Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling na faillissement
insolventienummer: [nummer 1] (voorheen [nummer 2] )
uitspraakdatum: 6 februari 2025
[verzoeker] ,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker,
curator: mr. P.A. Loeff.
1 De procedure
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van zijn op 26 september 2023 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
Ter terechtzitting van 23 januari 2025 zijn verschenen en gehoord:
-
verzoeker;
-
mevrouw [persoon A] , partner van verzoeker;
-
de heer mr. P.A. Loeff, curator.
De curator heeft ter zitting stukken overgelegd.
De uitspraak is bepaald op heden.
2 Standpunten
Standpunt curator
De curator adviseert positief ten aanzien van de omzetting. De curator heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker zich voldoende heeft ingespannen tijdens het faillissement en alle noodzakelijke medewerking heeft verleend. Er is voldoende vertrouwen dat verzoeker de verplichtingen die voortvloeien uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen. Ten slotte merkt de curator op dat er geen sprake is van te kwader trouw bij het ontstaan van de schulden.
Standpunt verzoeker
Verzoeker heeft verklaard dat hij aanvankelijk wel een verzoek wou indienen om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hij heeft echter eerder geen verzoek ingediend, omdat de schuldhulpverlenende instantie die hem toentertijd bijstond 10% van de schuldenlast als betaling verlangde. Aangezien verzoeker dit niet kon betalen, heeft hij het faillissement laten uitspreken.
3 De beoordeling
Ontvankelijkheid verzoek
Voordat de rechtbank het verzoek inhoudelijk kan behandelen, dient de vraag te worden beantwoord of verzoeker een beroep op artikel 15b, eerste lid van de Faillissementswet (hierna: Fw) toekomt. De voorwaarde die de wet in artikel 15b, eerste lid, Fw stelt, is dat, wanneer een verzoeker niet op eigen aangifte maar op rekest failliet is verklaard, wordt vastgesteld dat redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Fw geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het faillissement niet op eigen aangifte van verzoeker is uitgesproken. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker aanvankelijk wel de intentie had om een verzoek te doen om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit is echter niet doorgegaan, omdat de schuldhulpverlenende instantie die hem bijstond als betaling 10% van de totale schuldenlast verlangde. De rechtbank oordeelt dat het destijds niet indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling verzoeker niet geheel is toe te rekenen nu hij ten tijde van de faillissementsaanvraag werd bijgestaan door een schuldhulpverlener. Daarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 15b lid 1 Fw.
De curator heeft vastgesteld dat een akkoord binnen het faillissement niet tot de mogelijkheden behoort.
Verzoeker is daarom ontvankelijk in zijn verzoek.
Toelating tot de WSNP
De curator adviseert positief ten aanzien van het omzettingsverzoeker. Verzoeker heeft gedurende het faillissement alle medewerking verleend. Ook draagt hij zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de faillissementsboedel af. Verzoeker heeft een fulltime baan. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen om aldus in aanmerking te komen voor de schone lei en van zijn schulden af te komen. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verzoeker in staat moet worden geacht om de verplichtingen, voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling, voldoende na te kunnen komen.
De rechtbank oordeelt dat er geen, althans onvoldoende, grond is gebleken voor afwijzing van het verzoek tot opheffing van het op 26 september 2023 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.
De ingangsdatum van de WSNP
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald indien door verzoeker in het voortraject is voldaan aan de verplichtingen zoals deze gedurende de wettelijke schuldsaneringsregeling regeling van toepassing zouden zijn. Als uitgangspunt geldt daarbij dat verzoeker maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
De rechtbank stelt vast dat verzoeker tijdens het faillissement € 6.988,49 heeft gespaard. Daarmee is gedurende twaalf maanden voldaan aan de afdrachtplicht. Daarnaast heeft verzoeker aan de inspanningsverplichting voldaan, omdat hij een fulltime dienstbetrekking heeft. De rechtbank komt dus tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 6 februari 2024.
4 De beslissing
De rechtbank:
- heft het faillissement van verzoeker op;
- stelt het salaris van de curator definitief vast op € 5.569,39 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenaar;
- stelt de verschotten vast op € 222,78 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenaar;
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
- benoemt in de schuldsaneringsregeling van schuldenaar tot rechter-commissaris mr. M. Aukema;
- en stelt aan tot bewindvoerder mr. P.A. Loeff,
postadres: Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 6 februari 2024 en de einddatum op 6 augustus 2025;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/7e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2025.