RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer: C/18/26/1095-1096 R
Vonnis van 16 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
en
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],
beide wonende te [adres],
hierna te noemen [verzoeker] en [verzoekster],
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
PROCESGANG
[verzoeker] en [verzoekster] heeft op 29 december 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 1 april 2026. Daarbij zijn [verzoeker] en [verzoekster] verschenen tezamen met mevrouw [naam] namens Zuidweg en Partners.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker] en [verzoekster] in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat [verzoeker] en [verzoekster] in de toestand verkeren dat zij hebben opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zullen kunnen voortgaan met betaling van hun schulden.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
[verzoeker] en [verzoekster] hebben verzocht om de Wsnp eerder in te laten gaan, omdat zij (al dan niet door middel van beslag) hebben afgedragen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een ingangsdatum te bepalen, omdat op dit moment niet kan worden vastgesteld dat het vrij te laten bedrag juist is berekend, nu de kale huur en het individueel keuzebudget niet is meegenomen. De rechtbank wijst [verzoeker] en [verzoekster] er op dat de benoemde bewindvoerder alsnog een verzoek aan de rechter-commissaris kan doen tot verkorting van de looptijd.
BESLISSING
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
en
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats],
beide wonende te [adres],
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D.J. Klijn,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder],
gevestigd te [adres];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaren gerichte brievenen telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op
16 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.1