beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Insolventies – meervoudige kamer
Vaststellen budget observator
rekestnummer: C/10/636826 / HO RK 22/155
uitspraakdatum: 12 mei 2022
beschikking in de besloten akkoordprocedure van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam 1] .
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [plaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. B. Besseling, kantoorhoudende te Apeldoorn.
1 De procedure
Verzoekster heeft op 15 oktober 2021 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd. Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
Bij verzoekschrift van 8 april 2022 is door verzoekster verzocht tot aanstelling van een observator ex artikel 379 lid 1 juncto artikel 380 lid 1 Fw.
Bij beschikking van 26 april 2022 van deze rechtbank is mr. R. Slotboom aangesteld tot observator en is hem verzocht om binnen twee weken een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van eventuele derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden en is voorts de vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten aangehouden.
Bij e-mailbericht van 10 mei 2022 heeft de observator een begroting van zijn kosten aan de rechtbank toegezonden. De observator heeft daarbij vermeld dat hij de begroting tevens aan verzoekster heeft toegezonden.
Mr. Besseling heeft bij e-mailbericht van 10 mei 2022 bericht dat verzoekster geen bezwaar heeft tegen de door de observator ingediende begroting.
2 De beoordeling
De rechtbank dient op grond van artikel 380 lid 4 Fw juncto artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vast te stellen dat de werkzaamheden van de observator ten hoogste mogen kosten. De door de observator ingediende begroting voor de werkzaamheden komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank zal het budget dienovereenkomstig vaststellen.
3 De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de observator mogen kosten vast op € 17.050,-- (exclusief btw);
- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van verzoekster komen, en dat verzoekster voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. A.E. de Vos en
mr. V.G.T. van Emstede, rechters, en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2022.