ECLI:NL:RBNNE:2026:3571

Datum uitspraak
04-05-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
C/18/26/1125 R
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek toelating tot de Wsnp, geslaagd beroep op de hardheidclausule, eerdere ingangsdatum.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer: C/18/26/1125 R

Vonnis van 4 mei 2026

In de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker].

1 PROCESGANG

1.1.

[verzoeker] heeft op 10 maart 2026 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp).

1.2.

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 22 april 2026. Daarbij is [verzoeker] verschenen tezamen met de heer [schuldhulpverlener], schuldhulpverlener bij Kredietbank Nederland en mevrouw [naam].

2 RECHTSOVERWEGINGEN

2.1.

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

2.2.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

2.3.

Gebleken is dat [verzoeker] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.

2.4.

Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.

2.5.

In verband hiermee wordt het volgende overwogen. Bij de beoordeling of aan deze voorwaarde is voldaan, kijkt de rechtbank vooral naar de schulden die zijn ontstaan in de afgelopen drie jaar. [verzoeker] heeft een aantal schulden die in deze periode niet te goeder trouw zijn ontstaan. Bij zijn verzoek tot toelating tot de Wsnp heeft [verzoeker] een beroep gedaan op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Faillissementswet (Fw).

2.6.

De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule in ieder geval aannemelijk moet zijn dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Er moet sprake zijn van een blijvende gedragsverandering. Dat wil zeggen: iemand moet zijn gedrag echt en blijvend hebben veranderd waardoor aannemelijk is dat het probleem niet meer terugkomt, omdat de oorzaak daarvan is aangepakt. De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is. Uit het verzoek en hetgeen op de zitting is besproken is gebleken dat de schulden met name zijn ontstaan doordat [verzoeker] door wisseling van werk minder ging verdienen en de werkgever ook te laat uitbetaalde. Hij is toen gaan schuiven met rekeningen en wilde het zelf oplossen zonder hulp, waardoor het zich opstapelde en tot grotere problemen leidde. Uiteindelijk kwam het besef dat hij het niet zelf kon oplossen en heeft hij zich bij Kredietbank Nederland gemeld. Hij heeft nu vanaf augustus 2024 budgetbeheer bij Kredietbank Nederland. Sindsdien zijn er geen nieuwe schulden ontstaan. Tevens heeft [verzoeker] fulltime werk als vrachtwagenchauffeur en is zijn contract recentelijk verlengd.

2.7.

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het verzoekschrift en wat op zitting is besproken voldoende gebleken dat sprake is van een blijvende gedragsverandering zoals hiervoor is omschreven. De rechtbank zal het verzoek tot toelating tot de Wsnp daarom toewijzen.

Ingangsdatum Wsnp

2.8.

De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.

2.9.

Verzocht om eerdere ingangsdatum

[verzoeker] heeft verzocht om de Wsnp eerder in te laten gaan, omdat hij vanaf januari 2025 (al dan niet door middel van beslag) heeft afgedragen. De heer Wiersema heeft echter ter zitting aangegeven dat de afdracht niet conform het berekende Vtlb is geweest en dat op grond van het afgedragen saldo niet (meer) de verkorting te verantwoorden is vanaf januari 2025 maar dat op grond van saldering het verzoek verkorting wordt gewijzigd in 8 maanden. Tevens geeft de heer Wiersema aan dat de te weinig afgedragen spaarcapaciteit niet de heer [verzoeker] kan worden verweten, aangezien dit is veroorzaakt door een fout bij Kredietbank Nederland. Gelet op het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat [verzoeker] in ieder geval vanaf september 2025 tot en met april 2026 heeft voldaan aan de inspannings- en afdracht verplichting. Dit betekent dat de rechtbank de ingangsdatum van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal bepalen op acht maanden vóór dit vonnis, namelijk op 4 september 2025.

3 BESLISSING

De rechtbank:

3.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

wonende te [adres];

3.2.

stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf 4 september 2025, waardoor deze termijn eindigt op 4 maart 2027;

3.3.

benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn, en tot bewindvoerder [bewindvoerder], gevestigd te [adres];

3.4.

geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »