ECLI:NL:RBOVE:2026:6181

Datum uitspraak
14-10-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Zaaknummer
ZWO 26/2512
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo hangende bezwaar. Last onder dwangsom. Overschrijding geluidsnormen uit Activiteitenbesluit milieubeheer. Overgangsrecht. Handhavingsverzoek onder oud recht, gedraging onder nieuw recht nog steeds verboden in het omgevingsplan. Oud recht van toepassing. Onbemande meting. Ontbreken bronbestanden. Herbeoordeling geluidsrapport. Bezwaar geen grote kans van slagen. Ontbreken bronbestanden een in bezwaar te herstellen zorgvuldigheidsgebrek. Afwijzing vovo op grond van een belangenafweging.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/2512

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

Tennisclub Ittersum (TCI), uit Zwolle, verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Maakal),

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle,

verweerder,

Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2], beide uit [woonplaats].

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de last onder dwangsom die is opgelegd aan TCI voor het overschrijden van geluidsnormen door het spelen van padel tussen 19.00 uur en 22.00 uur.

1.1

TCI heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Volgens TCI is geen sprake van een overtreding omdat aan de verkeerde norm is getoetst en objectief bewijs van geluidsoverlast ontbreekt, en is handhaving onevenredig.

1.2

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af op grond van een belangenafweging.

Inleiding: feiten en procesverloop

2.1

TCI exploiteert een tennisclub aan de Van Houtenlaan 11 in Zwolle. Hij heeft in samenspraak met de gemeente Zwolle twee padelbanen aangelegd op zijn terrein. Op 27 augustus 2021 heeft het college een omgevingsvergunning bouwen verleend.

2.2

Op 29 september 2022 heeft TCI op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer melding gedaan bij het college van de bouw en ingebruikname van de twee padelbanen. De melding is op 27 oktober 2022 aangevuld met een akoestisch prognoseonderzoek van [naam 1], werkzaam bij [bedrijf] ([bedrijf]). Geconcludeerd wordt hierin dat de grenswaarde van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de avondperiode bij drie woningen met ten hoogste 4 dB wordt overschreden.

2.3

Op 2 januari 2023 heeft [derde belanghebbende 1] melding gedaan van geluidsoverlast ten gevolge van het gebruik van de nieuw aangelegde padelbaan. Op 19 april 2023 heeft [derde belanghebbende 2] in Zwolle eveneens melding gedaan van geluidsoverlast.

2.4

In de periode 16 tot 21 juni 2023 zijn geluidsmetingen gedaan, waarna de omgevingsdienst IJsselland in een advies van 25 augustus 2023 constateert dat de grenswaarde van 45 dB(A) bij de woning [derde belanghebbende 2] in de avondperiode met 4 en 5 dB wordt overschreden.

2.5

Op verzoek van TCI heeft Sain milieuadvies het advies van de omgevingsdienst beoordeeld en zij concludeert op 16 maart 2026 dat de rapportage niet voldoet.

2.6

Op verzoek van de omgevingsdienst heeft N4O milieu geluid planologie het geluidsonderzoek van de omgevingsdienst ook beoordeeld, en zij concludeert op 21 mei 2026 dat het onderzoek wel op een juiste wijze is uitgevoerd.

2.7

Bij brief van 22 mei 2026 is TCI op de hoogte gebracht van het voornemen van het college om hem een last onder dwangsom op te leggen om het toegestane geluidniveau op de gevel van een woning door het spelen van padel tussen 19.00 uur en 22.00 uur niet te overtreden.

2.8

TCI heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze.

2.9

Met het bestreden besluit van 3 september 2026 heeft het college TCI gelast om te zorgen dat binnen zes weken het gemiddelde geluidsniveau op de gevel van een woning door het spelen van padel tussen 19.00 uur en 22.00 uur niet meer is dan 45 dB per etmaal, op straffe van een dwangsom van € 2.500 per keer met een maximum van € 7.500.

2.10

TCI heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.11

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens TCI: de gemachtigde van TCI en [naam 2], penningmeester van het bestuur van TCI, en [naam 3], geluidsdeskundige bij Sain milieuadvies. Namens het college zijn verschenen [naam 4], [naam 5], [naam 6] en [naam 7], geluidsdeskundige. Van de derde partijen is verschenen [derde belanghebbende 2]. [derde belanghebbende 1] is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3.1

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Spoedeisend belang

3.2

Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in een eventuele beroepsprocedure, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.3

Volgens TCI is sprake van een spoedeisend belang omdat ten gevolge van het bestreden besluit geen padeltrainingen meer kunnen plaatsvinden en geen wedstrijden meer kunnen worden gespeeld met een terugloop van leden en derving van inkomsten tot gevolg.

3.4

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft TCI hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat hij spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. Het college bestrijdt dat ook niet.

Beoordelingskader

3.5

Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (de Ow) en de Invoeringswet Omgevingswet (de Iw Ow) in werking getreden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in haar overzichtsuitspraak van 3 juli 20241 overwogen dat als een verzoek om handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Ow, op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Iw Ow het recht van toepassing blijft zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip, tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, tenzij op grond van het nieuwe recht de gedraging niet meer verboden is.

3.6

De verzoeken om handhaving zijn in deze zaak gedaan op 2 januari en 19 april 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing is. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. In geschil is wel of op grond van het nieuwe recht nog steeds sprake is van een overtreding.

Bezwaargronden

3.7

Volgens TCI is van een overtreding onder het nieuwe recht in ieder geval geen sprake meer en had het college de handhavingsverzoeken dan ook moeten afwijzen. Padel is onder het Bal niet aangewezen als milieubelastende activiteit. Dat op gemeentelijk niveau materieel soortgelijke regels bestaan heeft het college niet gesteld en wordt door TCI dan ook betwist.

3.8

Daarnaast stelt TCI dat de geluidsnormen met invoering van de Omgevingswet zijn veranderd omdat is gekozen voor een geheel andere meetsystematiek die is opgenomen in bijlage IVh van de Omgevingsregeling (gebaseerd op artikel 6.6 van de Omgevingsregeling) waar tot 1 januari 2024 nog gebruik werd gemaakt van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (de Handleiding).

3.9

Van objectief bewijs van de gestelde overtreding is ook geen sprake volgens TCI. Het geluidsrapport dat aan de last ten grondslag is gelegd, is gebaseerd op onbemande metingen waarvan de bronbestanden niet meer beschikbaar zijn. Niet bekend is of het omgevingsgeluid uit de metingen is gefilterd en of het gemeten geluid terecht is toegerekend aan TCI. Het gaat hierbij om verkeersgeluiden (auto’s en treinen), tuingeluiden (radio’s, grasmaaien en snoeien) en stemgeluid. Ook gaat het om sportgeluid, dat voor wat betreft piekgeluiden niet meetelt bij het bepalen van de maximale geluidbelasting. Dit en andere vragen over het geluidsrapport van de omgevingsdienst zijn door Sain milieuadvies opgeworpen. Een groot aantal van deze vragen kon door het college niet worden beantwoord, omdat de bronbestanden niet meer beschikbaar zijn. Dat maakt het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en stelt TCI onvoldoende in de gelegenheid om verweer te voeren.

3.10

TCI voert tot slot aan dat voor zover sprake is van een overtreding, handhavend optreden onevenredig is. Voor de locatie van de banen is namelijk samen met de gemeente gekozen; daar is ook een omgevingsvergunning voor verleend. Niemand heeft toen gewezen op een mogelijk milieuprobleem. Het verplaatsen van de banen brengt bovendien aanzienlijke kosten met zich en van alle geluidsbeperkende maatregelen die zijn besproken is niet bewezen dat ze voldoende zijn om geluidsoverlast tegen te gaan.

De voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling

3.11

Ten aanzien van de vraag of onder huidig recht sprake is van een overtreding, overweegt de voorzieningenrechter voorlopig dat padel in Hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) niet is aangewezen als milieubelastende activiteit waarvoor rijksregels gelden. Dat neemt niet weg dat decentrale overheden aanvullende regels kunnen stellen. De gemeenteraad heeft een dergelijke aanvullende regel vastgesteld in artikel 22.63 van het omgevingsplan Zwolle. Dat artikel bepaalt dat met het oog op het voorkomen of beperken van geluidhinder het geluid op een geluidgevoelig gebouw door een activiteit niet hoger mag zijn dan de waarde bedoeld in de bijbehorende tabel. In die tabel zijn dezelfde geluidsnormen opgenomen als in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Omdat deze regel niet is beperkt tot milieubelastende activiteiten, is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat ook onder huidig recht voor padel geldt dat het geen geluidsoverlast mag veroorzaken bij woningen zoals onder het Activiteitenbesluit milieubeheer gold. De aan de last ten grondslag gelegde gedraging is onder het nieuwe recht daarom nog steeds verboden, zodat geen sprake is van een uitzondering op het overgangsrecht en het oude recht – waarop gehandhaafd is – van toepassing blijft.

3.12

De stelling van TCI dat door de andere meetmethodiek onder het nieuwe recht geen sprake meer zou zijn van overtredingen van de geluidsnormen waar dat voorheen wel het geval was, acht de voorzieningenrechter in het onderhavige geval niet aannemelijk. Zowel de geluidsdeskundige van TCI als de geluidsdeskundige van het college hebben ter zitting verklaard dat de huidige meetsystematiek niet dusdanig is gewijzigd ten opzichte van de Handleiding dat bij de forse overschrijding van 5 dB(A) die in casu onder de oude systematiek is vastgesteld, onder de nieuwe systematiek van een overschrijding geen sprake meer zou zijn.

3.13

Ten aanzien van de geluidsmetingen die aan het geluidsrapport van de omgevingsdienst ten grondslag zijn gelegd, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

3.13.1

Vooropgesteld zij dat de omstandigheid dat hier geluidsmetingen zijn uitgevoerd met onbemande geluidsmeters, volgens vaste rechtspraak van de Afdeling2 niet betekent dat de metingen om die reden onbetrouwbaar zijn en dat het akoestisch rapport daarom niet ten grondslag kan worden gelegd aan het besluit.

3.13.2

In reactie op de kritische vragen van Sain milieuadvies heeft de omgevingsdienst het geluidsrapport laten herbeoordelen. Uit de herbeoordeling door N4O volgt dat de omgevingsdienst op een juiste wijze correcties en toeslagen heeft toegepast. Voor wat betreft omgevingsgeluid is volgens N4O op juiste wijze gecorrigeerd op achtergrondgeluid. Ook wordt aangegeven dat uit de overgelegde gegevens blijkt dat het geluid van padellen duidelijk waarneembaar was en dat de vastgestelde geluidsniveaus van padellen ten opzichte van het achtergrondgeluid 10 dB(A) of meer zijn en dat de meetresultaten goed te gebruiken zijn en een consistent beeld geven van het geluidniveau bij de woning. N4O concludeert dan ook dat het uitgevoerde geluidonderzoek voldoet aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

3.13.3

Voor wat betreft stemgeluid staat in het rapport van de omgevingsdienst al dat stemgeluid (vaak geschreeuw) niet is getoetst.

3.13.4

Ten aanzien van sportgeluiden (padel) heeft TCI ter zitting erkend dat sportgeluid weliswaar niet meetelt bij het bepalen van de maximale geluidbelasting maar dat dat wel meegenomen dient te worden bij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zoals hier aan de orde.

3.13.5

Gelet op het voorgaande is de voorlopige inschatting van de voorzieningenrechter dat de bezwaren van TCI tegen het geluidsrapport van de omgevingsdienst en de vaststelling dat sprake is van een overtreding, geen grote kans van slagen hebben.

3.14

Het zorgvuldigheidsbeginsel brengt evenwel met zich dat indien onbemande metingen aan een belastend besluit ten grondslag worden gelegd, de vermeende overtreder, op verzoek, in de gelegenheid dient te worden gesteld om de desbetreffende geluidopname te beluisteren en te analyseren, omdat hij zich daartegen moet kunnen verweren. Omdat de harddisk met bronbestanden van de geluidsmetingen is gecrasht en de bronbestanden niet meer beschikbaar zijn, kan de voorzieningenrechter zich voorstellen dat nieuwe geluidsmetingen nodig zijn om de last te kunnen handhaven bij de te nemen beslissing op bezwaar. In zoverre is het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat aan het bestreden besluit een (in bezwaar te herstellen) zorgvuldigheidsgebrek kleeft.

3.15

Voor wat betreft het beroep dat TCI doet op het vertrouwensbeginsel geldt dat gesteld noch gebleken is dat het college de gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt dat bij overschrijding geluidsnormen niet wordt gehandhaafd.

Belangenafweging

3.16

De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande aanleiding om bij de beoordeling van het verzoek te volstaan met een belangenafweging.

3.17

TCI voert aan dat hij belang heeft bij het schorsen van het bestreden besluit zodat het gebruik van de padelbanen in de avonduren kan worden voortgezet, evenals de deelname aan de najaars- en wintercompetitie 2026/2027.

3.18

Het college heeft toegelicht dat zijn belang is gelegen bij het bewaken van goed en gezond leefklimaat en een goede milieusituatie en het beëindigen van een ernstige verstoring van het woongenot van omwonenden.

3.19

De voorzieningenrechter vindt dat het belang van het college bij handhaving van de geluidsvoorschriften op dit moment zwaarder weegt dan het belang van TCI.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de last onder dwangsom niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »