RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12387723 \ CV EXPL 26-1846
Vonnis van 29 september 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. H.J. Luising,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. D. Visser, advocaat.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- stelbrief van 8 september 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of hij relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen.1
Uit de regels van de relatieve competentie volgt dat de hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde partij bevoegd is van de vordering kennis te nemen, tenzij de wet anders bepaalt. Gelet op het feit dat de overeenkomst is gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is mede bevoegd de rechter van de woonplaats van die natuurlijke persoon. De gedaagde partij is gevestigd te [vestigingsplaats 1].
De eisende partij heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden afgeweken.
Ingevolge het Zaaksverdelingsreglement en het daarop gebaseerde Besluit interne relatieve bevoegdheid rechtbank Overijssel, beide gepubliceerd op
www.rechtspraak.nl> Organisatie> Regels en procedures, is voor de behandeling van deze zaak de kantonrechter te Enschede de aangewezen rechter.
De zaak zal dan ook in de stand van het geding worden verwezen naar de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede.
De zaak zal ter rolle van de kantonrechter te Enschede worden uitgeroepen op dinsdag 27 oktober 2026. Het dossier wordt tijdig aan voornoemde kantonrechter overgedragen.
Het griffierecht ad € 753,00 is al door de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, locatie Almelo in rekening gebracht. De verwijzing zal niet tot gevolg hebben dat opnieuw griffierecht in rekening wordt gebracht.
3 De beslissing
De kantonrechter:
- verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar de kantonrechter te Enschede;
- bepaalt dat deze zaak wordt ingeschreven op de rol van dinsdag 27 oktober 2026 om 10:00 uur waar gedaagde partij voor antwoord kan concluderen;
- beveelt de griffier het dossier met bekwame spoed over te dragen aan de griffie van de kantonrechter te Enschede.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026. (HGR)