RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/1249
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2026 in de zaak tussen
[naam bedrijf] B.V., uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [naam gemachtigde 1] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [naam gemachtigde 2] ).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres op 5 februari 2026 heeft ingediend, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de aan (ex)-werknemer [naam (ex)-werknemer] verleende uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag om herbeoordeling, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene een beroep niet-tijdig beslissen instellen.1
3. De rechtbank stelt vast dat het UWV met het besluit van 16 april 2024 heeft beslist op de aanvraag om herbeoordeling van eiseres. Het UWV heeft daarmee ruim een jaar en negen maanden voor indiening van het beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiseres beslist. Eiseres heeft dan ook geen procesbelang meer bij haar beroep niet tijdig beslissen.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.