ECLI:NL:RBOVE:2026:6045

Datum uitspraak
24-09-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C/08/346690 / ES RK 26-1420
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Buitenlands huwelijk, kinderalimentatie.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Zwolle

Zaaknummer: C/08/346690 / ES RK 26-1420

Datum uitspraak: 24 september 2026

Beschikking echtscheiding

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. D. Beuving uit Hengelo,

en

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonende in [woonplaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, ontvangen op 3 april 2026;

  • de betekeningsexploten, ontvangen op 13 en 28 april 2026;

  • het bericht van mr. Beuving over de betekening, ontvangen op 12 mei 2026.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de vrouw met haar advocaat en een tolk Syrisch-Arabisch,

  • de man,

- een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming Oost-Nederland, locatie Zwolle (hierna te noemen de raad), als adviseur.

1.3.

De rechtbank heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitgenodigd voor een gesprek met de rechter waar zij hun mening kunnen geven. Zij hebben geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

1.4.

Met instemming van de rechtbank heeft de vrouw na de mondelinge behandeling de geboorteakte van [minderjarige 1] met een Nederlandse vertaling aan de rechtbank gezonden.

2 Wat vaststaat

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd op 14 december 2011 in Damascus (Syrië).

2.2.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] (Syrië);

  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2].

3 Het verzoek

3.1.

De vrouw verzoekt de rechtbank bij beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- uit te spreken de echtscheiding naar Nederlands recht tussen partijen, gehuwd op 14 december 2011 te Damascus, Syrië;

- te bepalen dat de man een bedrag van € 25,- per kind per maand dient bij te dragen in de kosten van de kinderen, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen.

3.2.

De vrouw licht haar verzoek als volgt toe. De vrouw verblijft sinds 2016 in Nederland. Het huwelijk tussen de vrouw en de man is duurzaam ontwricht. Op dit moment is er geen communicatie tussen de man en de vrouw, zodat de vrouw geen getekend ouderschapsplan in deze procedure kan inbrengen. De vrouw heeft behoefte aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. Zij acht de man in staat een bedrag van € 25,- per maand per kind te voldoen. De man en de vrouw wonen nog samen in de echtelijke woning. De man is op zoek naar eigen woonruimte, maar daar is nog geen zicht op. De vrouw vraagt daarom de onderhoudsverplichting van de man in te laten gaan vanaf het moment dat de man de woning heeft verlaten. Zodra de man een eigen woning heeft, is het de bedoeling dat de kinderen ingeschreven staan op het adres bij de moeder en dat de kinderen ieder weekend naar de vader gaan.

4 Het verweer

4.1.

De man heeft zich ter zitting gerefereerd ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding. Ten aanzien van de door de vrouw gevraagde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, heeft de man ter zitting met dit verzoek ingestemd.

5 De raad

5.1.

De raad ziet dat de ouders overeenstemming hebben bereikt. De raad adviseert die overeenstemming op te nemen in de beschikking.

6 De beoordeling

De echtscheiding

De bevoegdheid van de rechtbank

6.1.

De zaak bevat internationale aspecten nu de man en de vrouw gehuwd zijn in Syrië en [minderjarige 1] in Syrië is geboren. De rechtbank zal daarom eerst ambtshalve de bevoegdheid beoordelen.

6.2.

De rechtbank is van oordeel dat zij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek tot echtscheiding op grond van het bepaalde in artikel 3 onder a onder i van de Verordening (EU) 2019/1111 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (Brussel II-ter), nu de man en de vrouw hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

De ontvankelijkheid/rechtsgeldigheid en erkenning van het huwelijk

6.3.

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat voor erkenning in Nederland in aanmerking komt. Een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, wordt als zodanig erkend.1 Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.2

6.4.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk. Immers, de vrouw heeft de gelegaliseerde huwelijksakte (met Nederlandse vertaling) in het geding gebracht waaruit volgt dat het huwelijk op 14 december 2011 in Damascus (Syrië) is voltrokken. De rechtbank gaat ervan uit dat dit huwelijk in overeenstemming met het Syrische recht rechtsgeldig tot stand is gekomen. Het huwelijk van partijen kan onder het Nederlandse recht erkend worden, tenzij deze erkenning onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland.3 Hiervan is niet gebleken.

Het toepasselijk recht

6.5.

Op het verzoek tot echtscheiding is Nederlands recht van toepassing.4

Het ontbreken van het ouderschapsplan (ontvankelijkheid)

6.6.

In de wet staat dat een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan moet bevatten dat beide partijen hebben ondertekend. In het ouderschapsplan staan de afspraken die partijen over hun kinderen hebben gemaakt. Deze afspraken moeten in ieder geval gaan over de manier waarop zij de zorg over hun kinderen zullen verdelen, hoe zij elkaar over hun kinderen zullen informeren en raadplegen en hoe zij de kosten van hun kinderen zullen delen. Als de ouders geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat zij zo’n plan hebben gemaakt. De rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van de ouders kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken.

6.7.

Daarvan is hier sprake. De rechtbank vindt namelijk dat van de ouders niet kan worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken, omdat er (ondanks het feit dat zij allebei nog in de echtelijke woning wonen) geen communicatie is tussen de ouders op dit moment. De rechtbank bepaalt daarom dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek tot echtscheiding. Dat wil zeggen dat het verzoek inhoudelijk wordt behandeld.

De beoordeling

6.8.

De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit. De vrouw verzoekt dit en stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man voert geen verweer tegen dit verzoek. Dat betekent dat de man en de vrouw niet samen verder kunnen als echtgenoten.

Kinderalimentatie

De bevoegdheid van de rechtbank en het toepasselijk recht

6.9

De Nederlandse rechter is bevoegd met betrekking tot het verzoek tot kinderalimentatie, nu de onderhoudsgerechtigde de gewone verblijfplaats in Nederland heeft.5 Op deze verzoeken is Nederlands recht van toepassing.6

De beoordeling

6.10.

De vrouw verzoekt vast te stellen dat de man een bedrag van € 25,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan haar betaalt vanaf de dag dat de man de echtelijke woning zal hebben verlaten. De man heeft ter zitting ingestemd met dit verzoek en verklaard dit bedrag ook te kunnen voldoen. De rechtbank wijst het verzoek daarom toe.

6.11.

De rechtbank bepaalt dat de man de kinderalimentatie moet betalen vanaf de dag dat hij de echtelijke woning zal hebben verlaten. Deze alimentatie moet de man dan voor de eerste van de maand aan de vrouw voldoen. De vrouw heeft de kinderalimentatie vanaf het begin van de maand nodig om de kosten van de kinderen in die maand te kunnen betalen.

Uitvoerbaar bij voorraad

6.12.

De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de beslissing over de kinderalimentatie betreft. Dat betekent dat deze beslissing blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

7 De beslissing

De rechtbank:

7.1.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 14 december 2011 in Damascus (Syrië);

7.2.

bepaalt dat de man vanaf de dag dat hij de echtelijke woning heeft verlaten een bedrag van € 25,- per kind per maand aan kinderalimentatie moet betalen aan de vrouw, vanaf die dag steeds vóór de eerste van de maand te voldoen;

7.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, voor zover het de beslissing over de kinderalimentatie betreft.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Bos, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. E.R. van Schaik, griffier op 24 september 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »