ECLI:NL:RBROT:2023:3588

Datum uitspraak
19-04-2023
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Internationaal privaatrecht
Zaaknummer
C/10/653242 / HA ZA 23-182
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. CMR-vervoer.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/653242 / HA ZA 23-182

Vonnis van 19 april 2023

in de zaak van

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

HYDRO ALUMINIUM AS ,

gevestigd te Oslo, Noorwegen

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vesting

INDUSTRIFORSIKRING AS ,

gevestigd te Oslo, Noorwegen

eiseressen,

advocaat mr. R.L. Latten te Rotterdam,

tegen

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

LGL TRANSPORT S.A.R.L. ,

gevestigd te Roeser, Luxemburg,

gedaagde,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennis genomen van de dagvaarding van 16 december 2022 met producties.

1.2.

Tegen gedaagde is verstek verleend.

1.3.

Het vonnis is (nader) bepaald op heden.

2. De vordering

2.1.

Eiseressen vorderen voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad samengevat - veroordeling van gedaagde tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres sub 1, althans sub 2 tot betaling van € 69.565,87, te vermeerderen met de CMR-rente van 5% vanaf 3 december 2021, althans vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening. Daarnaast vorderen eiseressen proces- en nakosten en € 425,00 aan vertaalkosten.

3. De beoordeling

3.1.

Deze zaak betreft een internationaal geval, aangezien eiseressen in Noorwegen zijn gevestigd en gedaagde in Luxemburg en het wegvervoer van Nederland naar Tsjechië betreft. De rechtbank zal derhalve ambtshalve haar rechtsmacht, bevoegdheid en het toepasselijke recht vaststellen.

3.2.

Nu de vorderingen van eiseressen betrekking hebben op een geschil aangaande grensoverschrijdend wegvervoer over de weg van Nederland naar Tsjechië, en beide landen partij zijn bij het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, Genève (hierna: CMR), is de CMR op grond van artikel 1 in verbinding met artikel 41 CMR dwingendrechtelijk van toepassing. De vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van de vorderingen van eiseressen kennis te nemen dient daarom aan de hand van de CMR te worden beantwoord.

3.3.

Op grond van artikel 31 lid 1 (b) CMR in verbinding met artikel 630 Rv is deze rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van eiseressen. De zending ‘Aluminium Foundry Alloy’ is namelijk binnen het arrondissement van de rechtbank Rotterdam ten vervoer in ontvangst genomen.

3.4.

Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en is voor toewijzing vatbaar.

3.5.

Gedaagde zal in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 103,33

- griffierecht € 2.837,00

- vertaalkosten € 425,00

- salaris advocaat € 1.183,00 (1 × tarief IV € 1.183)

Totaal € 4.548,33

3.6.

Uit de uitspraak van 10 juni 2022 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:853), onder nummer 2.3, leidt de rechtbank af dat in dit vonnis geen aparte beslissingen hoeven te worden genomen over nakosten en wettelijke rente daarover.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1.

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres sub 1 van € 69.565,87, te vermeerderen met de CMR-rente van 5% vanaf 13 december 2021 tot aan de dag van volledige betaling;

4.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op € 4.548,33;

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2023.

[3708/3268/0032]

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »