ECLI:NL:RBROT:2023:10627

Datum uitspraak
05-10-2023
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
10-994622-16
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, omdat de zaak al onder een ander parketnummer is afgedaan.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10-994622-16

Datum uitspraak: 5 oktober 2023

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer, in de zaak tegen de verdachte rechtspersoon:

[verdachte rechtspersoon01] ,

gevestigd aan de [vestigingsadres01] , [postcode01] [vestigingsplaats01] ,

raadsvrouw mr. A.S. ten Doesschate, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 oktober 2023.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Ontvankelijkheid officier van justitie

3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie mr. L.W. Boogert heeft gevorderd de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren.

3.2.

Beoordeling

Gelet op het feit dat de zaak al onder een ander parketnummer is afgedaan, acht de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.

3.3.

Conclusie

De officier van justitie is niet-ontvankelijk.

4 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

5 Beslissing

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en I. Tillema, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte rechtspersoon wordt ten laste gelegd dat

zij in de periode van 27 mei 2015 tot en met 30 april 2016,

in Nederland

opzettelijk

een of meerdere malen

(een) handeling(en) heeft verricht als bedoeld in artikel 2, onder 35, onder

a en/of d, van de EG-verordening overbrenging afvalstoffen (verder: de

verordening)

door (telkens) onder kennisgevingsdocument als bedoeld in bijlage I A van de

verordening, met het nummer [nummer01] , afvalolie over te brengen van Nederland

naar Denemarken,

terwijl

in genoemd kennisgevingsdocument niet overeenkomstig artikel 4. lid 2, van de

verordening de in bijlage II, deel 1, van de verordening bedoelde informatie en documentatie was opgenomen of daar als bijlage aan was toegevoegd

en/of

in genoemd kennisgevingsdocument niet overeenkomstig artikel 15, aanhef en

onder a, van de verordening naast de vermelding van de oorspronkelijke

voorlopige nuttige toepassing of verwijdering, alle inrichtingen werden

vermeld waar vervolgens handelingen tot voorlopige en/of definitieve nuttige

toepassing of verwijdering waren gepland

en/of

genoemd kennisgevingsdocument niet was ingevuld overeenkomstig de specifieke

instructies van bijlage I C van de verordening;

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »