ECLI:NL:RBOVE:2026:5690

Datum uitspraak
05-10-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
C/08/349786
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wijziging voorlopige voorziening, wel ontvankelijk want gewijzigde omstandigheden, maar op dit moment kan geen sprake zijn van (on)begeleide omgang want sprake geweest van huiselijk geweld tegen moeder en onduidelijk is of de kinderen in die context bezien veilig zijn bij de vader.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Zwolle

team familie- en jeugdrecht

zaaknummers: C/08/349786 / ES RK 26-2432 (wijziging voorlopige voorzieningen)

C/08/345248 / ES RK 26-876 (echtscheiding)

beschikking van 5 oktober 2026

inzake

[de vader] ,

verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat: mr. L. da Silva,

en

[de moeder] ,

verder te noemen: de moeder,

wonend op een geheim adres,

verweerster,

advocaat: mr. A.C.W. Duiveman.

1 Het procesverloop

1.1.

De rechtbank heeft in de procedure met het zaaknummer C/08/349786 / ES RK 26-2432 kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 14 juli 2026;

- een F9-formulier van 17 september 2026 met bijlage van mr. Da Silva.

1.2.

De rechtbank heeft in de procedure met het zaaknummer C/08/345248 / ES RK 26-876 kennis genomen van de volgende stukken:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 23 februari 2026;

  • het exploot van betekening van 27 februari 2026;

  • het verweerschrift met bijlagen, tevens houdende zelfstandige verzoeken, binnengekomen op 11 mei 2026;

  • het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, binnengekomen op 6 juli 2026.

1.3.

Het hierna te noemen kind [kind 1] is door de rechtbank uitgenodigd voor een gesprek. [kind 1] heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en heeft ook niet op andere wijze haar mening aan de rechtbank laten weten.

1.4.

De mondelinge behandeling in beide procedures heeft op 21 september 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de vader, bijgestaan door mr. Da Silva;

- de moeder, bijgestaan door mr. Duiveman;

- [medewerker Raad voor de Kinderbescherming], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn op [datum] 2017 te [plaats 1] met elkaar gehuwd.

2.2.

Zij zijn ouders van de navolgende minderjarige kinderen:

[kind 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2017,

[kind 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 2021.

2.3.

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 juli 2026 zijn de verzoeken van de vader onder meer tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling afgewezen en is de raad in de bodemprocedure verzocht om te onderzoeken en te adviseren over de zorg- en contactregeling en is iedere beslissing in de bodemprocedure aangehouden in afwachting van de uitkomst van het raadsonderzoek.

2.4.

Bij beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 9 juli 2026 heeft de rechter-commissaris in de zaak met parketnummer 16-057177-25 het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang gewijzigd in die zin dat voorwaarde 9 na wijziging als volgt luidt:

“De verdachte zal op geen enkele wijze - direct of indirect - contact opnemen, zoeken of hebben met [de moeder] (geboren op [geboortedatum 3] 1995) en met [naam 1] (geboren op [geboortedatum 4]-1999) en [naam 2] (geboren op [geboortedatum 5]-1992), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. In afwijking van het voorgaande is contact met [de moeder] (geboren op [geboortedatum 3] 1995) toegestaan voor zover dit nodig is voor het contact met hun gezamenlijke kinderen en voor de besluitvorming over hun kinderen.”

In de zaak met nummer C/08/349786 / ES RK 26-2432 (wijziging voorlopige voorziening)

3 Het verzoek

3.1.

De man verzoekt de rechtbank bij beschikking de beslissing van 6 juli 2026 te wijzigen, en een voorlopige zorgregeling vast te stellen tussen de vader en de kinderen:

primair:

  • de eerste vier weken verblijven de kinderen van woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader, waarbij de vader de kinderen op woensdag uit school ophaalt en donderdag tijdig naar school brengt; daarna vindt een korte evaluatie plaats uitsluitend schriftelijk en zakelijk, bij voorkeur via de advocaten dan wel via een door de rechtbank aan te wijzen communicatie, welke evaluatie uitsluitend ziet op de praktische uitvoering van de regeling en het welzijn van de kinderen rondom de contactmomenten;

  • indien de eerste fase zonder concrete contra-indicaties is verlopen, verblijven de kinderen iedere woensdag uit school tot donderdag naar school bij de vader, en eenmaal per twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;

subsidiair:

- de eerste zes weken iedere woensdag uit school tot donderdag naar school, waarna de regeling wordt geëvalueerd en vervolgens, behoudens concrete contra-indicaties, wordt uitgebreid naar een regeling van eenmaal per veertien dagen van vrijdag uit school tot maandag naar school;

meer subsidiair

  • een door de rechtbank in goede justitie te bepalen regeling, waarbij in ieder geval wekelijks fysiek contact tussen de vader en de kinderen plaatsvindt;

  • althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van de minderjarigen juist acht.

3.2.

De vader stelt voor dat de volgende praktische voorwaarden aan de voorlopige zorgregeling worden verbonden:

  • de overdrachten vinden uitsluitend via school plaats;

  • de ouders hebben bij de overdracht geen rechtstreeks contact met elkaar;

  • de ouders communiceren uitsluitend schriftelijk, zakelijk en uitsluitend over noodzakelijke praktische aangelegenheden betreffende de kinderen;

  • de ouders belasten de kinderen niet met boodschappen, vragen of mededelingen aan de andere ouder;

  • de ouders informeren de school, dat de vader op de vastgestelde dagen gerechtigd is de kinderen uit school op te halen en de kinderen de volgende schooldag terug te brengen;

  • de school wordt niet belast met het conflict tussen de ouders en heeft uitsluitend de rol van praktisch overdrachtspunt;

  • de regeling geldt als tijdelijke voorlopige regeling in afwachting van de bodemprocedure en het raadsonderzoek;

3.3.

Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de vader gesteld dat na de beschikking van 6 juli 2026 zich een wezenlijke wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan door de wijziging van een van de voorwaarden die zijn verbonden aan het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Daarmee is de belangrijkste belemmering tot contact met de moeder over de kinderen weggenomen en kan de beschikking van 6 juli 2026 niet in stand blijven. Volgens de vader ziet de strafrechtelijke procedure op eenvoudige mishandeling en op drugsbezit. Die drugs zijn in de woning van de ouders gevonden zodat ook de moeder daar verantwoordelijk voor is. De vader erkent dat de situatie tussen hem en de moeder belast is, maar hij is van mening dat de kinderen gedurende de periode tot het raadsrapport en gedurende de verdere behandeling in de bodemprocedure behoefte hebben aan een concrete, uitvoerbare en voorspelbare tijdelijke regeling.

3.4.

De vader en de kinderen hebben recht op contact met elkaar en de kinderen hebben recht op een ongestoorde ontwikkeling van hun band met beide ouders. Naar de mening van de vader moet voorkomen worden dat het contact opnieuw stilvalt. Om rekening te houden met de door de moeder gestelde zorgen en het lopende onderzoek door de raad, stelt de vader een behoedzame regeling voor waarbij de overdrachtsmomenten uitsluitend via school plaatsvinden. De vader zal de kinderen niet belasten met volwassenproblematiek, de strafzaak of de echtscheidingsprocedure en hij zal de kinderen niet bevragen over de moeder en haar situatie maar zich richten op rust, voorspelbaarheid en positieve leeftijdsadequate activiteiten.

4 Het verweer

4.1.

Ter zitting heeft de moeder verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vader. De moeder stelt dat er geen onbegeleide omgang kan zijn. Volgens de moeder is er veel meer aan de hand dan de vader doet voorkomen. De moeder wijst op de onderliggende dynamiek tussen de ouders en de vader en de kinderen. De moeder wil eerst het onderzoek van de raad afwachten voordat er naar onbegeleide omgang kan worden toegewerkt, voorzover het onderzoek dat niet in de weg staat. Volgens de moeder was er in de relatie tussen de vader en de moeder sprake van intieme terreur. De moeder wil niet het contact tussen de vader en de kinderen tegenhouden, maar vanwege het lopende strafrechtelijke traject van de vader moet er eerst zicht op de gevolgen van onbegeleide omgang komen.

4.2.

De moeder kan zich uiteindelijk vinden in het advies van de raad om te starten met begeleide omgang, waarbij die begeleiding verzorgd kan worden door een organisatie in de regio waar de moeder woont.

In de zaak met nummer C/08/345248 / ES RK 26-876 (bodemprocedure)

5 De verzoeken

De moeder verzoekt de rechtbank om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de echtscheiding tussen de ouders uit te spreken;

  2. de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder te bepalen.

6 Het verweer met zelfstandige verzoeken

De vader voert geen verweer tegen de verzoeken van de moeder en verzoekt de rechtbank zelfstandig om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de echtscheiding tussen de ouders uit te spreken;

  2. primair te bepalen dat er een opbouwende zorgregeling zal gelden waarbij de vader uiteindelijk de ene week van maandag uit school tot maandag naar school de zorg voor de kinderen zal dragen;

subsidiair om een onderzoek door de raad te gelasten, teneinde objectief te laten beoordelen wat in het belang van de kinderen de meest passende zorgregeling is, mede gelet op de opvoedsituatie bij beide ouders en de ontwikkelingsbehoefte van de kinderen.

7 Het verweer tegen de zelfstandige verzoeken

De moeder voert verweer tegen het primaire verzoek onder b) van de vader en tot toewijzing van het subsidiaire verzoek.

8 Het advies van de raad

8.1.

De raad heeft onvoldoende informatie om te kunnen adviseren tot een opbouw van de zorgregeling. De raad is in de bodemprocedure verzocht een onderzoek te doen. Naar verwachting wordt met dit onderzoek in november 2026 gestart. De raad adviseert daarom dat de ouders beginnen met begeleide omgang. De begeleiding kan worden verzorgd door het Sociale Team in de regio van de moeder. Volgens de raad is dat een goede manier om weer contact tussen de vader en de kinderen te krijgen waarbij de raad de resultaten van die omgangsmomenten kan meenemen in zijn onderzoek.

9 De beoordeling

In de zaak met nummer C/08/349786 / ES RK 26-2432

De ontvankelijkheid

9.1.

Op grond van artikel 824, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van de echtgenoten of van één van hen een beschikking worden gewijzigd indien de omstandigheden na dagtekening van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven.

9.2.

De rechtbank oordeelt dat de wijziging van de schorsingsvoorwaarden van de vader een wijziging van omstandigheden is zoals hiervoor bedoeld. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader inhoudelijk beoordelen.

9.3.

De rechtbank zal de verzoeken van de vader afwijzen en legt dit uit. De rechtbank oordeelt dat er in deze procedure te weinig informatie is over de strafrechtelijke procedure waarin de vader betrokken is. De moeder stelt dat er sprake is van intieme terreur en volgens de vader is er sprake van eenvoudige mishandeling. Omdat er te weinig informatie is maar wel duidelijk is dat er een vorm van huiselijk/partner geweld is geweest, moet de rechtbank daar kritisch op zijn. In het belang van de kinderen moet er eerst duidelijkheid komen of zij, bezien in de context van geweld tegen de moeder, bij de vader veilig zijn. Om daar zicht op te krijgen zal de raad op korte termijn zijn onderzoek starten. De rechtbank kan niet vooruitlopen op de conclusies van dat rapport zodat er op dit moment van onbegeleide omgang geen sprake kan zijn.

9.4.

In navolging van het advies van de raad en de toezegging van de moeder tijdens de zitting, geeft de rechtbank de ouders in overweging om via het Sociaal Team (ST) in [plaats 2] waar al contact mee is geweest, na te vragen welke mogelijkheden zij ziet voor begeleid contact tussen de vader en de kinderen. Als het ST daarvoor ruimte ziet, kan de vader laten zien dat de omgang tussen de kinderen veilig en rustig kan verlopen, en kan bij de moedervertrouwen ontstaan. De ouders kunnen het ST vragen haar bevindingen aan de raad door te geven. In de bodemprocedure kan dan verder beoordeeld worden in hoeverre onbegeleide omgang mogelijk is.

In de procedure met het zaaknummer C/08/345248 / ES RK 26-876

9.5.

Ter zitting hebben zowel de vader als de moeder verklaard dat zij begrijpen dat de echtscheidingsprocedure in de beschikking van 6 juli 2026 is aangehouden in afwachting van het onderzoek van de raad. Toch vragen zij de rechtbank de echtscheiding zelf vast uit te spreken. De rechtbank zal daarom in deze beschikking alleen het echtscheidingsverzoek beoordelen en de beoordeling van de overige verzoeken aanhouden.

De ontvankelijkheid

Het ontbreken van het ouderschapsplan

9.6.

Het is de ouders niet gelukt een ouderschapsplan te maken. In een ouderschapsplan staan de afspraken over de kinderen, zoals wanneer de kinderen bij wie zijn en hoe de ouders elkaar op de hoogte houden over de kinderen. Als de ouders geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat zij zo’n plan hebben gemaakt. De rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van de ouders kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken.

9.7.

De rechtbank oordeelt dat de moeder ontvankelijk is haar verzoek tot echtscheiding. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken inhoudelijk kunnen worden behandeld. De rechtbank vindt namelijk dat van de ouders niet kan worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken omdat er een strafrechtelijk contactverbod voor de vader geldt.

9.8.

De rechtbank zal dan ook de echtscheiding uitspreken omdat beide ouders stellen dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.

10 De beslissing

De rechtbank:

In de zaak met nummer C/08/349786 / ES RK 26-2432

10.1.

wijst de verzoeken van de vader af;

In de procedure met het zaaknummer C/08/345248 / ES RK 26-876

10.2.

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [datum] 2017 in [plaats 1];

10.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Bruggen en in het openbaar uitgesproken op

5 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen de beslissing gewezen onder zaaksnummer C/08/345248 / ES RK 26-876 kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »