ECLI:NL:RBNNE:2026:2892

Datum uitspraak
26-06-2026
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
C/18/24/83 R
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Einde wsnp met schone lei. Procedure tussentijdse beëindiging op verzoek van een schuldeiser afgerond door arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2026.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknummer: C/18/24/83 R

vonnis van 26 juni 2026

in de schuldsaneringsregeling van:

[schuldenares] , geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

de schuldenares,

bewindvoerder: mr. A.L.S. Verhoog.

1 PROCESGANG

1.1.

Bij vonnis van 20 maart 2024 is ten aanzien van de schuldenares de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

1.2.

De looptijd van de WSNP is vastgesteld op 18 maanden, derhalve eindigend op20 september 2025.

1.3.

Op 7 juni 2024 heeft [bedrijf] B.V. (hierna [bedrijf]) verzocht om tussentijdse beëindiging van de WSNP. Dit verzoek is bij vonnis van deze rechtbank van25 oktober 2024 afgewezen. [bedrijf] heeft hoger beroep ingesteld.

1.4.

Bij arrest van 12 december 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van deze rechtbank bekrachtigd. [bedrijf] heeft cassatie ingesteld.

1.5.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 16 mei 2025 het arrest van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch voor verdere afhandeling en beslissing.

1.6.

Op 21 augustus 2025 heeft het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch arrest gewezen en het vonnis van deze rechtbank bekrachtigd. [bedrijf] heeft hiertegen opnieuw cassatie ingesteld.

1.7.

Door de bewindvoerder is op 20 juni 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de WSNP. De bewindvoerder heeft geadviseerd de WSNP te beëindigen met verlening van de zogenaamde schone lei”.

1.8.

Op 22 september 2025 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenares plaatsgevonden.

1.9.

Bij brief van 18 december 2025 heeft [bedrijf] bezwaar gemaakt tegen het verlenen van de schone lei aan de schuldenares en heeft zij verzocht de looptijd van de WSNP te verlengen.

1.10.

De zaak is behandeld ter zitting van 9 februari 2026. Bij vonnis van 23 februari 2026 heeft de rechtbank het verzoek om de looptijd te verlengen afgewezen en de beslissing voor het overige aangehouden voor de duur van zes maanden of zoveel eerder de Hoge Raad een beslissing heeft genomen op het ingestelde cassatieberoep.

1.11.

De schuldenares heeft tegen het vonnis van 23 februari 2026 hoger beroep ingesteld. Bij arrest van 28 mei 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van deze rechtbank bekrachtigd.

1.12.

Bij arrest van 5 juni 2026 heeft de Hoge Raad het hiervoor onder 1.6 genoemde cassatieberoep verworpen.

1.13.

De rechtbank heeft vervolgens vonnis bepaald op heden.

2 RECHTSOVERWEGINGEN

2.1.

Uit het verslag van de bewindvoerder blijkt dat de bewindvoerder van mening is dat de schuldenares niet in de nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling is tekortgeschoten. De bezwaren die [bedrijf] eerder heeft opgeworpen zien niet op de periode na aanvang van de schuldsaneringsregeling en behoeven daarom naar het oordeel van de rechtbank hier geen bespreking meer. De rechtbank conformeert zich aan de bevindingen van de bewindvoerder.

2.2.

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de ‘schone lei’ toekennen.

2.3.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 13.941,34 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 820,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.

2.4.

Ingevolge artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenares krachtens artikel 358 lid 1 Fw niet langer afdwingbaar.

3 BESLISSING

De rechtbank:

3.1.

verstaat dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege zal zijn geëindigd zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;

3.2.

stelt vast dat de schuldenares niet is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;

3.3.

stelt het salaris voor de bewindvoerder, een en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op € 13.491,34.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.T. de Jonge en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.1

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »