RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Assen
Rekestnummer: NL:TZ:2616319:R-RK
Uitspraak van 5 augustus 2026
In de zaak van
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoekster, hierna te noemen [verzoekster] ,
tegen
Stichting Woonborg, gevestigd te Vries, vertegenwoordigd door Deurwaarderskantoor Visser, gevestigd te Ratelaar 40, 3434 EW Nieuwegein,
verweerder, hierna te noemen Woonborg,
tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet (Fw).
Samenvatting
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De rechtbank wijst het verzoek af.
1 De procedure
Het verloop van de procedure bestaat uit:
- het verzoek voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 van de Fw inclusief bijlagen, ingediend samen met een verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2 Het verzoek
[verzoekster] verzoekt de rechtbank om Woonborg te verbieden de huurovereenkomst voor de woonruimte op te zeggen of te ontbinden. [verzoekster] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij probeert tot een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers te komen.
3 Debeoordeling
Op grond van artikel 287b lid 2 Faillissementswet kan een moratorium slechts
worden toegewezen indien sprake is van een acute bedreigende situatie, te weten
een gedwongen woningontruiming, een afsluiting van energie of water, dan wel de
opzegging van de zorgverzekering. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat een
concrete datum voor een ontruiming van de woning van verzoekster nog niet is
gepland en aangezegd. Nu een acute dreiging tot ontruiming ontbreekt, is niet
voldaan aan de wettelijke vereisten.
De gevraagde voorziening zal dan ook worden afgewezen. Verzoekster dient
binnen twee weken na heden aan te geven of het verzoek tot toepassing van de
schuldsaneringsregeling wordt gehandhaafd. Indien verzoekster niet binnen twee
weken reageert, zal het wsnp-verzoek als ingetrokken worden beschouwd.
4 Debeslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Dit is de beslissing van mr. D.J. Klijn, rechter, in samenwerking met A.R. van der Sluis, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.