ECLI:NL:RBOBR:2026:7222

Datum uitspraak
12-10-2026
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Zaaknummer
25/3286
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Te late aanmelding via parkeerapp. Beroep op overmacht slaagt niet. Geen nood- of spoedsituatie. Beroep ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 25/3286

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, de heffingsambtenaar(gemachtigde: mr. R.A.M.T. Klaassen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting die aan haar is opgelegd.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft op 13 augustus 2025 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting (met aanslagnummer [nummer] ) opgelegd ter hoogte van € 83. Dit bedrag omvat € 4,20 aan kosten parkeerbelasting en € 78,80 aan kosten naheffing.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 13 oktober 2025 (de bestreden uitspraak) deze aanslag gehandhaafd.

1.3.

Eiseres heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

Eiseres en de heffingsambtenaar hebben nadere stukken ingebracht.

1.6.

De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. De rechtbank heeft aansluitend het onderzoek op zitting gesloten.

1.7.

Op 16 september 2026 heeft eiseres een bericht met een bijlage geplaatst in het digitale dossier.

Feiten

2. Op donderdag 7 augustus 2025 stond de auto van eiseres met het kentekennummer [nummer] geparkeerd op een parkeerlocatie aan [adres] in 's-Hertogenbosch. Deze parkeerplaats is aangewezen1 als plaats waar tegen betaling mag worden geparkeerd. Tijdens een controle met een scanauto is om 14:43 uur geconstateerd dat parkeerbelasting verschuldigd was, maar eiseres niet had betaald. Vervolgens is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Die aanslag is op 13 augustus 2025 aan haar kenbaar gemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep van eiseres is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.Het bericht van 16 september 2026

4. Het onder 1.7 genoemde bericht betreft een vonnis uit 2025 van de rechtbank Overijssel (afdeling civiel). Eiseres geeft aan dat zij deze uitspraak eerder had willen inbrengen. De rechtbank heeft dit bericht, dat na sluiting van het onderzoek op zitting bij de rechtbank is binnengekomen, opgevat als een verzoek om heropening van het onderzoek. De rechtbank heeft in deze nagezonden uitspraak geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen en deze aan de heffingsambtenaar voor reactie voor te leggen. Het betreft een civiele zaak met een ander beoordelingskader die voor de beoordeling van dit geschil niet relevant is. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek, ook zonder heropening, volledig is geweest. De rechtbank zal dit bericht met de bijlage daarom niet betrekken bij de beoordeling van het beroep.

Wat staat er in de wet?

5. Op grond van de Gemeentewet en de gemeentelijke regelgeving2 wordt onder parkeren verstaan: “het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.”

6. In de Verordening3 staat dat parkeerbelasting is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

Wat voert eiseres aan?

7. Eiseres erkent dat zij op donderdag 7 augustus 2025 omstreeks 14:43 uur haar auto aan de [adres] in 's-Hertogenbosch heeft geparkeerd. Zij stelt dat zij wel heeft betaald met een parkeerapp, maar te weinig. Volgens haar was geen sprake van onwil. Zij voert aan dat de opgelegde naheffingsaanslag niet in verhouding staat tot het niet-betaalde bedrag aan verschuldigde parkeerbelasting, te weten € 1,39.Eiseres voert ook verzachtende omstandigheden aan, omdat zij een week voor de naheffingsaanslag was begonnen met chemotherapie. De emotionele impact daarvan op haar wilde zij bespreken met een psycholoog in de buurt van de parkeerlocatie. Eiseres beroept zich op overmacht. Zij vindt dat uit de jurisprudentie volgt dat in bijzondere omstandigheden uitzonderingen mogelijk zijn. Volgens eiseres is in haar geval sprake van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Zij stelt dat haar situatie ten tijde van het parkeren van invloed was op de betaling. Als de naheffingsaanslag niet wordt vernietigd, is zij van mening dat het bedrag dat zij heeft betaald in mindering moet worden gebracht op de naheffingsaanslag. Zo niet, dan meent zij dat zij wordt benadeeld ten opzichte van een parkeerder die in het geheel niet heeft betaald. Verder beroept eiseres zich op het evenredigheidsbeginsel.

Is de naheffingsaanslag terecht opgelegd?

8. Niet in geschil is dat eiseres parkeerbelasting verschuldigd is. Uit Bijlage 1 bij het Aanwijzingsbesluit volgt dat aan de [adres] in 's-Hertogenbosch op de dag en het tijdstip dat eiseres haar auto heeft geparkeerd in de parkeerzone centrum het tarief 1 (a) geldt. In dit geval bedraagt dat € 4,20 per 60 minuten.

8.1.

De rechtbank stelt voorop dat op eiseres (als parkeerder) een onderzoeksplicht rust als zij gebruik wenst te maken van de parkeergelegenheden van de gemeente. Het is dus aan haar om zich (vooraf) op de hoogte te stellen van het parkeerregime dat op de parkeerlocatie van toepassing is. Deze onderzoeksplicht is ook van toepassing als zij gebruikmaakt van een parkeerapp.4 In dit geval kan van haar worden gevergd dat zij (ook) verifieert of de locatie als weergegeven op haar mobiele telefoon overeenkomt met de fysieke werkelijkheid: de locatie van het parkeren, bijvoorbeeld de bebording ter plaatse. Doet zij dat niet, dan moeten de gevolgen daarvan voor haar rekening komen.

8.2.

De rechtbank stelt op basis van de gedingstukken vast dat eiseres haar auto heeft geparkeerd aan de [adres] . Voor deze parkeerplaats geldt op de dag en het tijdstip van parkeren een tarief van € 4,40 per zestig minuten. Eiseres moet, zoals is vermeld in rechtsoverweging 5, vanaf het moment dat de auto tot stilstand komt aan haar verplichting tot voldoening van parkeerbelasting voldoen, tenzij sprake is van onmiddellijk laden en lossen of van het onmiddellijk laten in- of uitstappen van personen. Dat laatste is hier niet aan de orde. Uit de stukken blijkt, en de heffingsambtenaar heeft dit op zitting bevestigd, dat de gemeente ‘s-Hertogenbosch een pardontijd van 10 minuten na het moment van parkeren hanteert. Met andere woorden: als zij binnen die 10 minuten haar app aanzet, volgt geen naheffingsaanslag. Achteraf is tijdens de zogenoemde nachtelijke controle, een geautomatiseerd proces van de gemeente, gecontroleerd of eiseres binnen dat tijdsbestek was aangemeld. Dat was niet het geval. De heffingsambtenaar heeft daarom terecht de naheffingsaanslag opgelegd.

9. Eiseres stelt dat de kosten van de naheffingsaanslag niet in verhouding staan tot het bedrag van € 1,39 dat zij niet heeft betaald tussen het moment van parkeren en het moment waarop zij haar parkeerapp heeft aangezet. Deze beroepsgrond kan niet slagen. Wanneer geen parkeerbelasting is betaald, is de heffingsambtenaar verplicht een naheffingsaanslag op te leggen. Het gaat hier om een zogenoemde gebonden beschikking. Dit betekent dat er geen beleidsruimte is om daarvan af te wijken. De naheffingsaanslag bestaat uit het parkeertarief voor één uur en de kosten van de naheffingsaanslag. De parkeertarieven zijn opgenomen in het Aanwijzingsbesluit. De grondslag voor de kosten van de naheffingsaanslag is te vinden in de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.5 De hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag bedraagt in de gemeente 's-Hertogenbosch voor 2025 € 78,80. 6

9.1.

De omstandigheid dat eiseres, zoals zij heeft verklaard, kort voor 15:00 uur haar parkeerapp heeft aangezet, maakt dit niet anders. De Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid parkeerbelasting te heffen. Op de gemeente rust geen verplichting om betalingen te verrekenen of restitutie te verlenen, en de Gemeentewet biedt geen ruimte om op grond van redelijkheid en billijkheid de naheffingsaanslag achterwege te laten. Of in zeer bijzondere gevallen aanleiding bestaat voor afwijking en voor verrekening of restitutie, is een gemeentelijke bevoegdheid die door de heffingsambtenaar wordt uitgevoerd.7 De rechtbank kan daarover niet oordelen.

10. Eiseres voert aan dat geen sprake was van onwil om niet te betalen en dat sprake was van verzachtende omstandigheden. De rechtbank overweegt dat vaste rechtspraak is dat parkeerbelasting een objectieve belasting is, waardoor in de regel geen ruimte bestaat voor een afweging van persoonlijke omstandigheden of belangen. Dit betekent dat de rechtbank niet kan meewegen dat bij eiseres geen sprake was van onwil om niet dan wel niet tijdig te betalen. De ernst van haar gedraging, het niet dan wel niet tijdig betalen van parkeergeld, of de mate waarin haar dat kan worden verweten, heeft geen invloed op de hoogte van de naheffingsaanslag. Bovendien is dit een omstandigheid waarmee de wetgever al rekening heeft gehouden. Het maakt voor de hoogte van de aanslag dus niet uit of het niet betalen van parkeerbelasting in verhouding staat tot de hoogte van de naheffingsaanslag. Omdat dit uitdrukkelijk een afweging van de wetgever is geweest, kan de bestreden uitspraak, anders dan eiseres stelt, niet aan het evenredigheidsbeginsel worden getoetst. Dat kan anders liggen als sprake is van overmacht. Van overmacht is alleen sprake in een noodsituatie of spoedeisende situatie met een dermate uitzonderlijk en buitengewoon karakter dat iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om parkeergeld te betalen. 8

10.1.

Naar het oordeel van de rechtbank valt de situatie van eiseres niet onder overmacht als hiervoor bedoeld. De rechtbank onderkent zonder meer dat het aangevangen chemotraject een grote impact op eiseres heeft en dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Maar in dit geval was geen sprake van een acute noodsituatie als hiervoor bedoeld. Van eiseres kon nog steeds worden verwacht dat zij in staat was haar parkeerbelasting te voldoen. Dat geldt te meer omdat eiseres, zoals zij zelf heeft verklaard, eerder op de dag dat ook heeft gedaan. Ze had zich namelijk vergist in het tijdstip van de afspraak met de psycholoog. En ook later op de dag heeft zij haar parkeerbelasting voldaan, zij het te laat, door alsnog vanaf 15:00 uur haar parkeerapp aan te zetten. Daarmee staat vast dat geen sprake was van een acute noodsituatie om te betalen, en dus ook niet van overmacht. Hoewel de rechtbank de moeilijke situatie waarin eiseres verkeert onderkent, kan daaraan niet de conclusie worden verbonden dat geen parkeerbelasting kan of mag worden nageheven als zij parkeert zonder tijdig de daarvoor verschuldigde belasting te voldoen. Eiseres heeft de rechtbank er niet van kunnen overtuigen dat het voor haar zonder meer onmogelijk was de parkeerbelasting te betalen.

11. Voor zover eiseres vindt dat de heffingsambtenaar ten onrechte tijdens de bezwaarfase geen contact met haar heeft opgenomen, leidt dit niet tot een andersluidende conclusie. Eiseres heeft niet verzocht om te worden gehoord. Iemand wordt alleen gehoord op verzoek.9 Dit betekent dat het initiatief voor het horen bij eiseres ligt. Ook heeft zij na haar bezwaarschrift geen aanvullende vragen gesteld waarop zij een antwoord wilde hebben en op grond waarvan voor de heffingsambtenaar al eerder aanleiding was geweest contact te zoeken met eiseres.

12. Dit alles betekent dat de rechtbank van oordeel is dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting van 13 augustus 2025 bij de uitspraak op bezwaar terecht heeft gehandhaafd. De uitspraak op bezwaar is dus inhoudelijk juist.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van den Brink, rechter, in aanwezigheid van

drs. H.A.J.A. van de Laar, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

12 oktober 2026.

De rechter is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Als u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘sHertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘sHertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ‘sHertogenbosch.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »