ECLI:NL:RBROT:2025:7246

Datum uitspraak
14-03-2025
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
11408030 CV EXPL 24-28762
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incassozaak. Toewijzing hoofdsom en rente. Afwijzing incassokosten. Compensatie proceskosten.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 11408030 CV EXPL 24-28762

datum uitspraak: 14 maart 2025

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A.,

vestigingsplaats: Schiedam,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘DSW’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 11 oktober 2024, met bijlage;

  • het mondelinge antwoord en het aanvullende schriftelijke antwoord, met bijlagen;

  • de repliek tevens akte wijziging van eis, met bijlage;

  • de dupliek.

2 De beoordeling

Waar gaat het om?

2.1.

[gedaagde] is in 2023 bij DSW verzekerd geweest voor ziektekosten. In 2023 bedroeg de verzekeringspremie € 137,50 per maand. In verband met twee maanden betalings- achterstand heeft DSW bij brief van 15 december 2023 aan [gedaagde] laten weten dat zij in aanmerking komt voor een betalingsregeling, waarmee zij het openstaande bedrag van

€ 275,- in vier maandelijkse termijnen zou kunnen voldoen, in het geval van [gedaagde] via automatische incasso. [gedaagde] heeft dat aanbod aanvaard en in verband hiermee is op

19 december 2023 € 65,- afgeschreven van haar bankrekening ten bate van DSW. Bij brief van 25 januari 2024 is [gedaagde] erop geattendeerd dat DSW de tweede termijn van de betalingsregeling niet heeft kunnen afschrijven via automatische incasso. Gevraagd is het bedrag van € 65,- alsnog te betalen vóór 14 februari 2024. Op 19 februari 2024 heeft [gedaagde] € 61,- betaald door overboeking op de bankrekening van DSW. Van het bedrag van € 275,- is dus € 126,- voldaan, zodat € 149,- open is blijven staan.

2.2.

Met ingang van 1 januari 2024 is [gedaagde] overgestapt naar een andere ziektekostenverzekeraar. Via automatische incasso heeft [gedaagde] op 5 januari 2024 € 149,- aan (per 2024 verhoogde) verzekeringspremie voor die maand betaald aan DSW. Op verzoek van [gedaagde] is dat bedrag op 29 januari 2024 teruggestort op haar bankrekening. Vervolgens heeft DSW bij brieven van 31 januari 2024 en 5 februari 2024 [gedaagde] erop geattendeerd dat DSW de premie van januari 2024 van € 149,- niet heeft kunnen afschrijven via automatische incasso. Gevraagd is het bedrag alsnog te betalen. Onderaan de brieven is vermeld:

“Is uw verzekering per 1 januari 2024 beëindigd en heeft deze rekening

betrekking op de premie van de maand januari 2024, dan kunt u deze

rekening als niet verzonden beschouwen.”

[gedaagde] heeft niet betaald.

2.3.

Bij brief van 27 mei 2024 heeft de gemachtigde van DSW [gedaagde] aangemaand om

€ 149,- aan haar te betalen binnen 15 dagen na ontvangst van de brief. Daarbij is [gedaagde] meegedeeld dat de vordering verhoogd wordt met € 48,40 aan incassokosten inclusief btw als het openstaande bedrag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. [gedaagde] heeft niet betaald

2.4.

DSW is tot dagvaarden overgegaan. DSW eist [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van € 149,- aan hoofdsom, € 7,88 aan reeds verschuldigd geworden rente en

€ 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, tezamen € 205,28, met de rente over de hoofdsom vanaf 3 oktober 2024. In de dagvaarding is gesteld dat het bedrag van € 149,- verzekeringspremie voor de maand januari 2024 betreft.

2.5.

[gedaagde] is het hiermee niet eens. Zij betwist verzekeringspremie voor de maand januari 2024 verschuldigd te zijn. Zij erkent dat een bedrag van € 149,- open staat, maar voert aan hiervoor een betalingsregeling te hebben getroffen. Zij maakt bezwaar tegen alle bijkomende kosten.

2.6.

Bij repliek heeft DSW de eis gehandhaafd, maar de grondslag van de eis veranderd in die zin dat zij nu stelt dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de betalingsregeling, waardoor deze is komen te vervallen en het resterende bedrag van € 149,- opeisbaar is.

2.7.

Bij dupliek heeft [gedaagde] haar verweer gehandhaafd ten aanzien van de kosten.

Wat vindt de kantonrechter?

Toewijzing hoofdsom en rente

2.8.

De geëiste hoofdsom wordt toegewezen, want [gedaagde] erkent dat zij nog € 149,- verschuldigd is aan DSW. Dat geldt ook voor het bedrag van € 7,88 aan reeds verschuldigd geworden rente, want dat is niet betwist. Zo ook de geëiste rente over de hoofdsom vanaf

3 oktober 2024.

Afwijzing incassokosten

2.9.

Het geëiste bedrag van € 48,40 aan incassokosten wordt afgewezen. Het betreft een vergoeding voor de inspanningen van DSW om verzekeringspremie voor de maand januari 2024 te innen. Die inspanningen zijn zinloos geweest, omdat [gedaagde] geen premie voor die maand verschuldigd is geweest.

Compensatie proceskosten

2.10.

De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten moet dragen. De reden hiervoor is dat partijen over en weer op punten in het ongelijk worden gesteld.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.11.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat DSW dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan DSW te betalen € 156,88 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 149,- vanaf 3 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

bepaalt dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.

465

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »