RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/351499 / KG ZA 26-201
Vonnis in kort geding van 8 oktober 2026
in de zaak van
1 [eiser 1] V.O.F.,
te [vestigingsplaats],2. [eiser 2],
te [woonplaats 1],3. [eiser 3],
te [woonplaats 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. E. Koekoek,
tegen
1 [gedaagde 1],
te [woonplaats 3],2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 4],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden].,
procederend in persoon.
1 De zaak in het kort
Het perceel van [eisers] ligt naast het perceel van [gedaagden]. Op het perceel van [gedaagden]. rust ten behoeve van het perceel van [eisers] een erfdienstbaarheid van weg (hierna ook wel genoemd: overweg). [gedaagden]. is voornemens vijf appartementen op haar perceel te bouwen. Door de werkzaamheden zal de overweg niet altijd (onbelemmerd) toegankelijk zijn voor [eisers]. [eisers] wil – kort gezegd – dat de overweg (ongehinderd) toegankelijk blijft tijdens de werkzaamheden en dat het [gedaagden]. wordt verboden om op de overweg te bouwen. Daarnaast wil hij dat aan de voorzijde van de percelen de doorgaande weg toegankelijk blijft.
De voorzieningenrechter oordeelt dat [gedaagden]. het op/langs de overweg geplaatste hekwerk niet op zodanige wijze mag (laten) plaatsen/vastzetten dat het voor [eisers] niet meer mogelijk is deze handmatig te verplaatsen, en daardoor de (gebruikelijke) toegang tot de overweg onmogelijk wordt gemaakt. Daarnaast oordeelt de voorzieningenrechter dat [gedaagden]. de verharding van de overweg tijdelijk mag verwijderen en dat de overweg daardoor maximaal elf dagen ontoegankelijk mag zijn. Daarnaast wordt het [gedaagden]. verboden om steigers op de overweg te plaatsen. Ook wordt het – in lijn met het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – [gedaagden]. verboden de overweg permanent te bebouwen. De overige vorderingen worden afgewezen. De voorzieningenrechter wijst een dwangsom toe, voor het geval [gedaagden]. zich niet aan de veroordelingen houdt. Daarnaast wordt [gedaagden]. in de proceskosten veroordeeld.
2 De procedure
De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van:
-
de dagvaarding;
-
een akte vermeerdering van eis van 23 september 2026;
-
de conclusie van antwoord (schriftelijke reactie op dagvaarding en akte vermeerdering van eis);
-
13 producties aan de zijde van [eisers];
-
10 producties aan de zijde van [gedaagden].
Op 24 september 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren de heer [eiser 2] en mevrouw [eiser 3] aanwezig, bijgestaan door mr. E. Koekoek. Aan de zijde van [gedaagden]. waren aanwezig: de heer [gedaagde 1], mevrouw [gedaagde 2], de heer [naam 1] (architect), de heer [naam 2] (aannemer) en de heer [naam 3] (zoon van [gedaagden].).
Mr. Koekoek heeft spreekaantekeningen overgelegd.
De beslissing wordt vandaag gegeven en toegelicht in dit vonnis.
3 De feiten
[eisers] is eigenaar van de onroerende zaak aan de [adres 1] en [adres 1] te [plaats]. [eisers] woont daar samen met hun kinderen. Daarnaast exploiteert [eisers] er een interieurwinkel.
[gedaagden]. is eigenaar van de onroerende zaak aan de [adres 2] te [plaats].
Op het perceel van [gedaagden]. rust ten behoeve van het perceel van [eisers] een erfdienstbaarheid van weg. Deze erfdienstbaarheid geeft het recht om zich vanaf de openbare weg ([adres 3]) over een strook grond (van 4.21 meter breed bij de erfgrens tot 5.50 meter breed aan de zijde van de [adres 3]) te verplaatsen van en naar het heersende erf. Op de kadastrale tekening is de overweg aangegeven met een * op een strook.
[Afbeelding]
[gedaagden]. is voornemens vijf appartementen te bouwen op haar perceel. Zij heeft in een (eerdere) gerechtelijke procedure gevorderd dat de erfdienstbaarheid ten behoeve van de bouwplannen zou worden gewijzigd of versmald tot een strook van 3,2 meter breed en 3,00 meter hoog, met uitsluiting van vrachtwagens.
Op 27 januari 2023 heeft Goudappel een rapport uitgebracht waarin de doorrijbreedte van de erfdienstbaarheid wordt beoordeeld. In de conclusie van het rapport staat:
“In de situatie dat er auto’s langs de [adres 3] staan geparkeerd (wat regelmatig het geval is) kan een (lange) bestelbus in de huidige situatie met minimale speling tot objecten in en uitrijden. (…)
In de huidige situatie is de doorgang alleen bruikbaar door een solovrachten als er geen auto’s in de [adres 3] staan geparkeerd. (…)”
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de vorderingen van [gedaagden]. bij arrest van 30 mei 2023 afgewezen en geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om de erfdienstbaarheid te wijzigen of te beperken.1 Het hof oordeelde als volgt:
“Er is geen goede aanleiding om de erfdienstbaarheid te versmallen of vrachtwagens te verbieden. [gedaagden] wil dat alleen zodat hij zijn plannen voor appartementsbouw kan verwezenlijken en meer bouwvolume kan creëren. Dat eigen belang brengt beperkingen voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid door [eisers] mee die niet gerechtvaardigd zijn. De belangen van het heersend erf (het sterkste recht) gaan in beginsel immers voor en dat ligt hier ook voor de hand. [eiser 3] en [eiser 2], die nu wonen en werken op [adres 4], hebben de achteringang nodig voor hun bedrijf en hebben het recht om vrachtwagens achterom te laten lossen, zoals [eisers] daarvoor ook heeft gedaan. Daartegenover kan [gedaagden] als eigenaar van het dienend erf de bouwplannen aanpassen zodat de erfdienstbaarheid gehandhaafd en toegankelijk blijft.”
De rechtbank Overijssel (afdeling bestuursrecht) heeft op 21 april 2026 geoordeeld dat de omgevingsvergunning voor het bouwen van vijf appartementen terecht is verleend.
Per brief van 19 augustus 2026 heeft de aannemer van [gedaagden]. aan [eisers] laten weten dat de nieuwbouw binnenkort wordt gestart en dat ter afwijking van de bestaande situatie tijdens de bouw aan de voorkant van de onroerende zaken (aan de Haarstraat) een eenrichtingsverkeer wordt ingesteld en dat de [adres 3] regelmatig zal worden afgesloten vanwege de inzet van kranen en andere bouwmiddelen. De weg blijft wel toegankelijk voor voetgangers.
Ter verduidelijking van de situatie hieronder een plattegrond van de situatie, waarbij de weg ter hoogte van het kruis wordt afgesloten.
[Afbeelding]
Op 21 augustus 2026 heeft [gedaagden]. hekwerken en geleidebakens geplaatst rondom het werkterrein.
Per brief van diezelfde dag heeft de advocaat van [eisers] de aannemer bericht dat door plaatsing van deze hekken het [eisers] onmogelijk wordt gemaakt om de overweg te gebruiken.
Op 9 september 2026 heeft de aannemer van [gedaagden]. aan [eisers] een toelichting op de planning gestuurd:
“ Week 38 – vanaf maandag 14 september 2026
“We starten met de sloopwerkzaamheden. Tijdens deze werkzaamheden zal het helaas niet te voorkomen zijn dat de doorgang naar jullie kavel overdag soms tijdelijk wordt afgesloten.
Week 39
(…)
Dit houdt onder andere in dat ook het tussenpad tijdelijk wordt ontgraven, zodat de boorstelling toegang kan krijgen tot het achterste gedeelte van het bouwterrein.”
Week 40 en 41
In deze weken staat het aanbrengen van de boorpalen gepland.
Week 44
De fundering wordt gestort. Aansluitend kunnen we de grond weer aanvullen en het terrein herstellen, zodat het overpad daarna weer normaal gebruikt kan worden.
Zoals we al eerder hebben aangegeven, mogen jullie gedurende deze periode gebruikmaken van een gedeelte van onze hal voor de tijdelijke opslag van materialen.”
In september 2026 heeft de aannemer in de WhatsAppgroep van de buurt onder meer het volgende laten weten:
“de bedoeling en planning is dat we vanaf maandag aanstaande starten met de sloop van het huidige pand deze zal ongeveer anderhalve week in beslag nemen in die tijd is het mogelijk dat de doorgang vanaf de haarstraat tijdelijk belemmerd zal worden door het indraaien van vrachtwagens van het sloopbedrijf wij hopen op uw begrip”
Op 22 september 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechterspraak van de Raad van State het hoger beroep inzake de omgevingsvergunning voor de vijf appartementen ongegrond verklaard.
4 Het geschil
[eisers] vordert kort gezegd (na eisvermeerdering):
a. [gedaagden]. te verbieden de overweg ontoegankelijk te maken of te houden voor [eisers], in het bijzonder:
i. te verbieden op de strook hekwerken, verkeersborden, boorstellingen, obstakels, aarde, puin of andere voorwerpen te (laten) plaatsen, die de doorgang of het gebruik van de strook door [eisers] belemmeren of onmogelijk maken voor voetgangers, bedrijfswagens en vrachtwagens ten behoeve van [eisers] (en de bevoorrading en bedrijfsvoering op het perceel [adres 4] te [plaats]);
ii. te verbieden de verharde bestrating van de strook geheel of gedeeltelijk te verwijderen, de strook af te graven of anderszins te beschadigen of te slopen;
[gedaagden]. te gebieden geplaatste belemmeringen waaronder begrepen de hekwerken, verkeersborden, geleidebakens, units, materialen, op en/of langs de strook grond waarop voornoemde erfdienstbaarheid rust te verwijderen en verwijderd te houden, zodanig dat de strook voor of ten behoeve van [eisers] ongehinderd toegankelijk en bruikbaar is voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid;
[gedaagden]. te gebieden om geplaatste belemmeringen, waaronder begrepen de hekwerken, verkeersborden, geleidebakens, units, materialen, op en/of langs de [adres 3] en Haarstraat te verwijderen en verwijderd te houden, zodanig dat deze openbare wegen niet worden afgesloten of beperkt voor het gemotoriseerd verkeer en in het bijzonder niet voor het verkeer ten behoeve van (de bedrijfsvoering van) [eisers] totdat ter zake rechtsgeldige en onherroepelijke verkeersbesluiten zijn genomen;
[gedaagden]. te verbieden om de erfdienstbaarheid van weg tijdelijk dan wel permanent te (laten) bebouwen;
te bepalen dat [gedaagden]. een dwangsom verbeurt als in strijd wordt gehandeld met één van de veroordelingen naar aanleiding van de vorderingen onder a) tot en met d);
[gedaagden]. te veroordelen in de proceskosten.
[eisers] voert aan dat hij een spoedeisend belang heeft, aangezien [gedaagden]. de toegang tot de overweg ontoegankelijk heeft gemaakt, alsmede de toegang vanaf de openbare wegen naar de interieurwinkel van [eisers]. Daarnaast wil [gedaagden] 20 centimeter over de volledige lengte van de erfdienstbaarheid permanent bebouwen.
De overweg (erfdienstbaarheid) moet voor [eisers] dagelijks beschikbaar zijn om er onder meer over te kunnen rijden met fietsen en voertuigen, zoals de bedrijfsbus, bestelbussen en vrachtwagens.
[gedaagden]. heeft daarnaast aangekondigd de verharding van de erfdienstbaarheid (tijdelijk) te zullen verwijderen. Dit brengt veel nadeel aan de bedrijfsvoering van [eisers], onder meer doordat [eisers] dan niet met zijn bedrijfswagen zijn perceel kan bereiken. Daardoor kan [eisers] niet bij zijn opslag en kan hij niet of nauwelijks laden en lossen of snijwerkzaamheden uitvoeren. Verder brengt dit onder meer het risico met zich dat na verwijdering niet meer duidelijk is waar de erfdienstbaarheid van weg precies ligt.
Ten slotte wordt door het afzetten van de openbare weg de toegankelijkheid van de interieurwinkel van [eisers] bemoeilijkt. De winkel is alleen te voet bereikbaar of men moet omrijden en dan de doodlopende Haarstraat inrijden, waar bovendien alleen eenrichtingsverkeer is toegestaan.
[gedaagden]. maakt bezwaar tegen de vermeerdering van eis die volgens haar te laat – op 23 september 2026 – is ingediend.
Verder voert zij aan dat de overweg slechts (ongeveer) één week niet normaal bereikbaar is in verband met funderingswerkzaamheden. Buiten deze werkzaamheden is het uitgangspunt dat de erfdienstbaarheid bruikbaar blijft en dat hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook met de plaatsing van de bouwhekken kan [eisers] nog gebruik maken van de overweg. Bovendien vindt het laden en lossen van vrachtwagens door [eisers] in de praktijk vooral vanaf de openbare weg plaats, waarna goederen met onder meer een palletwagen, pompwagen of rolcontainer worden verplaatst. De woning en winkel van [eisers] zijn daarnaast ook vanaf de voorzijde toegankelijk.
Verder voert [gedaagden]. aan dat de verkeersmaatregelen aan de voorzijde van de percelen zijn goedgekeurd door Bouw en woningtoezicht gemeente Rijssen-Holten.
Daarnaast voert [gedaagden]. onder meer als verweer dat uit de genoemde cijfers niet zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat 19,4 centimeter op de overweg wordt gebouwd. Tot slot voert [gedaagden]. verweer tegen de gevorderde dwangsommen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Voor toewijzing daarvan is nodig dat [eisers] daarbij ten tijde van dit vonnis een spoedeisend belang heeft. Daarvan is in dit geval sprake, aangezien [gedaagden]. is gestart met de sloop- en bouwwerkzaamheden en dit gevolgen heeft voor de overweg/erfdienstbaarheid en de toegang tot de (openbare) wegen naar de interieurwinkel van [eisers].
De voorzieningenrechter zal in dit kort geding verder beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Daarbij worden de belangen van partijen meegenomen. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Vermeerdering van eis
Op 23 september 2026 heeft [eisers] haar eis vermeerderd met – kort gezegd – de vordering onder rechtsoverweging. 4.1. sub d. [gedaagden]. vindt dat de eisvermeerdering te laat is ingediend en buiten beschouwing moet worden gelaten.
De voorzieningenrechter overweegt dat [gedaagden]. onvoldoende heeft toegelicht waarom de late eisvermeerdering in dit geval in strijd zou zijn met de goede procesorde, of anderszins buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. [gedaagden]. heeft schriftelijk en ter zitting gereageerd op de vermeerderde vordering. De voorzieningenrechter staat de eisvermeerdering dan ook toe en zal ook vordering d) hieronder inhoudelijk behandelen.
Verbod ontoegankelijk maken/houden overweg door plaatsen obstakels
Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een erfdienstbaarheid en wat de ligging en omvang daarvan is. [eisers] vordert ten eerste dat er een algemeen en absoluut verbod komt om obstakels op de overweg te plaatsen/houden, waardoor het gebruik van de overweg belemmerd/onmogelijk wordt.
[eisers] beroept zich hierbij mede op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 mei 2023. In dat arrest is geoordeeld dat [eisers] het recht moet blijven houden om vrachtwagens achterom te laten lossen en [gedaagden]. de bouwplannen moet aanpassen zodat de erfdienstbaarheid gehandhaafd en toegankelijk blijft. In die gerechtelijke procedure ging het echter over een andere situatie. In de procedure bij het gerechtshof ging het namelijk om de vraag of de erfdienstbaarheid permanent mocht worden versmald. In dit geval gaat het om tijdelijke maatregelen in verband met de bouw van de appartementen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de eigenaren van een erfdienstbaarheid in beginsel onbelemmerd gebruik moeten kunnen maken van – in dit geval – hun recht van overweg. Dit recht is echter niet zo absoluut dat nooit tijdelijke beperkingen kunnen worden toegestaan, zoals in dit geval bij de bouw van appartementen. Of dit is toegestaan zal telkens afhangen van de specifieke omstandigheden, de wederzijdse belangen en onder meer de duur van de maatregelen. De voorzieningenrechter acht het daarom niet aannemelijk dat een bodemrechter een algemeen (absoluut en permanent) verbod tot het plaatsen van (tijdelijke) obstakels – zoals in dit kort geding is gevorderd – zal toewijzen. Dit gevorderde (algemene) verbod kan daarom niet worden toegewezen. Wel kan, als het mindere van het gevorderde, toegewezen worden het volgende:
- hekwerken
Op dit moment staan er twee hekken op/langs de overweg, waarvan één is vastgemaakt aan een muur van het pand van [gedaagden]. en het andere verplaatsbaar is. [gedaagden]. heeft toegelicht dat deze hekken noodzakelijk zijn als veiligheidsmaatregel bij de werkzaamheden. [eisers] heeft ter zitting verklaard dat hij er nu met zijn bedrijfsbus door kan als hij het verplaatsbare hek handmatig verplaatst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit van [eisers] gevraagd kan worden, ook als hij daardoor (mogelijk) maar vanaf één kant de overweg kan inrijden. Het betreft immers een tijdelijke maatregel waarbij de overweg voor [eisers] toegankelijk en bruikbaar blijft. Bovendien volgt uit de wet dat de eigenaar van een heersend erf (in dit geval: [eisers]) op de minst bezwarende wijze gebruik moet maken van de erfdienstbaarheid.2 [gedaagden]. mag deze hekken echter niet zodanig (laten) (ver)plaatsen/vastzetten dat de (handmatige) toegang en het gebruik van de erfdienstbaarheid daarmee – voor langere duur – onmogelijk wordt gemaakt voor voertuigen (waaronder met name de bedrijfsbus van) [eisers].
- steigers
[gedaagden]. heeft in haar stukken aangevoerd dat [eisers] slechts één week de overweg niet op de gebruikelijke wijze zou kunnen gebruiken. Ter zitting is echter gebleken dat, volgens de huidige planning van de aannemer, op korte termijn steigers op de overweg worden geplaatst waardoor de overweg gedurende vijf à zes maanden aanzienlijk wordt versmald en de overweg slechts anderhalve meter breed zal zijn. [gedaagden]. heeft de voorzieningenrechter over de omvang van de beperking dus in eerste instantie onjuist althans onvolledig voorgelicht, dat is kwalijk. [eisers] zou in die maanden de overweg niet op de gebruikelijke wijze (onder meer met de bedrijfsbus) kunnen gebruiken. Dit terwijl [eisers] heeft toegelicht dat in verband met zijn bedrijfsvoering de overweg toegankelijk moet zijn voor (met name) zijn bedrijfsbus, onder meer om zware rollen tapijt (van 140 kilo en dertien à veertien meter lang) te kunnen laden en lossen. Van [eisers] kan niet worden verlangd dat op deze wijze de overweg vijf à zes maanden ontoegankelijk en daardoor onbruikbaar wordt gemaakt.
Ter zitting heeft de aannemer naar voren gebracht dat de steigers wellicht op hoogte gebouwd kunnen worden, waardoor de bedrijfsbus er onderdoor zou kunnen rijden. En dat de steigers wellicht voor een kortere periode of anderszins beperkter (smaller of op afwisselende plekken) opgebouwd kunnen worden. Dergelijke aanpassingen zouden de belangenafweging kunnen beïnvloeden. Op het moment van wijzen van dit vonnis bestaat daarover echter geen zekerheid. Daarom moet de voorzieningenrechter uitgaan van de hiervoor genoemde bouwplanning, waarbij gebruik van de overweg door [eisers] voor ongeveer een half jaar vergaand belemmerd zal worden. Zo een grote inbreuk op het gebruik van de erfdienstbaarheid van [eisers] is onacceptabel.
De voorzieningenrechter zal het [gedaagden]. dan ook verbieden om (kort gezegd) hekwerken en steigers op de erfdienstbaarheid te plaatsen, voor zover de erfdienstbaarheid daardoor niet meer toegankelijk is (mede) voor voertuigen, waaronder met name de bedrijfsbus van [eisers].
Opbreken verharde bestrating
[gedaagden]. is voornemens de verharde bestrating van de overweg tijdelijk te verwijderen. Voor zover de overweg daardoor niet op de gebruikelijke wijze (met onder meer de bedrijfsbus van [eisers]) kan worden gebruikt, is dit een zodanige aantasting van het recht van erfdienstbaarheid dat dit in beginsel verboden is.
Echter heeft de aannemer van [gedaagden]. toegelicht dat dit absoluut noodzakelijk is voor de bouw, dat de werkzaamheden niet op een andere wijze uitvoerbaar zijn en de erfdienstbaarheid slechts één à anderhalve week niet toegankelijk zal zijn voor voertuigen. Bovendien kan tijdens die periode een fietsbrug over de overweg worden geplaatst, waardoor de toegang met de fiets voor het gezin [eisers] mogelijk blijft. Na die één à anderhalve week zullen vlakke platen op de onverharde weg worden gelegd, waardoor de overweg weer toegankelijk zal zijn voor onder meer de bedrijfsbus. [eisers] heeft ter zitting verklaard dat het niet onoverkomelijk voor hem is om zijn bedrijfsvoering daar gedurende deze korte periode op aan te passen, mits de platen vlak en aansluitend worden geplaatst.
De stelling van [eisers] dat het risico bestaat dat met het weghalen van de verharding van de weg het niet meer duidelijk is waar de erfdienstbaarheid precies ligt, volgt de voorzieningenrechter niet. Het perceel van [eisers] blijft hetzelfde (bebouwd) terwijl de afmetingen en het gebruik van de overweg vastliggen.
Gelet op de grote belangen van [gedaagden]. bij het doorgaan en mogelijk zijn van de omvangrijke bouwwerkzaamheden met vele betrokken partijen, tegenover de voor [eisers] overkomelijke tijdelijke belemmering van de overweg, acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de bodemrechter het [gedaagden]. zal verbieden om voor maximaal anderhalve week de verharde bestrating te verwijderen. Zij wijst het gevorderde verbod daarom slechts toe voor verwijdering van de verharde weg voor een langere duur dan elf kalenderdagen. Volledigheidshalve vermeldt de voorzieningenrechter dat onder ‘verharde weg’ in dit geval ook wordt verstaan verharding van de weg door gebruik van vlakke, aansluitend geplaatste rijplaten die het gebruik van de overweg met (onder meer) de bedrijfsbus en palletwagens mogelijk maken.
Belemmering erfdienstbaarheid
Aanvullend heeft [eisers] gevorderd (kort gezegd) [gedaagden]. te gebieden geplaatste belemmeringen te verwijderen en verwijderd te houden, zodat de strook (erfdienstbaarheid) ongehinderd toegankelijk en bruikbaar blijft. De voorzieningenrechter overweegt dat er tussen partijen veel discussie bestaat over de gevolgen van de diverse genoemde belemmeringen voor de bruikbaarheid van de erfdienstbaarheid door [eisers]. Daarbij volgt uit het voorgaande dat enkele genoemde belemmeringen door [eisers] dienen te worden gedoogd, voor zover deze het gebruik van de erfdienstbaarheid door [eisers] niet (voor een langere periode) onmogelijk maken. Ten aanzien van de overige belemmeringen, heeft [eisers] deze onvoldoende concreet geduid en onvoldoende onderbouwd waarom deze het gebruik van de erfdienstbaarheid (op de minst bezwarende wijze) onmogelijk maken. Deze vordering zal om die redenen worden afgewezen.
Belemmeringen openbare weg(en)
Aan de voorzijde van de onroerende zaken heeft [gedaagden]. de (vent)weg deels afgesloten. Hierdoor kunnen klanten van [eisers] niet meer (gemakkelijk) voor de deur van [eisers] parkeren. [eisers] wil dat deze openbare weg weer volledig toegankelijk wordt gemaakt.
[gedaagden]. heeft betwist dat er onrechtmatige hinder is. Volgens [gedaagden]. is alles afgestemd met de gemeente en is de winkel van [eisers] voldoende toegankelijk gebleven.
De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat [eisers] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij (of zijn klanten) zodanige hinder ervaren dat dit moet worden verboden. De winkel is nog steeds toegankelijk voor haar klanten. Weliswaar moeten zij wellicht enkele meters omlopen of omrijden, danwel de auto aan de overkant van de weg parkeren, maar dit is niet onoverkomelijk. Het is bovendien niet gesteld of gebleken welke exacte hinder [eisers] hierdoor ervaart, bijvoorbeeld een significante afname van klantbezoeken en/of omzet.
De voorzieningenrechter wijst deze vordering daarom af.
(Permanente) bebouwing op overweg
[eisers] heeft bij eisvermeerdering gevorderd dat het [gedaagden]. wordt verboden de overweg tijdelijk, dan wel permanent te (laten) bebouwen. Uit de akte blijkt dat het [eisers] hierbij gaat om de permanente bebouwing van overweg met de appartementen, waarbij mogelijk tot 19,4 centimeter op (de plek van) de overweg wordt gebouwd. Daardoor zou deze permanent versmallen. [eisers] heeft ter onderbouwing bouwtekeningen overgelegd.
Ter zitting heeft [gedaagden]. toegelicht dat de exacte plaats van de bebouwing nog niet vast staat en het gebouw mogelijk meer naar voren wordt of kan worden geplaatst, waardoor er niet op de overweg hoeft te worden gebouwd. Hiervoor is [gedaagden]. nog in contact met haar aannemer en de gemeente.
De voorzieningenrechter wijst deze vordering toe, voor zover die ziet op permanente bebouwing op de overweg. Het gerechtshof heeft in het arrest van 30 mei 2023 reeds tussen partijen geoordeeld dat uit een belangenafweging volgt dat de bouwplannen van [gedaagden]. geen goede aanleiding vormen om de erfdienstbaarheid van [eisers] permanent te versmallen en dat [gedaagden]. de bouwplannen kan aanpassen zodat de erfdienstbaarheid gehandhaafd en toegankelijk blijft. Hoewel in deze procedure geen uitdrukkelijk beroep is gedaan op gezag van gewijsde van het arrest van het gerechtshof (236 Rv), ziet de voorzieningenrechter geen reden om in deze procedure van dat oordeel af te wijken; nieuwe feiten, belangen of (rechts)gronden zijn daarvoor niet gesteld of gebleken.
Dwangsommen
De voorzieningenrechter acht het passend een dwangsom te koppelen aan de veroordelingen, mede gezien de bestaande discussies enverhouding tussen partijen en de al vergaande vorderingen van de bouw. De voorzieningenrechter acht een dwangsom van € 1.500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagden]. in strijd handelt met (één van) de veroordelingen passend. De dwangsom wordt gemaximeerd tot € 50.000,00.
Het voorgaande geldt met dien verstande dat - gelet op het grotere financiële belang - de dwangsom die wordt gesteld op het verbod tot (permanente) bebouwing van de overweg, apart wordt vastgesteld op € 5.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagden]. daarmee in strijd handelt, met een maximum van € 150.000,00.
[eisers] wil dat [gedaagden]. zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk een dwangsom verbeuren. De voorzieningenrechter ziet geen reden om [gedaagden]. daartoe afzonderlijk te veroordelen en wijst de vordering dan ook toe ten aanzien van [gedaagden]. gezamenlijk, zoals hierna in de beslissing staat.
Proceskosten
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagden]. in de proceskosten, omdat zij overwegend in het ongelijk is gesteld. [gedaagden]. wordt daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) van [eisers] veroordeeld. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
127,35 |
|
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.228,35 |
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
verbiedt [gedaagden]. om de strook grond op het perceel aan de [adres 2] te [plaats] waarop de erfdienstbaarheid van weg rust ten behoeve van [eisers], zijnde de strook grond met een breedte van 4,21 meter ter hoogte van de erfgrens tussen beide percelen en een breedte van 5,50 meter aan de zijde van de [adres 3], zoals vastgesteld bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 mei 2023 (zaaknummer 200.287.012), ontoegankelijk te maken of te houden door hekwerken op zodanige wijze te (laten) (ver)plaatsen/vastzetten dat de (handmatige) toegang tot de overweg onmogelijk wordt gemaakt voor (en ten behoeve van) [eisers] en diens voertuigen;
verbiedt [gedaagden]. steigers te plaatsen op de strook grond op het perceel aan de [adres 2] te [plaats] waarop de erfdienstbaarheid van weg rust ten behoeve van [eisers], zijnde de strook grond met een breedte van 4,21 meter ter hoogte van de erfgrens tussen beide percelen en een breedte van 5,50 meter aan de zijde van de [adres 3], zoals vastgesteld bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 mei 2023 (zaaknummer 200.287.012), voor zover daarmee de overweg niet meer toegankelijk is voor (en ten behoeve van) [eisers] en diens voertuigen;
verbiedt [gedaagden]. om op de strook grond op het perceel aan de [adres 2] te [plaats] waarop de erfdienstbaarheid van weg rust ten behoeve van [eisers], zijnde de strook grond met een breedte van 4,21 meter ter hoogte van de erfgrens tussen beide percelen en een breedte van 5,50 meter aan de zijde van de [adres 3], zoals vastgesteld bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 mei 2023 (zaaknummer 200.287.012), voor een periode langer dan elf kalenderdagen ontoegankelijk te maken voor (of ten behoeve van) [eisers] door de verharde bestrating van de strook geheel of gedeeltelijk te verwijderen, de strook af te graven of anderszins te beschadigen of te slopen;
verbiedt [gedaagden]. om de erfdienstbaarheid van weg, zoals door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ongewijzigd in stand is gelaten, permanent te (laten) bebouwen;
veroordeelt [gedaagden]. om aan [eisers] een dwangsom te betalen van € 1.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan ieder van de veroordeling(en) onder 6.1., 6.2. en 6.3. voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, met dien verstande dat de dwangsom pas kan worden verbeurd na betekening van het vonnis aan [gedaagden].;
veroordeelt [gedaagden]. om aan [eisers] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 6.4. voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt, met dien verstande dat de dwangsom pas kan worden verbeurd na betekening van het vonnis aan [gedaagden].;
veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk in de proceskosten van [eisers], tot op heden begroot op € 2.228,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden]. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026. (JK)