ECLI:NL:RBOVE:2026:5381

Datum uitspraak
25-08-2026
Instantie
Rechtbank Overijssel
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12077633 \ RR FORM 26-8
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing vorderingen, arbeidsrecht.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12077633 \ RR FORM 26-8

Vonnis van 25 augustus 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eisende partij, hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: [gemachtigde], werkzaam bij FNV Bondgenoten,

tegen

de vennootschap onder firma,

[gedaagde 2] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 2],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier;

- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026. [gedaagde 2] is niet bij deze mondelinge behandeling verschenen en daarom is tegen haar verstek verleend.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van achterstallig loon over de maand februari 2025 van € 2.032,97 (bruto), een bedrag van € 1.324,46 (bruto) omdat [gedaagde 2] bij vaststelling van het loon geen rekening heeft gehouden met de ervaringsjaren van [eiser] en een bedrag van € 1.494,54 wegens niet uitbetaalde vakantie- en atv-uren. Alle voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente.

2.2

De regelrechter overweegt als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde 2] na ontvangst van het aanvraagformulier een bedrag van € 1.000,00 heeft betaald aan [eiser]. Het gevorderde komt de regelrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en daarom zal de regelrechter het volgende toewijzen:

- € 3.049,46 ( bruto) wegens het achterstallige loon van februari 2025

+ 50% wettelijke verhoging;

- € 1.986,69 ( bruto) wegens de looncorrectie voor de ervaringsjaren van [eiser]

+ 50% wettelijke verhoging;

- € 2.241,81 ( bruto) wegens de niet betaalde vakantie- en atv-uren + 50% wettelijke verhoging.

Deze bedragen komen uit op een totaalbedrag van € 7.277,96 en omdat [gedaagde 2] € 1.000,00 heeft betaald, moet [gedaagde 2] nog € 6.277,96 betalen.

2.3

[gedaagde 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

€

265,00

- salaris gemachtigde

€

576,00

(2 punten × € 288,00)

- nakosten

€

144,00

Totaal

€

985,00

3 De beslissing

De regelrechter:

3.1

veroordeelt [gedaagde 2] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.277,96, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de dag van opeisbaarheid tot het moment van algehele voldoening;

3.2

veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten van € 985,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;

3.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »