ECLI:NL:RBOVE:2026:6083

Datum uitspraak
29-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12052450
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. [A] heeft een voor- en achtertuin en een oprit aangelegd voor [B]. Hoewel partijen het erover eens zijn dat [A] op grond van de gemaakte afspraken in principe recht heeft op betaling van haar facturen, spits de discussie zich toe op de vraag of er gebreken aan de tuin en oprit kleven en in het verlengde daarvan of [B] (na verrekening) schade heeft geleden die [A] dient te vergoeden. De kantonrechter oordeelt dat een aantal van de door [B] gestelde gebreken komen vast te staan. In dit tussenvonnis wordt [B] in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de schade die hij door deze gebreken geleden heeft.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12052450 \ CV EXPL 26-98

Vonnis van 29 september 2026

in de zaak van

[partij A] ,

handelend onder de naam [bedrijf 1] ,

uit [plaats] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij A] ,

procederend zonder gemachtigde,

tegen

[partij B] ,

uit [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij B] ,

procederend zonder gemachtigde.

1 Samenvatting

[partij A] heeft een voor- en achtertuin en een oprit aangelegd voor [partij B] . Hoewel partijen het erover eens zijn dat [partij A] op grond van de gemaakte afspraken in principe recht heeft op betaling van haar facturen, spits de discussie zich toe op de vraag of er gebreken aan de tuin en oprit kleven en in het verlengde daarvan of [partij B] (na verrekening) schade heeft geleden die [partij A] dient te vergoeden. De kantonrechter oordeelt dat een aantal van de door [partij B] gestelde gebreken komen vast te staan. In dit tussenvonnis wordt [partij B] in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de schade die hij door deze gebreken geleden heeft.

2 De procedure

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties van 2 december 2025;

  • het herstelexploot van 13 januari 2025;

  • de conclusie van antwoord met eis in reconventie en producties;

  • de conclusie van antwoord in reconventie en akte overlegging producties;

  • de mondelinge behandeling van 28 mei 2026, waarvan de griffier aantekening heeft gemaakt die in het dossier worden bewaard.

2.2

De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat de producties bij de dagvaarding in januari 2025 niet zijn meebetekend. [partij B] heeft echter verklaard dat hij de producties bij de eerste betekening in december heeft ontvangen en [partij A] heeft verklaard dat de producties niet zijn gewijzigd. De kantonrechter heeft vervolgens vastgesteld dat [partij B] de producties heeft ontvangen en daarop heeft kunnen reageren. De producties bij dagvaarding zijn dan ook toegevoegd aan het dossier.

2.3

De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling ook vastgesteld dat de laatste zin van randnummer 30 van de conclusie van antwoord is weggevallen. [partij B] heeft de zin op de mondelinge behandeling voorgelezen. Die zin is opgenomen in de zittingsaantekeningen en maakt daarmee deel uit van het dossier.

2.4

De kantonrechter heeft verder tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat productie 13 bij het antwoord in reconventie (een video) niet is ingebracht. [partij B] heeft bezwaar geuit tegen het (alsnog) tonen van de video. Gelet op het late tijdstip van indiening en de aard van de productie – een videobestand van onbekende grootte – is de kantonrechter van oordeel dat [partij B] daar niet adequaat op kan reageren. De productie is daarom niet aan het dossier toegevoegd.

2.5

Ten slotte is na aanhouding bepaald dat de kantonrechter vandaag uitspraak zal doen.

3 De feiten

3.1

[partij A] heeft via [bedrijf 2] B.V. [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) contact opgenomen met [partij B] .

3.2

Naar aanleiding van een afspraak bij [partij B] , heeft [partij A] op 28 maart 2025 een eerste offerte uitgebracht (hierna: de eerste offerte). Daarin staat onder andere:

“Voortuin:

Op de afscheiding met de buren en de stoep, willen we een rij muurblokken leggen (antraciet 60x15x15). In het midden van de tuin, tussen de twee ramen, in de lengte richting vanuit de woning naar de stoep, willen we bloembak maken eveneens van muurblokken 60x15x15 antraciet.

Aan de beide zijde van deze bloembak, in het verlengde van de ramen richting de stoep, willen we een rij houtlook tegels neerleggen.

In de overige drie hoeken van de voortuin, willen we een opsluitbandje antraciet plaatsen, gelijke hoogte met het straatwerk, waar eveneens een bloembak ontstaat. Max 1.00x1.00, waardoor je een speels effect krijgt door de hoogte wisseling en de combinatie houtlook met antraciet.

De overige delen van de tuin, willen we dichtleggen met antraciet dikformaten. Welke weer terugkomen in de oprit.

Oprit:

Het geheel bestraten met antraciet dikformaten, waarvan het deel van de auto gelegd wordt in “elleboog” verband en een deel naar de voordeur, een ander patroon geven. (zie foto).

Achtertuin:

Terras aan de woning, bij achterdeur, alsmede een pad naar de zijkant van de woning en het terras achterin de tuin (wat nu nog verhoogd is), willen we bestraten met donkere antraciet keramische tegels. ( [naam] [een medewerker van [bedrijf 2] ] stuurt enkele voorbeelden).

Op de scheiding van het terras achter en naar de zijkant van de woning, een bloembak plaatsen, 1 hoog, zodat het terras mooi wordt ingesloten.

Aan de kant van de laurierhaag (welke moeilijk is met het gazon) willen we een bloembak maken van antraciet muurblokken 60x15x15 en 2 laags. Daarvoor willen we, net als voor, een rij met houtlook tegels leggen. Wat een mooi effect geeft met de kleurstellingen (zie foto). En dan een nieuw gazon aanleggen richting het terras achterin.

Onze prijzen voor alle werkzaamheden:

Voor de werkzaamheden en 2 containers van 6m3 voor het leeghalen

van de voortuin, oprit en achtertuin 200m2 € 3.200,00

Leggen van keramische houtlooktegels 30x120 á 17.5m2 € 525,00

Leggen van keramisch effen tegels 60x60 á 45m2 € 1.350,00

Leggen van dikformaten totaal 73m2 € 1.825,00

Zetten van 3 bloembakken en afscheiding, muurblokken 60x15x15 € 525,00

Zetten van 25 opsluitbanden € 75,00

Bovengenoemde legprijzen zijn ex 21% btw. Bij de prijs inbegrepen is het aftrillen van het zandbed, afrijen, leggen, knippen, zagen en aftrillen na het leggen (indien mogelijk) en invoegen.”

3.3

Naar aanleiding van een tweede bezoek bij [partij B] , heeft [partij A] de offerte aangepast en op 13 april 2025 een tweede offerte uitgebracht (hierna: de tweede offerte). Daarin staat:

“Naar aanleiding van ons bezoek afgelopen week, zijn er een aantal dingen

gewijzigd.

Voortuin:

In het midden een rechthoek bloembak 1mtr breed, afgezet met zwart staal band, gezet in de breedte van de woning. Ervoor en erachter een baan met houtlooktegels. Rond de bloembak en aan de korte zijde van de bloembak opvullen met dikformaten.

Aan de zijde van de stoep, in beide hoeken een bloembak, afgezet met zwart staal band, voor 2 boompjes (deze regelen jullie zelf)

Oprit:

Het geheel bestraten met antraciet dikformaten, waarvan het deel van de auto gelegd wordt in “elleboog” verband en een deel naar de voordeur, een ander patroon geven. (zie foto).

Achtertuin:

Terras aan de woning, bij achterdeur, alsmede een pad naar de zijkant van de woning en het terras achterin de tuin (wat nu nog verhoogd is), willen we bestraten met donkere antraciet keramische tegels.

Op de scheiding van het terras achter en naar de zijkant van de woning, een bloembak plaatsen, 1 hoog, zodat het terras mooi wordt ingesloten.

Aan de kant van de laurierhaag (welke moeilijk is met het gazon) willen we een bloembak maken van antraciet muurblokken 60x15x15 en 2 laags. Daarvoor willen we, net als voor, een rij met houtlook tegels leggen.

Even afhankelijk van wat er kan met de stootborden van de schutting, komt er over de gehele lengte van de tuin nog een afscheiding van 2 muurblokken. De huidige bestrating, tegels / klinkers en muurblokken, wordt door jullie zelf verwijderd. Wij

zullen een container bestellen voor het afvoeren van de grond (verhoogd terras).

Onze prijzen voor alle werkzaamheden:

Voor de werkzaamheden en 2 containers van 6m3 voor het leeghalen

van de voortuin, oprit en achtertuin 200m2 €

Leggen van keramische houtlooktegels 30x120 á 16m2 € 480,00

Leggen van keramisch effen tegels 60x60 á 45m2 € 1.350,00

Leggen van dikformaten voortuin 15m2 € 375,00

Leggen van 100m2 20x30x6 tegels inrit € 2.750,00

Zetten van 3 bloembakken voortuin € 225,00

Zetten van een bloembak bij de laurier 7.10 x. 060 € 250,00

Zetten van een afscheiding langs achterzijde tuin 2 hoog € 215,00

Gazon verwijderen, nieuwe aarde en nieuwe graszoden 49m2 € 795,00

Zetten van 25 opsluitbanden € 75,00

Bovengenoemde legprijzen zijn ex 21% btw. Bij de prijs inbegrepen is het aftrillen van het zandbed, afrijen, leggen, knippen, zagen en aftrillen na het leggen (indien mogelijk) en invoegen.”

3.4

Op 16 juni 2025 is [partij A] met de werkzaamheden gestart.

3.5

Op 5 juli 2025 is [partij A] op verzoek van [partij B] langsgekomen. [partij B] heeft toen een aantal punten genoemd waarover hij niet tevreden was. Partijen hebben afgesproken dat [partij A] een aantal punten afwerkt en dat zij op 11 juli 2025 opnieuw zullen samenkomen.

3.6

Op 11 juli 2025 heeft [partij A] [partij B] verzocht een ‘opleverbrief’ te ondertekenen. [partij B] heeft deze niet getekend.

3.7

Op enig moment daarna heeft [partij A] aan [partij B] een factuur gestuurd ter hoogte van € 8.779,99 voor de werkzaamheden en vervolgens een factuur ter hoogte van € 508,20 voor de huur van een 10m3 container.

3.8

Op 14 juli 2025 heeft [partij B] per e-mail bij [partij A] geklaagd over haar werkzaamheden, haar medegedeeld dat hij het werk niet als opgeleverd beschouwt en dat hij betaling opschort totdat herstel, dan wel compensatie heeft plaatsgevonden.

3.9

[partij A] heeft diezelfde dag gereageerd op de klachten van [partij B] en hem medegedeeld dat zij uit coulance akkoord gaat met inhouding van € 500,00 en nadat het restant van de factuur is betaald, zal terugkomen om de tegels te herstellen en het gazon te leggen.

3.10

Op 23 juli 2025 heeft [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ) op verzoek van [partij B] de werkzaamheden van [partij A] beoordeeld. [bedrijf 3] noemt in haar rapport achttien punten die volgens haar niet deugen, verbindt daaraan de conclusie dat de kwaliteit van het geleverde werk onvoldoende is en meent dat de oplossing om tot een deugdelijk resultaat te komen is om alles uit de tuin te halen en opnieuw aan te brengen.

3.11

Partijen hebben hierna nog een paar keer en voor het laatst op 29 juli 2025 per e-mail contact gehad. In die laatste e-mail schrijft [partij A] aan [partij B] onder andere:

“6. Vanzelfsprekend en nog steeds ben ik bereid om bij u eventuele verzakkingen die na de oplevering zijn opgetreden te verhelpen. […]”

3.12

Begin december 2025 heeft [partij B] de tuin opnieuw laten aanleggen door [bedrijf 3] voor een bedrag van € 11.927,11.

4 Het geschil

De vorderingen van [partij A]

4.1

vordert – samengevat en uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [partij B] tot betaling van in totaal € 9.288,19, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, en de proceskosten. Volgens [partij A] is [partij B] verplicht de overeenkomst na te komen en te betalen.

Het standpunt en de tegenvordering van [partij B]

4.2

[partij B] voert verweer tegen de vorderingen en concludeert in conventie tot afwijzing daarvan. [partij B] stelt dat de voor- en achtertuin en oprit gebreken vertonen waardoor [partij A] gehouden is de kosten die hij heeft moeten maken om zijn tuin en oprit te herstellen (van in totaal € 11.927,11) als schade aan hem te vergoeden. [partij B] stelt zich op het standpunt dat hij deze schade met het openstaande factuurbedrag mag verrekenen. Het verweer van [partij B] mondt uit in een reconventionele vordering (tegenvordering) waarbij [partij B] – samengevat – vordert dat [partij A] wordt veroordeeld tot betaling van € 2.638,92 (het restant van [partij B] vordering na verrekening) en de proceskosten.

Het standpunt van [partij A] op de tegenvordering van [partij B]

4.3

[partij A] vraagt de kantonrechter in reconventie de vorderingen van [partij B] af te wijzen. [partij A] betwist een deel van de gebreken. Ook stelt zij dat zij niet aansprakelijk is voor de schade omdat het werk al is opgeleverd, of anders dat zij in ieder geval minder aan [partij B] hoeft te betalen omdat de gebreken (deels) aan zijn eigen schuld te wijten zijn.

4.4

De kantonrechter gaat hierna, voor zover dat nodig is voor haar beslissing, verder in op de stellingen van beide partijen. Vanwege de onderlinge samenhang, zullen de vorderingen in conventie en in reconventie in het vervolg gezamenlijk worden behandeld.

5 De beoordeling

[partij A] heeft voor € 9.288,19 aan werkzaamheden verricht.

5.1

Vast staat dat [partij B] [partij A] heeft opgedragen om materiaal te leveren voor en werkzaamheden te verrichten aan zijn voor- en achtertuin en oprit. Tussen partijen is dus sprake van een overeenkomst, die kwalificeert als een overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 e.v. BW).

5.2

[partij A] vordert betaling van twee facturen van in totaal € 9.288,19 voor materiaal dat zij heeft geleverd en werkzaamheden die zij aan de tuin en oprit van [partij B] heeft verricht. [partij B] heeft niet weersproken dat de in de factuur genoemde materialen en werkzaamheden zijn overeengekomen en dat deze ook zijn geleverd, respectievelijk uitgevoerd. Evenmin heeft hij de hoogte van het factuurbedrag betwist. De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de facturen daarom in beginsel toewijzen, tenzij er – zoals [partij B] stelt – sprake is van gebreken in het werk, die bij hem tot schade hebben geleid welke hij kan verrekenen met de facturen.

De voor- en achtertuin en oprit vertonen verschillende gebreken

5.3

In geschil is of de tuin en oprit gebreken vertonen en in het verlengde daarvan of [partij A] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. [partij B] stelt dat dit het geval is en beroept zich ter onderbouwing op het rapport van [bedrijf 3] , waaruit de volgende gebreken blijken:

Voortuin

  1. Geen deugdelijke opsluiting

  2. Geen rechte lijn op de gevel gemaakt waardoor de lijn van de oprit ook niet recht loopt

  3. Geen mooie rechte aansluiting bij het trottoir

  4. 1 cortenstalen bak zijn de zijden niet even groot gemaakt waardoor niet haaks en scheef

  5. Ruimtes tussen de stenen, niet strak gelegd

  6. Niet net knipwerk

Oprit

7. Afschot ligt niet op 1 lijn naar de weg toe

8. Veel kuilen en ongelijkheden waardoor er plassen blijven staan

9. Veel beschadigde stenen door verwerking

10. Slecht knipwerk

Achtertuin

11. 60 60x60 tegels: afschot deels naar de gevel toe in plaats van de tuin (verkeerde kant op)

11. 60 60x60 tegels: terrassen en paden liggen heel ongelijk

11. 60 60x60 tegels: matig zaagwerk

11. 60 60x60 tegels: zeer matig voegwerk

11. 60 60x60 tegels: ondeugdelijke opsluiting (terrassen en paden niet opgesloten met opsluitbanden)

11. 60 Bakken blokken 60x15x15: geen fundering gebruikt

11. 60 Bakken blokken 60x15x15: ongelijkmatig in de hoogte

11. 60 Bakken blokken 60x15x15: geen goede aansluiting bij de schutting waardoor aarde vanuit de bak het terras op loopt

5.4

Volgens [partij A] moet geen acht geslagen worden op het rapport van [bedrijf 3] omdat het in de stratenmakerwereld gebruikelijk is om het werk van een ander negatief te beoordelen om er zelf werk aan over te houden. Deze algemene opmerking heeft [partij A] verder niet toegelicht of onderbouwd en vormt daarom voor de kantonrechter geen aanleiding om het rapport op voorhand volledig terzijde te stellen.

Niet weersproken gebreken

5.5

De volgende gebreken uit het rapport van [bedrijf 3] zijn door [partij A] niet weersproken en komen daarmee vast te staan:

(4.) 1 cortenstalen bak zijn de zijden niet even groot gemaakt waardoor niet haaks en scheef

(5.) ruimtes tussen de stenen in de voortuin, niet strak gelegd

(9.) veel beschadigde stenen door verwerking

(13.) 60x60 tegels: matig zaagwerk

(14.) 60x60 tegels: zeer matig voegwerk

(16.) Bakken blokken 60x15x15: geen fundering gebruikt

(17.) Bakken blokken 60x15x15: ongelijkmatig in de hoogte

Over de overige gestelde gebreken oordeelt de kantonrechter als volgt.

Geen deugdelijke opsluiting (1.)

5.6

Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of er sprake was van een correcte opsluiting van de voortuin. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [partij B] zo, dat volgens hem partijen zijn overeengekomen dat in de voortuin rondom het straatwerk opsluitbanden geplaatst zouden worden. Dat zou ook blijken uit de offertes van 28 maart 2025 en 13 april 2025 waarin 25 opsluitbanden genoemd worden. [partij A] betwist niet dat zij zou zorgdragen voor een correcte opsluiting van de tegels in de voortuin, maar wel dat specifiek is overeengekomen dat dit door middel van opsluitbanden moest gebeuren. De opsluitbanden die in de offertes genoemd staan, zien volgens haar op de achtertuin en niet op de voortuin. Met [partij A] is de kantonrechter van oordeel dat uit de offertes niet blijkt dat het tegelwerk in de voortuin met banden moest worden opgesloten. Bij de 25 opsluitbanden die in de offertes staan genoemd, staat niet vermeld waar deze geplaatst zouden worden, zodat dit ook de achtertuin zou kunnen zijn. Ook staat bij de omschrijving van de werkzaamheden in de laatste offerte niets over opsluitbanden in de voortuin. Nu [partij B] verder geen feiten en omstandigheden heeft genoemd waaruit blijkt dat [partij A] opsluitbanden zou plaatsen, komt dit niet vast staan. Wel staat als onweersproken vast dat [partij A] zou zorgen voor een correcte opsluiting van de voortuin.

5.7

[partij B] stelt, onder verwijzing naar het rapport van [bedrijf 3] , dat de opsluiting in de voortuin niet deugdelijk is. Het gevolg is dat de voortuin verzakt is, aldus [partij B] . Deze stelling heeft hij echter gelet op wat [partij A] daarover ter zitting heeft aangevoerd onvoldoende onderbouwd. Zo heeft [partij A] verklaard dat de voortuin aan de voorkant is opgesloten door het trottoir, dat zij aan de zijkant (tegen grens met de buren) opsluitbanden heeft geplaatst en dat zij tegen de oprit een lijn net onder de tegels heeft getikt als opsluiting. Gelet op deze toelichting had van [partij B] mogen worden verwacht dat hij zou aangeven waarom deze specifieke vormen van opsluiting in dit geval niet deugen of zijn stelling dat de opsluiting verzakkingen heeft veroorzaakt, verder zou toelichten. Geen van beide heeft hij gedaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er op dit punt geen sprake is van een gebrek.

Geen rechte lijn op de gevel gemaakt waardoor de lijn van de oprit ook niet recht loopt (2.) en geen mooie rechte aansluiting bij het trottoir (3.)

5.8

Uit het door [partij B] overgelegde rapport van [bedrijf 3] blijkt dat er in de voortuin geen rechte lijn op de gevel is gemaakt, waardoor de lijn van de oprit ook niet recht loopt. [partij A] heeft dit (deels) weersproken. Zij heeft ter zitting aangevoerd dat het straatwerk in de voortuin aansluit tegen het huis en dat zij om dat te bewerkstellingen zelfs een extra waaltje heeft gelegd. Zij heeft verder aangevoerd dat zij de oprit bewust haaks op de woning heeft gelegd (en niet evenredig aan het schuin lopende trottoir), zodat het voor het oog recht is. Gelet op deze toelichting heeft [partij B] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat er op dit punt sprake is van een gebrek. Te meer nu uit de offertes niet volgt hoe de lijn van de oprit moest lopen en [partij B] niet toegelicht heeft dat de keuze van [partij A] om voor een optisch beter resultaat te gaan een verkeerde is.

5.9

[partij B] stelt verder, onder verwijzing naar het rapport van [bedrijf 3] , dat er geen sprake zou zijn van een mooie, rechte aansluiting van de tegels van de voortuin bij het trottoir. Hoewel [partij A] erkent dat de aansluiting van de voortuin op het trottoir niet recht is, heeft dat er volgens haar mee te maken dat het trottoir scheef bij de voortuin wegloopt. De kantonrechter begrijpt dat zij daarmee het gebrek betwist. Nu noch uit het rapport van [bedrijf 3] , noch uit de ter zitting gegeven toelichting van [partij B] blijkt waarom deze keuze niet deugt, heeft [partij B] gelet op de betwisting van [partij A] het gebrek onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een gebrek.

Slecht knipwerk (6. en 10.)

5.10

[partij B] stelt, verwijzend naar het rapport van [bedrijf 3] , dat er sprake is van slecht knipwerk aan de tegels in de oprit en de voortuin. [partij A] heeft in reactie daarop verklaard dat [partij B] zelf voor de goedkopere optie van het knippen van de stenen gekozen heeft, in plaats van de duurdere optie van het zagen van tegels. Maar zelfs indien deze afspraak vast zou komen te staan, heeft [partij A] daarmee de stelling van [partij B] dat het knipwerk zelf niet net is gebeurd, onvoldoende weersproken. De door [partij A] overgelegde verklaringen van andere klanten die haar legwerk in andere projecten prijzen en de screenshot van de website van [bedrijf 3] waarop geknipte tegels te zien zijn, vormen ook geen weerlegging van het standpunt van [partij B] dat het knipwerk van de tegels in de voortuin en oprit slecht is geweest. Daar komt bij dat [partij B] , ter verdere onderbouwing van zijn standpunt, een foto aan zijn conclusie van antwoord heeft toegevoegd van geknipte tegels die aan de zijkanten scheuren en oneffenheden vertonen, die volgens hem veroorzaakt zijn door het knippen. Hoewel onduidelijk is waar deze tegels uiteindelijk zijn gelegd, geeft dit naar het oordeel van de kantonrechter de kwaliteit van het knipwerk aan. Dat betekent dat [partij A] de onderbouwde stelling van [partij B] onvoldoende heeft betwist. Gelet hierop komen de als nummer zes en tien genoemde gebreken uit het rapport van [bedrijf 3] vast te staan.

Afschot oprit ligt niet op 1 lijn naar de weg toe (7.) en veel kuilen en ongelijkheden waardoor er plassen blijven staan (8.)

5.11

Vast staat dat partijen zijn overeengekomen dat de oprit op afschot zou liggen naar de weg toe en dat er in de oprit geen kuilen of grote hoogteverschillen zouden zitten. Zij verschillen van mening over de vraag of deze afspraken zijn nagekomen. Zo stelt [partij B] , verwijzend naar het rapport van [bedrijf 3] , dat het afschot niet op een lijn naar de weg toe ligt en dat er veel kuilen en ongelijkheden in de oprit zitten, waardoor er plassen blijven staan. [partij B] onderbouwt zijn stelling aan de hand van een foto in zijn conclusie van antwoord, waarop plassen op de oprit te zien zijn. [partij A] betwist dat zij is tekortgeschoten, maar motiveert dit naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende. Weliswaar overlegt zij twee foto’s waarop te zien is dat zij het zand onder de oprit vlak heeft gemaakt (getrild), maar deze foto’s sluiten niet uit dat er op dat moment al kuilen in de grond zaten die vanwege de hoek/de positie waarop de foto’s zijn gemaakt niet te zien zijn of dat deze gebreken tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden op een later moment alsnog zijn ontstaan. Daarentegen volgt uit de door [partij B] overgelegde foto wel dat bij het eindresultaatplassen op de oprit blijven staan. De kantonrechter is van oordeel dat het zevende en achtste gebrek uit het rapport van [bedrijf 3] vast komen te staan.

60x60 tegels: afschot deels naar de gevel toe in plaats van de tuin (verkeerde kant op) (11.)

5.12

Volgens [partij B] is het afschot van de 60x60 tegels in achtertuin de verkeerde kant op gelegd, namelijk richting de woning in plaats van richting de tuin. [bedrijf 3] heeft dit in haar rapport bevestigd. [partij A] is het daar niet mee eens en heeft bij productie 7 van de dagvaarding foto’s uit een WhatsAppgesprek overgelegd waarop een waterpas op 60x60 tegels te zien is. Uit de stand van de waterpas volgt volgens [partij A] dat het afschot niet richting de woning loopt, maar richting de tuin. Gelet op deze motivering had van [partij B] mogen worden verwacht dat hij zijn stelling dat het afschot richting de woning loopt, verder zou onderbouwen, bijvoorbeeld aan de hand van eigen (waterpas) foto’s. Dat heeft hij nagelaten. Dat betekent dat dit gebrek niet is komen vast te staan.

60x60 tegels: terrassen en paden liggen heel ongelijk (12.)

5.13

In het door [partij B] overgelegde rapport van [bedrijf 3] staat dat de terrassen en paden in de achtertuin ‘heel ongelijk’ liggen. Uit wat [partij B] daarover ter zitting heeft verklaard, begrijpt de kantonrechter dat [partij B] daarmee bedoelt dat er sprake is van een te groot hoogteverschil tussen de tegels. Voor zover [partij A] met haar reactie dat zij de ondergrond vlak gemaakt (getrild) heeft, betwist dat er sprake is van een te groot hoogteverschil, gaat de kantonrechter daar niet in mee. [partij A] heeft in haar dagvaarding erkend dat zij tijdens haar werkzaamheden meermaals verzakkingen heeft moeten herstellen. Twee weken na het afronden van haar werk, op 29 juli 2025, biedt zij bovendien nog eens aan om verzakkingen te herstellen. De kantonrechter gaat er dus vanuit dat er sprake is van een gebrek. Het verweer van [partij A] dat de schade voor rekening van [partij B] moet komen omdat het gebrek aan zijn eigen handelen te wijten is, zal de kantonrechter hierna bespreken.

60x60 tegels: ondeugdelijke opsluiting (terrassen en paden niet opgesloten met opsluitbanden) (15.)

5.14

Volgens [partij B] is er sprake van een ondeugdelijke opsluiting in de achtertuin omdat de terrassen en paden niet zijn opgesloten met opsluitbanden. [partij A] erkent dat er geen opsluitbanden zijn toegepast, maar voert aan dat dit geen gebrek is omdat opsluitbanden niet waren overeengekomen én het terras en de paden wel op andere wijze zijn opgesloten. De kantonrechter is van oordeel dat [partij A] haar betwisting onvoldoende heeft gemotiveerd. Vast staat dat in beide offertes gesproken wordt over 25 opsluitbanden. Ter zitting heeft [partij A] erkend dat deze opsluitbanden aanvankelijk bedoeld waren voor de achtertuin (zie ook overweging 5.6), maar dat zij er op een later moment voor gekozen heeft om deze toch niet te plaatsen omdat deze zouden gaan verkleuren. Volgens [partij A] heeft zij dat met [partij B] besproken. [partij B] heeft dit steevast ontkent. Omdat deze (nieuwe) afspraken verder nergens uit blijken, komen deze ook niet vast te staan. De kantonrechter gaat er dus van uit dat de afspraak tussen partijen was dat er opsluitbanden in de achtertuin zouden komen. Deze zijn er niet gekomen, waardoor er sprake is van een gebrek.

Bakken blokken 60x15x15: geen goede aansluiting bij de schutting waardoor aarde vanuit de bak het terras op loopt (18.)

5.15

Volgens [partij B] , daarbij verwijzend naar het rapport van [bedrijf 3] , sluit de bak niet goed aan bij de schutting, zodat er aarde vanuit de bak het terras op loopt. Ter zitting heeft [partij A] erkend dat zij ruimte tussen de bak en de schutting heeft gelaten. Dit was een bewuste keuze omdat de buurvrouw van [partij B] tegen haar had gezegd dat haar echtgenoot nog werkzaamheden aan de schutting zou verrichten en dat alles daarna recht zou komen te staan. De kantonrechter begrijpt [partij A] zo dat zij het gebrek niet betwist, maar dat zij stelt dat dit gebrek gelet op de mededeling van de buurvrouw niet aan haar valt toe te rekenen. De kantonrechter volgt [partij A] daarin in niet. Ook al zou de buurvrouw dit hebben gezegd, dan had van [partij A] verwacht mogen worden dat zij dit nieuwe plan zou afstemmen met [partij B] . [partij B] is immers haar opdrachtgever en niet de buurvrouw. Omdat gesteld, noch gebleken is dat zij met [partij B] hierover overleg heeft gevoerd, is het gebrek haar toe te rekenen.

Tussenconclusie

5.16

Hiervoor is overwogen dat er sprake is van verschillende gebreken, namelijk:

(4.) 1 cortenstalen bak zijn de zijden niet even groot gemaakt waardoor niet haaks en scheef

(5.) ruimtes tussen de stenen in de voortuin, niet strak gelegd

(6.) niet net knipwerk

(7.) afschot oprit ligt niet op 1 lijn naar de weg toe

(8.) veel kuilen en ongelijkheden waardoor er plassen blijven staan

(9.) veel beschadigde stenen door verwerking

(10.) slecht knipwerk

(12.) 60x60 tegels: terrassen en paden liggen heel ongelijk

(13.) 60x60 tegels: matig zaagwerk

(14.) 60x60 tegels: zeer matig voegwerk

(15.) 60x60 tegels: ondeugdelijke opsluiting (terrassen en paden niet opgesloten met opsluitbanden)

(16.) Bakken blokken 60x15x15: geen fundering gebruikt

(17.) Bakken blokken 60x15x15: ongelijkmatig in de hoogte

(18.) Bakken blokken 60x15x15: geen goede aansluiting bij de schutting waardoor aarde vanuit de bak het terras op loopt

Niet in geschil is dat [partij B] door deze gebreken schade heeft geleden (causaal verband) en dat [partij A] in verzuim verkeert. Dat betekent dat [partij A] in principe gehouden is de schade van [partij B] te vergoeden, tenzij een van de verweren van [partij A] slaagt.

Er is geen sprake van een onvoorwaardelijke oplevering

5.17

Voor zover [partij A] stelt dat zij is ontslagen van de aansprakelijkheid van de genoemde gebreken omdat het werk al is opgeleverd (artikel 7:758 lid 3 BW), oordeelt de kantonrechter dat dit verweer niet slaagt. Volgens [partij A] zou uit een gesprek van 11 juli 2025 blijken dat [partij B] het werk na een keuring heeft aanvaard. Zij overlegt een transcript van dit gesprek waarin [partij A] zegt: “We hebben tot nu toe alle wijzigingen die jullie tussendoor wilden hebben we gedaan. We hebben dinsdag met [naam] die punten doorgenomen op jouw verzoek, met [naam] erbij punten doorgenomen waar het omging bij jou. Toen hebben we gezegd, We gaan dat dan vrijdag in orde maken ronden we dat eerst af dat het naar tevredenheid is” en waarop [partij B] dan antwoordt: “Nou, Ik denk ja, Ik vind het prima. Ik vind dit prima hoor!”

5.18

Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat [partij B] het werk (zonder voorbehoud) heeft aanvaard. Integendeel, uit het vervolg van het gesprek blijkt juist dat wanneer [partij A] aan [partij B] vraagt om voor oplevering te tekenen, hij dit weigert en aangeeft dat hij er het weekend over wil nadenken. Na het weekend deelt [partij B] [partij A] vervolgens mee dat er volgens hem sprake is van verschillende gebreken, dat hij het werk daarom nog niet als opgeleverd beschouwt, dat hij daarover met [partij A] in overleg wil treden en de reactie van [partij A] afwacht. Gelet hierop is er geen sprake van een oplevering van het werk als gevolg waarvan [partij A] is ontslagen voor iedere aansprakelijkheid.

De hoogte van de schade

5.19

Hiervoor is overwogen dat een deel van de in het rapport van [bedrijf 3] genoemde gebreken vast is komen te staan en een ander deel niet. [partij B] baseert zijn schade op de factuur van [bedrijf 3] . In deze factuur benoemt [bedrijf 3] de kosten die zij heeft gemaakt om een geheel nieuwe tuin en oprit aan te leggen. Uit deze factuur valt echter niet op te maken welke kosten specifiek verband houden met de vastgestelde gebreken zoals genoemd in overweging 5.16. Zo wordt bijvoorbeeld bij de grootste post – het tegelwerk – niet gespecifieerd welk deel van de kosten ziet op de voortuin, danwel de achtertuin of de oprit. Voordat de kantonrechter de schade begroot, zal zij [partij B] daarom eerst in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten over de kosten die volgens hem specifiek voortvloeien uit de gebreken genoemd in overweging 5.16. [partij A] mag daar vervolgens nog op reageren.

Er is sprake van eigen schuld aan de kant van [partij B]

5.20

[partij A] heeft gesteld dat een aantal gebreken (deels) aan de eigen schuld van [partij B] te wijten zijn, waarmee de kantonrechter begrijpt dat zij een beroep doet op artikel 6:101 BW. Volgens [partij A] zijn de tegels van de paden en/of terrassen in de achtertuin verzakt doordat [partij B] samen met andere personen en zijn hond op de pas gelegde tegels heeft gelopen en doordat [partij B] met een tuinslang water op de tegels in de achtertuin heeft gespoten. Hierdoor is ook het voegwerk aangetast, aldus [partij A] . [partij B] heeft erkend dat hij één keer water op de tegels heeft gespoten – naar eigen zeggen om aan te tonen dat het water naar de gevel toe liep – en dat zijn hond één keer op de tegels in de achtertuin heeft gelopen. Hij betwist dat hij verder, al dan niet met anderen, op het tegelwerk heeft gelopen. Nu [partij A] , buiten haar eigen verklaring om, niet heeft onderbouwd dat [partij B] of andere personen op de tegels hebben gelopen, komt dit niet vast te staan. Met de erkenning van [partij B] dat hij met de tuinslang water op de tegels heeft gespoten en dat zijn hond over de tegels heeft gelopen, is de kantonrechter van oordeel dat de schade die [partij B] heeft geleden (de verzakking van de tegels in de achtertuin en de aantasting van het voegwerk), mede het gevolg is van een omstandigheid die hem valt toe te rekenen. Deze twee incidenten zijn op zichzelf echter niet zodanig ernstig dat daardoor naar het oordeel van de kantonrechter het merendeel van de schade voor rekening van [partij B] moet blijven. De kantonrechter overweegt daarom nu alvast dat als zij na aktewisseling de totale schade van [partij B] vaststelt, zij van dit bedrag nog 10% zal aftrekken.

Hoe nu verder?

5.21

Zoals hiervoor is overwogen, zal [partij B] in de gelegenheid worden gesteld om zijn schade nader te onderbouwen. Dit kan hij doen door binnen een termijn van vier weken bij de rechtbank schriftelijk aan te geven welke kosten hij gemaakt heeft om de gebreken genoemd in overweging. 5.16. te laten herstellen door [bedrijf 3] . [partij A] mag daar vervolgens binnen een termijn van vier weken schriftelijk op reageren. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6 De beslissing

De kantonrechter

in conventie en in reconventie

6.1

stelt [partij B] in de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken, dus uiterlijk op de rol van 20 oktober 2026, zijn schade te onderbouwen als bedoeld in overweging 5.21;

6.2

stelt [partij A] in de gelegenheid om daar uiterlijk vier weken nadien, dus uiterlijk op de rol van 17 november 2026 op te reageren;

6.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.O. Frentrop en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »