ECLI:NL:RBOBR:2026:5668

Datum uitspraak
10-08-2026
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
01/248808-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van een gewapende overval op een tankstation. De rechtbank verklaart verdachte geheel ontoerekeningsvatbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging. De rechtbank legt de maatregel van tbs met voorwaarden (dadelijk uitvoerbaar) en een GVM-maatregel ex artikel 38z Sr op.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01.248808.25

Datum uitspraak: 10 augustus 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1987] ,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd te: [verblijfplaats 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 juli 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 november 2025.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 september 2025 te Oss

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of een derde ( [slachtoffer 2] aan [adres 2] ) toebehoorde(n),

door het tankstation binnen te lopen richting de balie, aan die [slachtoffer 1] een mes te tonen en tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "geld, geld, geld";

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de inhoud van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte van 23 september 2025 (p. 82-84 van het einddossier1);

- een proces-verbaal van aangifte met nummer 250921-2270-704 van 21 september 2025 (p. 9-15 van het einddossier).

Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en door zijn raadsvrouw is geen vrijspraak is bepleit. Gelet op artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen daarom niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven genoemde bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op 21 september 2025 te Oss met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, dat aan [slachtoffer 2] aan [adres 2] toebehoorde, door het tankstation binnen te lopen richting de balie, aan die [slachtoffer 1] een mes te tonen en tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "geld, geld, geld".

De strafbaarheid van het feit

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte

De standpunten van de officier van justitie en van de verdediging

Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit niet aan verdachte kan worden toegerekend en dat hij daarom dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van de op 8 april 2026 door psychiaters R.W.G. Verpoort en J.C. Laheij en op 10 april 2026 door psycholoog M.C. Overduin uitgebrachte Pro Justitia rapportages betreffende verdachte.

Uit de Pro Justitia rapportages blijkt onder meer dat bij verdachte sprake is van schizofrenie, een stoornis in het gebruik van een amfetamineachtig middel en in cannabisgebruik. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit.

De psychiaters concluderen dat het tenlastegelegde feit volledig vanuit een psychotisch toestandsbeeld bij verdachte kan worden verklaard. Zij concluderen dat verdachte door zijn wanen en hallucinaties een dusdanige doodsangst ervaarde dat hij geen andere mogelijkheid zag dan ervoor te zorgen dat hij in de veilige omgeving van een gevangenis terecht zou komen. Hierop heeft verdachte impulsief en niet geremd door de forse kritiek- en oordeelstoornissen besloten om de deur uit te gaan en een overval te plegen met een mes dat hij al langere tijd uit zelfbescherming bij zich droeg. Minder ingrijpende gedragsalternatieven konden hierbij niet meer door verdachte worden overwogen.

De psycholoog concludeert eveneens dat er tijdens het tenlastegelegde sprake was van een manifest psychotisch toestandsbeeld. Vanuit de ontregeling was verdachte niet in staat om de ernst en de aard van zijn plannen in te zien en/of zijn overtuigingen bij te sturen op een sociaalmaatschappelijk aanvaardbare wijze. Volgens de psycholoog kan gesproken worden van een gedesorganiseerd toestandsbeeld bij iemand wiens integratieve vermogens, realiteitstoetsing en draagkracht door jarenlange gevoelde dreiging en middelengebruik ondergraven zijn.

Zowel de psychiaters als de psycholoog adviseren om het tenlastegelegde niet aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusies en de adviezen van de deskundigen over en maakte deze hare. De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet strafbaar is, omdat het bewezenverklaarde feit hem wegens zijn psychische stoornissen niet kan worden toegerekend. De rechtbank zal verdachte daarom ontslaan van alle rechtsvervolging.

Oplegging van maatregelen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd met voorwaarden, zoals deze door de reclassering in haar rapportage van 3 juli 2026 is geadviseerd. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht gevorderd.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte kan zich vinden in het opleggen van een terbeschikkingstelling met de voorwaarden die de reclassering geadviseerd heeft. De verdediging heeft ook geen bezwaar tegen de geëiste dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel en de oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien het bewezenverklaarde feit niet aan verdachte worden toegerekend, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld welke afdoening in de zin van een maatregel passend en geboden is en het meest recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een tankstation. Verdachte heeft de medewerker van het tankstation bedreigd met een mes. Hiermee heeft hij een grove inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

Een gewapende overval, zeker wanneer daarbij (dreiging met) geweld wordt gebruikt, is voor slachtoffers een traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Uit de verklaring van het slachtoffer blijkt ook dat zij erg bang was toen verdachte haar met het mes bedreigde.

Een dergelijke overval veroorzaakt voorts veel maatschappelijke onrust en leidt tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers in het algemeen en pompmedewerkers in het bijzonder.

De persoon van verdachte

Op 8 april hebben psychiaters R.W.G. Verpoort en J.C. Laheij een rapport over verdachte uitgebracht. De conclusie en het advies luiden:

“Alles overziende achten onderzoekers het risico op recidive van gewelddadig gedrag bij betrokkene matig tot hoog. Het risico op ernstig lichamelijk letsel is in die omstandigheden matig tot hoog. Het actueel risico van acuut dreigend geweld is, gegeven de huidige omstandigheden in een zeer gestructureerde en hoogbeveiligde omgeving van de detentie, laag tot matig.

(…)

Geadviseerd wordt om betrokkene in eerste instantie op te nemen in een kliniek en aldaar het psychotisch beeld (verder) te behandelen, zowel middels optimalisatie van medicatie (een antipsychoticum) als ook met niet-medicamenteuze interventies zoals cognitieve gedragstherapie. Voorts wordt geadviseerd hem abstinent te houden van middelen, in het bijzonder van cannabis en speed. Indien sprake is van remissie van de psychotische symptomen en voldoende langdurige remissie van middelengebruik, wordt geadviseerd om een hernieuwd psychologisch onderzoek uit te voeren gericht op de cognitieve vermogens en beperkingen van betrokkene. Tot slot wordt geadviseerd om vanuit de kliniek geleidelijk toe te werken naar een ambulante behandeling en resocialisatie, waarbij een beschermende woonvorm als wenselijk wordt gezien. Ondersteuning op het gebied van wonen, werk en dagbesteding is van belang in het kader van versteviging van de beschermende factoren. Geadviseerd wordt om betrokkene de maatregel tbs met voorwaarden op te leggen.”.

Op 10 april heeft psycholoog M.C. Overduin een rapport met betrekking tot verdachte uitgebracht. De conclusie en het advies luiden:

“De kans op herhaling van gewelddadig strafrechtelijk relevant gedrag wordt gegeven de langdurige en manifeste paranoïde psychotische problematiek als hoog ingeschat in een situatie waarbinnen betrokkene onvoldoende veiligheid kan ontlenen aan begeleiding en toezicht. Als er weinig begrenzing kan worden geboden aan middelengebruik dan zal dat de kans op verdere ontregeling, en daarmee op de toename van risico’s vergroten. Binnen een forensische behandelsetting met een adequaat (ook medicamenteus) behandelaanbod, waar ook de geslotenheid betrokkene een gevoel van veiligheid kan bieden en waar de focus ligt op risicomanagement, zal het risico aanzienlijk lager liggen.

(…)

Een behandeltraject binnen een op te leggen tbs met voorwaarden wordt aangewezen geacht. Met een dergelijke maatregel wordt een passende behandeling in een klinische setting met voldoende forensisch psychiatrische expertise gezekerd. Tegelijkertijd is het ook mogelijk om op geleide van behandelverloop en risico-inschatting intensiteit van zorg en beveiliging af te schalen naar, om te beginnen, semimurale zorg zoals een (forensische) beschermde woonvorm. De inschatting is dat een eventueel op te leggen zorgmachtiging onvoldoende mogelijkheden biedt om betrokkene die langdurige en specialistische forensische zorg te bieden die hij op grond van zijn problematiek behoeft. Derhalve wordt geadviseerd bij een dergelijke strafmaat te overwegen betrokkene ook een Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM) op te leggen, zodat betrokkene ook op de langere termijn na expiratie van proeftijd of gevangenisstraf onder reclasseringstoezicht kan blijven staan.”.

De reclassering heeft in een rapportage van 3 juli 2026 geadviseerd over verdachte. Dit advies luidt:

“Op grond van de aanwezige problematiek wordt het recidiverisico, zonder passende behandeling en begeleiding, ingeschat als hoog.

Vanuit de reclassering komen wij tot een voorzichtig positief advies over tbs met voorwaarden. Indien dit advies wordt overgenomen, vinden wij het van belang dat onderstaande voorwaarden worden opgenomen in het vonnis. Deze voorwaarden zijn noodzakelijk om het toezicht op verantwoorde wijze vorm te geven: • Geen strafbaar feit plegen • Meewerken aan reclasseringstoezicht • Meewerken aan time-out • Niet naar het buitenland • Opneming in een zorginstelling • Ambulante behandeling • Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang • Verbod verdovende middelen • Alcoholverbod”.

Tbs-maatregel met voorwaarden

De rechtbank neemt de bovenstaande conclusies en adviezen over. De rechtbank overweegt dat daarnaast voldaan is aan de formele voorwaarden om een maatregel van terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) op te leggen.

Het bewezenverklaarde feit betreft een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Het is ook een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de tbs-maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

Tijdens het begaan van het feit was er bij verdachte sprake van ziekelijke stoornissen van de geestvermogens, zoals ook blijkt uit de overgenomen rapportages. Gezien de ernst van de psychische problematiek en het hoge recidiverisico kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een minder strikt kader dan de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) met voorwaarden. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij bereid is om zich aan de geadviseerde voorwaarden te houden.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte een tbs met voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering opleggen.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zonder behandeling en begeleiding opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank bevelen dat de tbs-maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM)

Ter bescherming van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen zal de rechtbank verder een GVM als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte ook na afloop van de tbs-maatregel onder toezicht te stellen, indien dat in verband met alsdan nog bestaande risico's noodzakelijk is. Mede gelet op de inhoud van de rapportages en de omstandigheid dat verwacht wordt dat de problematiek van de verdachte langdurig zal blijven bestaan en een langdurig toezicht zal vragen, is de rechtbank van oordeel dat hiervoor een noodzaak bestaat. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van deze maatregel is voldaan, aangezien de rechtbank een tbs-maatregel oplegt.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte bij afzonderlijke beslissing geschorst met ingang van heden, 10 augustus 2026 om 11:00 uur, dan wel met ingang van het moment dat verdachte door DV&O vanuit [verblijfplaats 1] naar [verblijfplaats 2] , is vervoerd.

De schorsing van de voorlopige hechtenis geschiedt onder dezelfde hierna te noemen voorwaarden, die aan de terbeschikkingstelling met voorwaarden verbonden zijn.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 37a, 38, 38a, 38z en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Bewezenverklaring:

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

- verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Kwalificatie en strafbaarheid:

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

afpersing

- verklaart verdachte hiervoor niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging;

Maatregel tbs met voorwaarden:

- beveelt dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

1. Geen strafbaar feit plegen

Terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.

2. Meewerken aan reclasseringstoezicht

Terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

• Terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.

• Terbeschikkinggestelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van terbeschikkinggestelde vast te stellen.

• Terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om terbeschikkinggestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.

• Terbeschikkinggestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.

• Terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken.

• Terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.

• Terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.

• Terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met terbeschikkinggestelde, als dat van belang is voor het toezicht.

3. Meewerken aan time-out

Als de reclassering dat nodig vindt en terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan hij voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.

4. Niet naar het buitenland

Terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.

5. Opneming in een zorginstelling

Terbeschikkinggestelde laat zich, zolang de reclassering dat nodig vindt, opnemen en behandelen in [verblijfplaats 2] te Balkbrug of een soortgelijke zorginstelling. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling.

De behandeling is gericht op het terugdringen van psychotische symptomen en het bevorderen van langdurige abstinentie van middelen. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt terbeschikkinggestelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

6. Ambulante behandeling

Terbeschikkinggestelde laat zich - aansluitend op de klinische opname - behandelen door een nader te bepalen instelling/behandelaar, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de verslavings- en psychische problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

7. Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Terbeschikkinggestelde verblijft - aansluitend op de klinische opname - zolang de reclassering dat nodig vindt, in een nader te bepalen instelling voor begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

8. Verbod verdovende middelen

Terbeschikkinggestelde gebruikt geen verdovende middelen in de vorm van soft- of harddrugs. Terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

9. Alcoholverbod

Terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Terbeschikkinggestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

- geeft aan Verslavingsreclassering Novadic-Kentron de opdracht de verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel:

- legt op een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. S.A.E.M. Rampaart en mr. M. Kleijn Hesselink, leden,

in tegenwoordigheid van mr. N. Slingerland, griffier,

en is uitgesproken op 10 augustus 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »