ECLI:NL:RBNNE:2026:4189

Datum uitspraak
02-10-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Zaaknummer
1820665725
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor medeplegen ontploffing teweegbrengen door afsteken vuurwerkbom bij woning (artikel 157 Sr), geen wettig en overtuigend bewijs voor gezamenlijke uitvoering of daderschap van verdachte alleen; twee benadeelde partijen

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18-206657-25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 02 oktober 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 september 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.G. ten Have, advocaat te Assen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S Zoer.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 15 december 2024 te [plaats] , in elk geval in de gemeente Waadhoeke, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in of aan of bij (de brievenbus van de voordeur van) een woning, gelegen aan of bij de [adres 2] , van de woningcorporatie "Wonen Noordwest friesland", een Super Cobra 6, althans een pyrotechnisch artikel, in elk geval (zwaar) knalvuurwerk, met open vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken en/of (zodoende) tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan

  • gemeen gevaar voor goederen, te weten voor de brievenbus en/of de (voor)deur en/of een kozijn en/of een meterkast en/of een/of meer andere onderde(e)l(en) van die woning en/of de inventaris van die woning, gelegen aan of bij de [adres 2] en/of

  • levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten een of meer bewoner(s) van die woning, gelegen aan of bij de [adres 2] , te duchten was.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde feit.

Zij acht bewezen dat een cobra 6 door de brievenbus van aangeefster is gegooid, en dat verdachte dat feit gezamenlijk met de reeds onherroepelijk veroordeelde [medeverdachte] heeft voorbereid en uitgevoerd, zonder dat hun onderlinge rolverdeling is komen vast te staan.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte stelt dat zij de hele avond thuis in Leeuwarden is geweest, en dat dit niet door de bewijsmiddelen kan worden weerlegd. De telecomgegevens lijken juist te bevestigen dat verdachte niet in [plaats] is geweest. Dat verdachte op de dag van het incident meerdere malen contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte] , rechtvaardigt niet de conclusie dat verdachte ook bij het incident betrokken is geweest. Zij spraken en zagen elkaar namelijk wel vaker. Daarnaast voert de raadsman aan dat er wel twee mensen gezien zijn in de auto van medeverdachte [medeverdachte] , maar dat niet eens kon worden vastgesteld of de tweede inzittende een man of een vrouw was. De raadsman concludeert dat er geen bewijsmiddelen zijn die verdachte in de auto, op de route of in [plaats] plaatsen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

De verklaring van verdachte dat zij op de avond van 15 december 2024 thuis was, kan niet door het dossier worden weerlegd. Het valt niet uit te sluiten dat verdachte en veroordeelde [medeverdachte] op twee verschillende plekken zijn geweest ten tijde van (het teweegbrengen van) de ontploffing. De in het dossier opgenomen telecomgegevens geven hier geen uitsluitsel over. Dat de telefoons van verdachte en medeverdachte op het moment van de ontploffing geen telefoonmasten hebben aangestraald, kan erop duiden dat de toestellen waren uitgeschakeld, maar het kan ook betekenen dat er op dat moment geen telecomverkeer plaatsvond. Daarmee ontbreekt bewijs voor de gezamenlijke uitvoering, terwijl er evenmin bewijs is voor het daderschap van verdachte alleen.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

  1. [benadeelde] , tot een bedrag van 1.082,04 ter zake van materiële schade en 2.200,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

  2. Wonen Noordwest Friesland, tot een bedrag van 4.941,64 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

1. [benadeelde]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] geheel moet worden toegewezen.

2. Wonen Noordwest Friesland

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering gedeeltelijk moet worden toegewezen, namelijk tot een bedrag van 3.773,38.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partijen zullen daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vorderingen.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de vordering van [benadeelde] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Benadeelde partij Wonen Noordwest Friesland

Verklaart de vordering van Wonen Noordwest Friesland niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J.V. Nolta, voorzitter, mr. G. Veenstra en mr. A. van den Oever, rechters, bijgestaan door mr. K. Aarnink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 02 oktober 2026.

Mr. drs. J.V. Nolta en mr. G. Veenstra zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »