ECLI:NL:RBROT:2026:10488

Datum uitspraak
04-03-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
NL:TZ:2600763:R-RK
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toelating tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Het Wsnp-traject duurt in principe achttien maanden. De rechtbank ziet aanleiding om daarvan af te wijken en stelt de duur van het Wsnp-traject vast op twintig maanden. Verzoeker gaat een opleidingstraject volgen van twee maanden.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Rekestnummer: [nummer]

Vonnis van 4 maart 2026

op het verzoek van:

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ,

wonende te [straatnaam 1] , [postcode 1] [woonplaats 1] ,

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Waar deze zaak over gaat

De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. De heer [verzoeker] heeft een schuldenlast van € 33.716,11. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet daarbij geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De rechtbank ziet daarbij aanleiding de termijn vast te stellen op twintig maanden. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist. Eerst volgt er een overzicht van de procedure.

1 De procedure

1.1.

De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

1.2.

De heer [verzoeker] heeft op 17 februari 2026 aanvullende stukken overgelegd.

1.3.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 24 februari 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- de heer [verzoeker] ;

- mevrouw [naam 1] , werkzaam bij Stichting Timon, begeleider;

- mevrouw [naam 2] , werkzaam bij de gemeente Dordrecht,

schuldhulpverlener.

1.4.

Namens de heer [verzoeker] zijn na de zitting, op 25 februari 2026, aanvullende stukken overgelegd.

2 De beoordeling van het verzoek

De voorwaarden van toelating

2.1.

De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

De goede-trouw-toets

2.2.

De heer [verzoeker] heeft schulden laten ontstaan die naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gelaten. Deze staan in beginsel aan toelating tot de Wsnp in de weg. Het betreft in dit geval voornamelijk de schulden aan ING Bank N.V. De schuld aan ING Bank N.V. heeft betrekking op creditcarduitgaven (kasopnames en pinbetalingen) die de heer [verzoeker] kort voor aanmelding bij schuldhulpverlening heeft gedaan. De heer [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij een gokverslaving heeft en dat hij daarom deze creditcarduitgaven heeft gedaan.

De toelating met hardheidsclausule

2.3.

Ook al is de vordering van ING Bank N.V. niet te goeder trouw ontstaan, de heer [verzoeker] wordt toch toegelaten tot de Wsnp (met toepassing van de hardheidsclausule). Gebleken is namelijk dat de heer [verzoeker] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden voldoende onder controle heeft gekregen. Bij de rechtbank is dan ook het vertrouwen ontstaan dat hij de verplichtingen uit de Wsnp zal nakomen. De rechtbank heeft daarbij het volgende mede in overweging genomen.

(i) Begeleiding van Stichting Timon

2.4.

De heer [verzoeker] ontvangt begeleiding van Stichting Timon. De begeleiding is bedoeld om hem te ondersteunen bij onder andere (a) zijn financiën en (b) zijn verslaving, maar ook bij (c) het zoeken naar een (betaalde) baan. De indicatie voor individuele begeleiding loopt al drie jaar en is onlangs verlengd tot december 2026. Mevrouw [naam 1] blijft dus betrokken en heeft verklaard dat zij de heer [verzoeker] zal helpen daar waar nodig is. Eerder is de begeleiding heel goed verlopen, toen de heer [verzoeker] zijn baan verloor is het echter misgegaan en kwam de verslaving naar boven. Verder heeft zij verklaard dat er goed contact is met de budgetbeheerder en dat de heer [verzoeker] binnenkort zal starten met een scholingstraject (via de beroepentuin) van acht weken, waarna hij betere kansen op de arbeidsmarkt zal hebben.

(ii) Budgetbeheer

2.5.

De heer [verzoeker] heeft sinds zijn aanmelding bij schuldhulpverlening een budgetbeheerder. De budgetbeheerder heeft verklaard dat de heer [verzoeker] goed meewerkt en zeer gemotiveerd is om zijn situatie te verbeteren. Daarmee heeft de heer [verzoeker] een positieve ontwikkeling laten zien en heeft hij laten zien dat hij zich ervan bewust is dat het zijn verantwoordelijkheid is om geen nieuwe schulden te maken. Hij heeft sinds de instelling van het budgetbeheer geen nieuwe schulden gemaakt.

(iii) Behandeling bij De Hoop

2.6.

De heer [verzoeker] heeft een gokverslaving en heeft zich daarom in de zomer van 2025 aangemeld voor behandeling bij De Hoop. In verband met de lange wachtlijsten kon hij niet eerder dan 11 februari 2026 starten met de behandeling. De heer [verzoeker] heeft daardoor geen verklaring van zijn behandelaar kunnen overleggen waaruit blijkt dat de verslaving al enige tijd onder controle is. Wel heeft hij ter zitting verklaard dat hij de verslaving al enige tijd onder controle heeft. Ter onderbouwing daarvan heeft hij verklaringen van zijn schuldhulpverlener, begeleider en budgetbeheerder overgelegd. Uit die verklaringen blijkt dat hij al sinds de aanmelding bij De Hoop geen gokactiviteiten heeft verricht. Daarmee heeft hij blijk gegeven van een saneringsgezinde houding. Met de heer [verzoeker] is verder besproken dat als hij door de behandelingen bij De Hoop niet fulltime (36 uur per week) kan werken dan wel kan solliciteren naar een fulltime baan, hij rekening moet houden met de mogelijkheid dat de rechter-commissaris de termijn van de Wsnp kan verlengen.

Bevoegdheid

2.7.

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.

Duur

2.8.

Het Wsnp-traject duurt in principe achttien maanden. De rechtbank ziet aanleiding om (op grond van artikel 349a, eerste lid, van de Faillissementswet) daarvan af te wijken en de duur van het Wsnp-traject vast te stellen op twintig maanden. De heer [verzoeker] start namelijk binnenkort met een opleidingstraject van twee maanden. Hoewel hij daarmee zijn kansen op de arbeidsmarkt vergroot, kan hij in die twee maanden niet (volledig) deelnemen aan het arbeidsproces danwel solliciteren. De rechtbank ziet daarom aanleiding om de looptijd van de Wsnp te verlengen met twee maanden, waarbij zij tegelijkertijd de heer [verzoeker] voor twee maanden (de eerste twee maanden van de Wsnp) zal vrijstellen van de sollicitatieverplichting. Met de heer [verzoeker] is verder besproken dat als hij het opleidingstraject niet binnen twee maanden kan afronden, hij rekening moet houden met de mogelijkheid dat de rechter-commissaris de termijn van de Wsnp nogmaals kan verlengen.

De ingangsdatum

2.9.

De Faillissementswet bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

2.10.

Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.

2.11.

De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Ter zitting is namelijk gebleken dat de heer [verzoeker] tijdens het schuldhulpverleningstraject niet (fulltime) heeft gewerkt en ook niet heeft gesolliciteerd (naar een fulltime baan). Ook heeft de uitkeringsinstantie hem niet vrijgesteld van de arbeidsverplichting.

2.12.

De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3 De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.

De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).

3.2.

Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.

3.3.

De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.

3.4.

Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.

3.5.

De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .

3.6.

Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] , wonende te [straatnaam 2] , [postcode 2] [woonplaats 2] ;,

4.2.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de twintig maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Daarmee eindigt de schuldsaneringsregeling op 4 november 2027;

4.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger en

benoemt tot bewindvoerder L. Hordijk,

gevestigd te Postbus 68,

2650 AB Berkel en Rodenrijs;

4.4.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van de heer [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

4.5.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

4.6.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Dit is de beslissing van mr. C.G.E. Prenger, rechter, in samenwerking met mr. C. Hulsegge, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »