. Er heeft één omgangsmoment tussen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 4] plaatsgevonden, maar deze omgang is niet goed verlopen. De omgang wordt op dit moment niet hervat, omdat er zorgen bestaan over de psychische gesteldheid van [minderjarige 4], waarvoor zij eventueel een klinische behandeling zal krijgen. Naast de onduidelijkheid over de situatie rondom [minderjarige 4], bestaan er zorgen om de veiligheid van de kinderen in de thuissituatie. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben tijdens een kindgesprek op school aangegeven dat zij fysiek door de ouders worden gestraft en dat zij zich thuis niet altijd veilig voelen. De ouders werken goed mee aan de begeleiding vanuit Needed People maar blijven de zorgen ontkennen. Zij blijven vasthouden aan hun eigen standpunten en culturele normen, waardoor onvoldoende verandering plaatsvindt. Een overdracht naar het vrijwillig kader is nog niet mogelijk. Het is van belang dat de GI bij het gezin betrokken blijft, zodat de opvoedvaardigheden van de ouders via de inzet van hulpverlening verder kunnen worden versterkt en de veiligheid van de kinderen kan worden gemonitord. Ook is van belang dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een duidelijke en leeftijdsadequate uitleg krijgen over de situatie rondom [minderjarige 4].
Door en namens de ouders wordt tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen het aangehouden verzoek van de GI. De GI heeft tijdens de zitting nieuwe informatie naar voren gebracht over de inhoud van de kindgesprekken die op school met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben plaatsgevonden. De advocaat is hiervan niet tijdig op de hoogte gebracht, waardoor hij dit niet met de ouders heeft kunnen bespreken. Het kan dan ook bij de beslissing niet worden meegewogen. Er is geen aanleiding om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen. Er bestaan inderdaad zorgen om de culturele normen van de ouders en het feit dat de kinderen hen soms moeten ondersteunen bij zaken zoals vertalen, maar dit gebeurt vaker in gezinnen die niet uit Nederland komen en brengt niet gelijk een ontwikkelingsbedreiging met zich mee. De ouders zijn tevreden met de hulpverlening en begeleiding vanuit Needed People en hebben hiervan veel geleerd, maar kunnen de zorg voor de kinderen nu weer zelfstandig aan. De kinderen worden niet fysiek gestraft.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat de nieuwe informatie die door de GI tijdens de zitting is gedeeld over de inhoud van de kindgesprekken niet in de beoordeling kan worden meegenomen. De advocaat van de ouders en de ouders zelf zijn hier niet tijdig van op de hoogte gebracht, waardoor zij niet de gelegenheid hebben gehad dit met elkaar te bespreken. Deze gang van zaken is in strijd met een goede procesorde.
Los van de door de GI naar voren gebrachte nieuwe informatie, blijkt echter dat [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De grootste zorg ligt bij de situatie rondom [minderjarige 4] en wat er vooraf gegaan is aan haar uithuisplaatsing. De ouders tonen onvoldoende inzicht in de ernst van de gebeurtenissen, de door de strafrechter vastgestelde mishandeling van [minderjarige 4] en de gevolgen hiervan voor alle kinderen. Zij zien niet in dat dit onduidelijkheid en onzekerheid brengt en vragen oproept bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Het is de taak van de ouders om de meisjes hierin gerust te stellen, maar dit is hen tot nu toe – ondanks de inzet van begeleiding en hulpverlening – niet gelukt. Ook bestaan er nog zorgen over de opvoedvaardigheden van de ouders, zoals beschreven in de rapportage van de GI. De ouders zetten zeker kleine positieve stappen in het begrenzen van en toezicht houden op de kinderen, maar er is nog onvoldoende verbetering zichtbaar om te stellen dat de ouders deze stappen ook zelfstandig en consequent kunnen en zullen voortzetten. De verdere betrokkenheid van de GI is nodig om de ingezette hulpverlening en voorzichtig positieve stappen voort te zetten en de situatie te blijven monitoren.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.1 De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 19 maart 2027.2
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 19 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 1 oktober 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.