ECLI:NL:RBOBR:2026:7008

Datum uitspraak
24-09-2026
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
12029324 \ CV EXPL 25-9953
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De verhuurder vraagt om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de gehuurde woonruimte in verband met ernstige en structurele overlast veroorzaakt door huurder. De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Verhuurder heeft haar stellingen uitgebreid onderbouwd. Ontbinding is gerechtvaardigd omdat omwonenden al lange tijd ernstige overlast ervaren.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 12029324 \ CV EXPL 25-9953

Vonnis van 24 september 2026

in de zaak van

STICHTING WOONINC.,

gevestigd in Eindhoven,

eisende partij,

hierna te noemen: Wooninc,

gemachtigde: mr. W.J. Aardema,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 16 december 2025 met 18 bijlagen; - de aantekeningen van het mondeling gegeven antwoord van 8 januari 2026;

- de e-mail van [gedaagde] van 8 januari 2026 met een reactie op de dagvaarding;

- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de akte van Wooninc met bijlagen 19 tot en met 31;

- de akte van Wooninc met bijlagen 32 en 33.

1.2.

Op 25 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Daarbij was namens Wooninc de heer [A] en mevrouw [B] (beiden werkzaam als consulent sociaal beheer) aanwezig, bijgestaan door mr. Aardema voornoemd. [gedaagde] was ook bij de mondelinge behandeling aanwezig.

1.3.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is aan partijen meegedeeld dat het vonnis op 22 september zal worden gewezen. Nu dit geen roldatum is, zal vandaag vonnis worden gewezen.

2 De feiten die voor deze zaak van belang zijn

2.1.

Wooninc verhuurt met ingang van 1 juli 2020 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] in [woonplaats] (hierna: het gehuurde) op grond van een tussen partijen gesloten huurovereenkomst.

2.2.

[gedaagde] is via een zogenoemde DOOR!-constructie in de woning komen wonen. Daarom is de huurovereenkomst in eerste instantie aangegaan voor bepaalde tijd. Omdat het ten tijde van die huurovereenkomst goed ging en het contact met de begeleiding van [gedaagde] goed was, is de huurovereenkomst omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

2.3.

Op de huurovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden woonruimte van mei 2012 van Wooninc (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing.

2.4.

De politie heeft op 21 juli 2026 een bestuurlijke rapportage (bijlage 30 van Wooninc) opgesteld. Daarin staat, voor zover dat hier van belang is, het volgende vermeld:

“(…) Deze bestuurlijke rapportage is opgemaakt naar aanleiding van de langdurige woonoverlast rondom het adres [adres] te [woonplaats] . Dit adres betreft een appartement in een appartementencomplex.

Uit de politiesystemen blijkt dat de politie de afgelopen vijf jaar met regelmaat is ingezet vanwege meldingen op dit adres. De meldingen zijn afkomstig van verschillende bewoners van het appartementencomplex en hebben betrekking op overlast, conflicten en intimiderend gedrag. Daarnaast zijn door meerdere bewoners aangiften gedaan ter zake bedreiging, mishandeling, poging moord/doodslag.

(…) Uit het overzicht blijkt dat de politie gedurende een periode van vijf jaar met regelmaat is ingezet op het betreffende adres. (…)

Uit de politieregistraties blijkt dat vanuit zes van de zeven overige woningen meldingen dan wel aangiften zijn gedaan over het gedrag van betrokkene. Ook bewoners van de galerij hebben meldingen gedaan. De meldingen zijn gedaan door verschillende bewoners en over een langere periode. Er is geen sprake van een burenconflict tussen twee partijen, maar van een patroon waarbij bijna het hele complex overlast dan wel angst ervaart van dezelfde bewoner. (…)

Camarabeelden

De politie heeft camerabeelden bekeken waarop betrokkene is te zien in een portiek waar zijn woning niet gelegen is. Op de beelden is te zien dat betrokkene een fors postuur heeft en zich met stevige pas door het portiek van deur tot deur loopt en aan de geplaatste camera's zit. Uit de politieregistraties blijkt dat dit gedrag zich overdag maar ook tijdens de avond en nachtelijke uren plaatsvindt. Bewoners verklaren dat hij dan schreeuwt en op deuren bonkt en lijkt verhaal te willen halen. (…)

(…) Hulpverlening

Vanuit de betrokken hulpverlening is aangegeven dat zij op dit moment geen mogelijkheden zien passende hulpverlening in te zetten. Betrokken onderkent zijn eigen aandeel in het geheel niet en vind zorg daarom niet noodzakelijk. De agressie zorgt er tevens voor dat hulpverlening zich niet veilig voelt in contact met betrokkene. Omdat de woonoverlast aanhoudt en zowel politie als hulpverlening onvoldoende mogelijkhedenzien om de situatie te doorbreken is multidisciplinair overleg gestart. (…)”.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Wooninc vordert dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

I. de huurovereenkomst zoals tussen Wooninc en [gedaagde] geldend ter zake de woning staande en gelegen aan het adres de [adres] te [woonplaats] ontbindt, met ingang van een datum door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;

II. [gedaagde] veroordeelt om voornoemde woning te ontruimen met al het zijne en het zijnen al diegenen die van zijnentwege voornoemde woning gebruiken, zulks in overeenstemming met hetgeen daaromtrent gesteld in de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden, doch in ieder geval bezemschoon en onder inlevering van de sleutels en wel binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis althans binnen een termijn door de kantonrechter in goede justitie te bepalen;

III. [gedaagde] veroordeelt om bij wege van schadevergoeding aan Wooninc per maand te voldoen een bedrag gelijk groot aan de laatst verschuldigde maandelijkse huurpenningen, zulks vanaf de dag der ontbinding tot aan de dag der ontruiming, indien de datum der ontruiming is gelegen na de datum van ontbinding;

IV. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure waaronder begrepen het (na)salaris gemachtigde en eventuele nakosten.

3.2.

Wooninc legt aan de vordering, kort gezegd, ten grondslag dat [gedaagde] in zijn verplichtingen als huurder is tekortgeschoten door ernstige en structurele overlast te veroorzaken. De overlast bestaat onder meer uit geschreeuw, gescheld, gebonk en slaan op muren en het gooien/slaan met deuren. Daarnaast heeft [gedaagde] omwonende geïntimideerd en bedreigd. Ook hebben zich een aantal ernstige incidenten in/om de woning voorgedaan, zoals het mishandelen van een omwonende en het vernielen van een deur van een andere omwonende, waardoor omwonenden zich niet meer veilig voelen in hun eigen woonomgeving. Deze tekortkomingen rechtvaardigen volgens Wooninc ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

3.3.

[gedaagde] is het niet eens met de vorderingen en voert hiertegen verweer. [gedaagde] voert aan dat hij geen overlast veroorzaakt, maar dat hij zelf overlast ervaart van andere bewoners in het complex waar hij woont.

4 De beoordeling

Ontbinding en ontruiming

4.1.

Het uitgangspunt is dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden en de wet. Als [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.1

4.2.

Volgens Wooninc gedraagt [gedaagde] zich niet als goed huurder en komt hij zijn verplichtingen niet na. Wooninc stelt dat [gedaagde] al sinds eind 2024 overlast veroorzaakt aan omwonenden. Die overlast bestaat, aldus Wooninc, uit geschreeuw, slaan tegen muren, met deuren slaan en het vertonen van intimiderend gedrag. Eind november 2024 heeft een omwonende aangifte tegen [gedaagde] gedaan met betrekking tot een mishandeling c.q. poging tot doodslag. Ondanks dat Wooninc [gedaagde] meerdere keren op zijn gedrag heeft aangesproken (door het sturen van brieven, bij [gedaagde] thuis langs te gaan en met [gedaagde] in gesprek te gaan bij Wooninc op kantoor), blijft [gedaagde] overlast veroorzaken. Ook in de periode nadat de dagvaarding is uitgebracht is [gedaagde] , aldus Wooninc, overlast blijven veroorzaken.

4.3.

[gedaagde] betwist dat hij overlast veroorzaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij verklaard dat hij niet degene is die overlast veroorzaakt maar dat hij juist zélf overlast ervaart die wordt veroorzaakt door omwonenden. [gedaagde] voelt zich aangevallen en heeft het gevoel dat andere bewoners tegen hem samenspannen door meldingen van overlast te doen, terwijl daar helemaal geen sprake van is. Er is, aldus [gedaagde] , sprake van emotionele, reactieve mishandeling.

4.4.

De kantonrechter vindt dat Wooninc haar stelling dat [gedaagde] structureel ernstige overlast veroorzaakt, na deze betwisting door [gedaagde] , voldoende (nader) heeft onderbouwd. Wooninc heeft een groot aantal overlastmeldingen overgelegd. De eerste overlastmeldingen dateren van november en december 2024. Vervolgens zijn door Wooninc meldingen van overlast ontvangen in december 2024 en in januari, februari en maart 2025. Ook uit die meldingen blijkt dat sprake is van geschreeuw, bonken en slaan met deuren en het maken van tikgeluiden door [gedaagde] . Daarop heeft Wooninc aan [gedaagde] een brief gestuurd, waarbij is aangekondigd dat zij samen met een medewerker van WIJ op huisbezoek zal komen. Toch bleef Wooninc ook na dit huisbezoek meldingen van omwonenden ontvangen over door [gedaagde] veroorzaakte overlast. Daarop heeft Wooninc weer een brief aan [gedaagde] gestuurd, maar ook dit had geen effect. Omwonenden bleven melding maken van overlast. Vervolgens heeft er op het kantoor van Wooninc een gesprek plaatsgevonden tussen medewerkers van Wooninc en [gedaagde] , waarbij een aanvulling op de huurovereenkomst is opgesteld (een zogenoemde ‘allonge’) die door [gedaagde] (onder protest) is ondertekend. Maar ook dit heeft niet geleid tot aanpassing in het gedrag van [gedaagde] . Zelfs na het uitbrengen van de dagvaarding door Wooninc in december 2025, heeft Wooninc vele overlastmeldingen ontvangen. Die meldingen dateren van december 2025 (bijlage 19 van Wooninc) tot en met 13 augustus 2026 (bijlage 32). Wooninc heeft niet alleen overlastmeldingen bij de dagvaarding overgelegd, maar ook de nodige geluids- en videobestanden toegestuurd. Daarop is te zien dat [gedaagde] de camera’s van omwonenden los maakt, wegdraait en (onder andere) zijn middelvinger opsteekt naar de camera. Ook dit bevestigt het beeld van het gedrag van [gedaagde] zoals dat door Wooninc is geschetst.

4.5.

Weliswaar is door [gedaagde] betwist dat hij overlast veroorzaakt, maar de kantonrechter vindt dat uit wat hiervoor is overwogen, voldoende blijkt dat omwonenden van [gedaagde] wél ernstige overlast van hem ervaren. Dit wordt – naast alles wat hiervoor al is genoemd aan onderbouwing – ook ondersteund door de bestuurlijke rapportage van de politie (zoals hiervoor onder 2.4 genoemd), waarin – kort gezegd – staat vermeld dat de politie de afgelopen vijf jaar met regelmaat is ingezet vanwege meldingen op het adres van [gedaagde] vanwege overlast, conflicten en intimiderend gedrag. Deze meldingen zijn, aldus de politie, afkomstig van verschillende bewoners (zes van de zeven woningen) van het appartementencomplex. Verder zijn door meerdere omwonenden aangiften tegen [gedaagde] gedaan van bedreiging, mishandeling en poging moord/doodslag. De politie heeft een overzicht gemaakt van alle door haar ontvangen meldingen. De kantonrechter neemt voorts in zijn beoordeling mee dat de overlastmeldingen niet afkomstig zijn van één specifieke omwonende/buurman/buurvrouw, maar juist van verschillende adressen. Dat bevestigt dat het hier niet enkel gaat om een conflict met één specifieke omwonende, maar dat diverse bewoners van het complex waar [gedaagde] woont overlast door hem ervaren. In deze bestuurlijke rapportage staat ook dat zorginstanties die betrokken zijn bij andere bewoners van het appartementencomplex op 22 mei 2025 melding hebben gemaakt van overlast door [gedaagde] , over de impact daarvan op de betrokkenen en dat zij de politie daarom om hulp hebben gevraagd.

4.6.

De mate waarin overlast wordt ervaren en de impact daarvan op omwonenden, wordt door Wooninc verder onderbouwd door een verklaring van een huisarts van een omwonende van [gedaagde] van 15 juni 2026 (bijlage 26 van Wooninc) waarin staat beschreven dat deze omwonende zich bij zijn huisarts meldde in verband met overlast van zijn buurman (lees: [gedaagde] ). Verder staat daarin dat deze omwonende tegen zijn huisarts heeft gezegd dat hij al een jaar last heeft van slecht slapen door deze overlast en dat hij last heeft van hoofdpijn wat toeneemt door het slechte slapen. Sindsdien heeft deze omwonende zich vaker tot zijn huisarts gewend met deze problematiek. Dit bevestigt eveneens het door Wooninc geschetste beeld dat omwonenden zeer ernstige overlast ervaren door het gedrag van [gedaagde] en dat zij daardoor zelfs lichamelijke klachten ontwikkelen.

4.7.

Voor zover door [gedaagde] is gesteld dat hij overlast ondervindt van omwonenden, heeft hij die stelling op geen enkele manier onderbouwd. Ook uit de bestuurlijke rapportage blijkt niet dat [gedaagde] aldaar melding heeft gedaan van door hem ervaren overlast door omwonenden. [gedaagde] heeft weliswaar tijdens de mondelinge behandeling een aantal voorbeelden genoemd van door hem ervaren overlast, maar de desbetreffende omwonenden zijn, aldus [gedaagde] , inmiddels verhuisd. Ook zijn stelling dat sprake is van een overtreding van artikel 10 van de Grondwet waar het gaat om eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer en dat sprake is van emotionele reactieve mishandeling, heeft [gedaagde] niet onderbouwd.

4.8.

Door al lange tijd ernstige overlast aan omwonenden te veroorzaken, schiet [gedaagde] ernstig tekort in de nakoming van zijn verplichtingen. In beginsel kan de huurovereenkomst dus worden ontbonden.2 Dit is alleen anders als de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

4.9.

De kantonrechter vindt dat de tekortkoming de ontbinding van de huurovereenkomst in dit geval rechtvaardigt. Zoals hiervoor uitgebreid is omschreven, ervaren omwonenden al lange tijd ernstige overlast van (het gedrag van) [gedaagde] . Ondanks dat Wooninc er alles aan heeft gedaan om [gedaagde] te laten inzien dat hij zijn gedrag moet veranderen en geen overlast meer moet veroorzaken, heeft dit niet tot enige verbetering geleid. Zelfs na het aanbrengen van de dagvaarding blijft [gedaagde] overlast veroorzaken. Dit blijkt uit de vele overlastmeldingen die Wooninc heeft overgelegd die dateren van na de dag van de dagvaarding. Ook tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] niet laten zien dat hij begrijpt dat omwonenden overlast ervaren door zijn gedrag en dat hij iets aan zijn gedrag zal moeten veranderen dan wel dat hij dat zou willen proberen. De kantonrechter neemt daarbij ook uitdrukkelijk in overweging dat uit voornoemde bestuurlijke rapportage blijkt dat de hulpverlenende instanties aangeven dat zij op dit moment geen mogelijkheid zien om passende hulpverlening in te zetten. [gedaagde] onderkent zij eigen aandeel niet en vindt zorg daarom niet noodzakelijk en de agressie zorgt ervoor dar de hulpverlening zich niet veilig voelt in het contact met betrokkene, aldus de bestuurlijke rapportage. Er is dus ook geen enkel uitzicht op beëindiging van deze ernstige en aanhoudende overlast. Dat maakt dat de kantonrechter de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal toewijzen.

4.10.

[gedaagde] zal daarom worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen. De kantonrechter stelt de termijn van ontruiming op veertien dagen na de betekening van dit vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.

4.11.

De vordering van Wooninc om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een gebruiksvergoeding ter hoogte van de huur vanaf het moment dat de huurovereenkomst is geëindigd totdat het gehuurde is ontruimd, is toewijsbaar. [gedaagde] heeft daartegen namelijk geen verweer gevoerd.

4.12.

Wooninc heeft gevorderd om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en zij heeft de kantonrechter nadrukkelijk gevraagd om dit te motiveren. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Wooninc het vonnis direct kan (laten) uitvoeren als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Wooninc om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn het woonbelang van [gedaagde] aan de ene kant en het belang van Wooninc om haar andere huurders woongenot te kunnen verschaffen en geen overlast meer te laten ervaren aan de andere kant. De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van Wooninc zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] . Dat is met name het geval omdat [gedaagde] al een hele lange periode ernstige overlast aan omwonenden veroorzaakt en, ondanks de vele waarschuwingen, niet bereid is om zijn gedrag aan te passen. Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.13.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wooninc worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

145,45

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

€

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

826,95.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

ontbindt de huurovereenkomst zoals tussen Wooninc en [gedaagde] geldend ter zake de woning staande en gelegen aan het adres de [adres] te [woonplaats] ,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om voornoemde woning binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen met al het zijne en het zijnen al diegenen die van zijnentwege voornoemde woning gebruiken, zulks in overeenstemming met hetgeen daaromtrent gesteld in de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden, doch in ieder geval bezemschoon en onder inlevering van de sleutels,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om bij wege van schadevergoeding aan Wooninc per maand te voldoen een bedrag gelijk groot aan de laatst verschuldigde maandelijkse huurpenningen, zulks vanaf de dag van ontbinding tot aan de dag van ontruiming, als de datum van ontruiming is gelegen na de datum van ontbinding,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 826,95, te vermeerderen met de kosten van betekening als het vonnis moet worden betekend,

5.5.

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.A. Donkersloot, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »