ECLI:NL:RBOVE:2026:6162

Datum uitspraak
30-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/08/350765 / ES RK 26-2725
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen, woning, kinderen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummer: C/08/350765 / ES RK 26-2725

beschikking voorlopige voorzieningen van 30 september 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

verder te noemen: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. K. Eliyo,

en

[de man] ,

verder te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 2] .

1 De procedure

1.1

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het verzoekschrift voorlopige voorzieningen (met bijlagen), ontvangen op 19 augustus 2026;

  • het bericht met bijlage van mr. Eliyo, ontvangen op 20 augustus 2026;

  • het (rol)bericht van mr. Eliyo, ontvangen op 9 september 2026.

1.2

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren op 16 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de man;

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;

  • [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad.

1.3

De kinderrechter heeft met instemming van de man en de vrouw bijzondere toegang verleend aan mevrouw [naam 2] , maatschappelijk werkster.

1.4.

De kinderrechter heeft op 9 september 2026 met de hierna te noemen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gesproken. Op de zitting heeft de kinderrechter de inhoud van het gesprek met de kinderen samengevat. De aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1

De vrouw stelt dat zij op 3 december 2005 te Al-Bab (Syrië) met de man is getrouwd.

2.2

Zij zijn de ouders van de navolgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] (Syrië) op [geboortedatum 1] 2013,

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] (Syrië) op [geboortedatum 2] 2016,

- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] 2025,

Naast van deze minderjarige kinderen zijn zij ook de ouders van:

- [kind], geboren op [geboortedatum 4] 2007 te [geboorteplaats 4] (Syrië).

2.3

De man en de vrouw hebben de Syrische nationaliteit.

3 Het verzoek

3.1

De vrouw verzoekt de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidings-procedure.

3.2

De vrouw verzoekt om:

  1. de kinderen aan haar toe te vertrouwen;

  2. te beslissen dat alleen de vrouw de woning mag gebruiken;

  3. te beslissen dat de man kinderalimentatie moet betalen van € 50,- per maand voor de drie minderjarigen.

3.3.

De vrouw licht haar verzoek als volgt toe. Het huwelijk is duurzaam ontwricht. De vrouw heeft het grootste deel van de verzorging en opvoeding van de kinderen voor haar rekening genomen, zodat de kinderen aan de vrouw moeten worden toevertrouwd. De man heeft de vrouw met de kinderen uit de woning gezet. Daardoor kan zij haar ouderrol niet meer naar behoren vervullen. Zij verblijft nu bij Iriszorg in Zwolle. De vrouw heeft samen met de kinderen een groter belang bij de echtelijke woning. Daarom vraagt zij de rechtbank te bepalen dat zij bij uitsluiting van de man gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning te [plaats 1]. Vanuit [plaats 1] kan de vrouw makkelijker haar familie in [plaats 2] en [plaats 3] bereiken. Het jongste kind gaat naar speciaal onderwijs in [plaats 4] en de oudste gaat naar school in [plaats 2].

3.4.

De vrouw stelt dat zij behoefte heeft aan een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Zij vraagt daarom van de man een bijdrage van € 50,- per maand.

3.5.

De vrouw heeft nog geen concrete verdeling van de zorgtaken voorgesteld, maar is bereid daarover te denken zodra beide ouders een eigen plek hebben. Op dit moment geldt een regeling waarbij de jongste en de oudste bij de vrouw zijn en de andere twee kinderen doordeweeks bij de man zijn vanwege hun school. De man heeft eerder een aangeboden woning geweigerd, zodat de vrouw zich afvraagt of de man zich echt gaat inspannen een andere woning te krijgen.

4 Het verweer

4.1.

De man heeft ter zitting verklaard dat het hem niet echt uitmaakt wie gedurende de echtscheidingsprocedure in de woning mag wonen. Als de gemeente een andere woning voor hem kan regelen dan is hij bereid de woning te [plaats 1] te verlaten. Kinderen zijn van nature aan hun moeder gehecht zodat de man geen probleem heeft met toevertrouwing van de kinderen aan de vrouw.

4.2.

Ten aanzien van de bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging is de man bereid het door de vrouw gevraagde bedrag te voldoen.

5 De raad

5.1.

De raad heeft geen meldingen van andere instanties ontvangen, zodat alleen de informatie uit dit dossier bij de raad bekend is. De raad heeft op basis van wat de ouders hebben verteld geen zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de ouders. De raad begrijpt dat het voor de vrouw vervelend is hoe zij de woning heeft moeten verlaten en dat haar huidige verblijfplaats niet ideaal is. De vrouw heeft echter, net als de man, wel een verblijfplaats. De raad vindt het belangrijk dat de kinderen hun gewone leven in [plaats 1] kunnen voortzetten.

5.2.

De man heeft ter zitting verteld dat hij bereid is de woning ten gunste van de vrouw en de kinderen te verlaten zodra hij een andere woning of kamer heeft. De raad is van mening dat de man zich actief moet inspannen om andere woonruimte te krijgen zodat geen van beide ouders dakloos wordt. Tot dat moment kan de situatie zoals deze nu is in stand blijven. Daarna kan de vrouw met de kinderen in de echtelijke woning verblijven.

6 De kinderen

6.1.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben met de kinderrechter gesproken. Zij hebben verklaard dat zij het liefst bij hun moeder in [plaats 1] willen wonen en dat zij het fijn vinden om hun vader twee dagen per week te zien.

7 De beoordeling

De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is

7.1.

De zaak bevat een internationaal aspect omdat de man en de vrouw de Syrische nationaliteit bezitten, gehuwd zijn in Syrië en de drie oudste kinderen in Syrië zijn geboren en de jongste in Nederland. De rechtbank zal daarom eerst ambtshalve de rechtsmacht en het toepasselijk recht beoordelen.

7.2.

De rechtbank is van oordeel dat zij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek op grond van het bepaalde in artikel 3 van de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter) omdat de man en de vrouw en de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

7.3.

Op grond van artikel 10:56 BW zal de rechtbank Nederlands recht toepassen omdat er geen keuze voor een ander recht is gedaan.

7.4.

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat voor erkenning en registratie in Nederland in aanmerking komt. De vrouw heeft de rechtbank bericht dat de huwelijksakte in de echtelijke woning ligt maar zij niet in de echtelijke woning kan. Zij is daarom niet in staat de huwelijksakte te overleggen. De man heeft ter zitting niet betwist dat zij gehuwd zijn zodat de rechtbank in deze procedure voorlopige voorzieningen ervan uitgaat dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk. In de bodemprocedure zal dit nader onderzocht moeten worden.

7.5.

De rechtbank zal beslissen dat voor de duur van de echtscheidingsprocedure de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd, dat de vrouw de woning te [plaats 1] aan de [adres] vanaf 8 januari 2027, of zoveel eerder als de man die woning heeft verlaten, alleen mag gebruiken en dat de man een bedrag ad € 50,- per maand aan de vrouw zal voldoen zodra de vrouw de woning te [plaats 1] heeft betrokken. De rechtbank licht haar beslissingen als volgt toe.

De toevertrouwing

7.6.

De rechtbank vertrouwt de kinderen toe aan de vrouw. Dat betekent dat de vrouw de (dagelijkse) zorg over de kinderen krijgt. De rechtbank neemt deze beslissing omdat het jongste en het oudste kind al de hele week bij de vrouw zijn en de twee middelste kinderen hebben verklaard dat zij het liefst met hun moeder in de echtelijke woning in [plaats 1] willen wonen.

De woning

7.7.

De man en de vrouw zijn het erover eens dat zij niet langer samen in de woning kunnen (blijven) wonen. De rechtbank weegt daarom de verschillende belangen van partijen bij het uitsluitend gebruik van de woning tegen elkaar af. In navolging van het advies van de raad oordeelt de rechtbank dat het in het belang van de kinderen is dat zij verder kunnen opgroeien in een voor hun vertrouwde omgeving. De man en de vrouw hebben ter zitting verklaard dat dat [plaats 1] is en dat in en om [plaats 1] alles is wat de kinderen nodig hebben, zoals school. Omdat de kinderen worden toevertrouwd aan de vrouw, oordeelt de rechtbank dat het belang van de vrouw bij het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] te [plaats 1] zwaarder weegt dan het belang van de man. De rechtbank neemt in de belangenafweging mee dat de man ter zitting heeft uitgelegd dat hij de woning wel wil verlaten zodra hij andere woonruimte heeft.

7.8.

De rechtbank overweegt ook dat de man nog geen vervangende woonruimte heeft en dat het op dit moment ook niet eenvoudig is die te krijgen. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de man een termijn van drie maanden krijgt om andere woonruimte te vinden. Dat betekent dat de man de echtelijke woning uiterlijk over drie maanden moet hebben verlaten en vanaf die datum de woning niet zonder toestemming van de vrouw meer mag binnenkomen.

De zorg voor de kinderen

7.9.

In deze procedure hebben de man en de vrouw de rechtbank niet verzocht een zorgregeling vast te stellen. Wel hebben zij ter zitting allebei de huidige verdeling van de zorgtaken benoemd en uitgelegd hoe die regeling er uit moet zien als zij beiden eigen (geschikte) woonruimte hebben. De rechtbank zal de regeling die nu geldt en de regeling zoals die zal gelden over uiterlijk drie maanden als beide ouders eigen woonruimte hebben, als een wijziging c.q. aanvulling van het verzoek van de vrouw aanmerken en vastleggen in deze beschikking. Deze voorlopige regeling (dat wil zeggen totdat de ouders nadere afspraken hebben gemaakt of de rechter anders heeft beslist) houdt in dat [kind] en [minderjarige 3] bij de vrouw verblijven en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] doordeweeks bij de man (omdat zij naar school moeten) en in het weekend bij de vrouw zijn. Zodra de man geschikte woonruimte heeft gevonden zijn de minderjarige kinderen in het weekend bij de man en doordeweeks bij de vrouw.

De kinderalimentatie

7.10.

De man heeft ter zitting ingestemd met het verzoek van de vrouw om maandelijks € 50,- als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen te voldoen. Ter zitting hebben de ouders verklaard samen een uitkering op bijstandsniveau te hebben. De rechtbank stelt vast dat de draagkracht van de man door deze uitkering maximaal € 50,- per maand is. De verzochte bijdrage komt de rechtbank daarom niet onredelijk of onrechtmatig voor. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen.

De ingangsdatum van de onderhoudsverplichting

7.11.

De wet1 laat de rechter grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting. Drie data liggen als ingangsdatum het meest voor de hand: de datum waarop de omstandigheden zijn ingetreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn, de datum van het inleidend processtuk en de datum waarop de rechter beslist. De rechtbank hanteert als ingangsdatum van de onderhoudsbijdrage het moment van het indienen van het verzoekschrift (19 augustus 2026), omdat de man vanaf die datum rekening heeft kunnen houden met zijn onderhoudsverplichting.

8 De beslissing voor de duur van de echtscheidingsprocedure

De rechtbank:

- vertrouwt de minderjarige kinderen toe aan de vrouw;

- bepaalt dat de vrouw met ingang van 8 januari 2027, of zoveel eerder als de man de woning heeft verlaten, gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] te [plaats 1], met bevel aan de man de woning uiterlijk 7 januari 2027 te verlaten en deze verder niet meer zonder toestemming van de vrouw te betreden;

- stelt een voorlopige zorgregeling vast tussen de man en de kinderen, die inhoudt dat:

- zolang de man in de echtelijke woning verblijft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] doordeweeks bij de man zijn en in het weekend bij de vrouw en dat [minderjarige 3] de hele week bij de vrouw is;

- zodra de man de woning heeft verlaten (uiterlijk 7 januari 2027) zijn de kinderen doordeweeks bij de vrouw en in het weekend bij de man;

- beslist dat de man voorlopig vanaf 19 augustus 2026 een bedrag van € 50,- per maand aan de vrouw moet betalen, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen;

- beslist dat de man vanaf nu deze kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen;

- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.J. Haarhuis, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van mr. E.R. van Schaik, griffier.

De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de Raad voor de Kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »